Witgoed

Ziezo, de eerste maand tropen zit erop. Zolang achter elkaar zijn we hier nog nooit geweest. Of we al gewend zijn, luidt de vraag van overzee. Aan het paradijs hoef je niet te wennen, zoals mijn Russische vriendin schreef. Waar je wel aan moet wennen is het tempo. Een Thai die belooft dat iets vandaag nog goed komt, bedoelt dat niet letterlijk. Het kan morgen zijn of volgende week, misschien ook wel volgende maand: wat maakt het uit? Niemand loopt hier opgefokt rond; dat past eenvoudig niet bij het klimaat. Alleen de Chinezen zijn anders. Die hebben trouwens moeite met de Thai, omdat ze er geen vat op krijgen.

Chinezen maken ook hier hun reputatie van zakenlui waar. Toen we in 1998 voor het eerst op Koh tao kwamen, was er een Chinees op het eiland die in van alles en nog wat handelde. Naast de verkoop van boeken die reizigers hadden achtergelaten, regelde hij bijvoorbeeld tegen een interessant percentage de visumverlenging voor duikleraren, die dan zelf de grens niet over hoefden. Uiteraard liep de Thaise loopjongen die met stapels paspoorten heen en weer naar Birma ging op den duur tegen de lamp. Einde van het lucratieve handeltje van Mister J, zoals hij zich noemde. Op bijna elke boom van het eiland prijkten handgeschreven papiertjes met eenregelige boodschappen, die verwezen naar zijn negotie. Reclame in zijn oervorm!

Op een keer gingen wij een bootkaartje bij hem kopen. Mister J deed toevallig net een dutje achter een kamerscherm. Hij verontschuldigde zich uitgebreid en vertelde dat hij die ochtend zaken had willen doen met de Thai en volledig uitgeteld was door de ontmoeting: ze knikken beleefd, maar je weet niet of ze voor of juist tegen je voorstel zijn. Het zijn meesters in het ontwijken van conflicten en gezichtsverlies. Een traditie van eeuwen. Verlies nooit je geduld als je met een Thai onderhandelt. Dan heb je bij voorbaat verloren. We hebben het in onze oren geknoopt.

Gisteren heb ik de hele dag besteed aan het uitzoeken van witgoed: koelkast, wasmachine, plafondventilatoren, tv en dergelijke. Wat een prijsverschillen vergeleken met Europa. Een grote koelkast kost 200 euro; een wasmachine idem. Wassen doe je met koud (regen)water, dus zit er geen verwarmingselement in de machine en de centrifuge hoeft geen hoog toerental te draaien, want alles is in een mum droog. Inmiddels heb ik drie bezoeken aan de plaatselijke tandarts achter de rug, een jonge vrouw die praktijk houdt op het vasteland en in het weekend naar hier komt. Je moet je schoenen uitdoen bij de voordeur en ligt dus blootsvoets op de stoel, die volkomen horizontaal wordt gezet. De behandeling, hoe klein ook, heeft iets van een chirurgische ingreep. Je krijgt een operatiekapje over je gezicht dat alleen je mond vrijlaat. De tandarts zelf is van top tot teen in een witte jas gehuld en draagt een gezichtsmasker. Je ziet alleen haar ogen (als ze het kapje weghaalt) en die zijn ook nog eens verborgen achter een perspex bril. Ik moest drie keer terugkomen omdat ze maar één ding per keer behandelt. Hoewel ze volgens de dienstregeling om 9.30 uur begint maakt ze geen afspraak voor elven. Kijk, zo kom je de dag wel door. Met de apparatuur is overigens niks mis en met de behandeling evenmin. Aziatische artsenij heeft de naam heel patiëntvriendelijk te zijn.

Een paar dagen geleden heeft het echt flink doorgeregend: 20.000 liter in de regenton. Die nacht hoorden we een ondefinieerbaar lawaai buiten. Geen dreunende bassen van een bar aan het strand, geen getrommel in de arena om de boxers op te hitsen, maar een diep donker bassend geluid. Ritmisch en zonder ophouden. Het heeft de halve nacht geduurd, pas tegen het ochtendgloren stopte het. De volgende dag hoorden we dat het padden waren. Die houden zich koest zolang het droog is, maar wordt het eenmaal lekker nat en vochtig, dan kruipen ze tevoorschijn en bassen van genoegen.

Kristien gezien door Mark