De staff

Een van de zegeningen van ons leven hier is de aanwezigheid van een jong Thais stel dat in dienst is van de kinderen. De ‘staff’ moet hun twee resortjes onderhouden en nu dus ook ons nieuwe huis. Het zijn vrijbuiters. Sau is een aantrekkelijke vrouw en zich daarvan dondersgoed bewust. Zij is moeder van twee jonge kinderen, die bij haar familie op het vasteland wonen. Von, die duidelijk door haar is ingepakt, is een begenadigde klusjesman. Hij staart verlekkerd naar onze gereedschapskist die dingen bevat die hij nooit eerder gezien heeft, zoals een waterpas. Dagen later komt hij hem lenen; blijkbaar heeft hij er elders over opgeschept. Hij heeft zijn vrouw met twee kindjes laten zitten en is er met zijn nieuwe geliefde vandoor gegaan. Zonder een cent op zak belandden zij op Koh Tao en klopten overal aan op zoek naar werk, alles was goed. Ze hebben geluk gehad, en wij ook.

Sau is een verleidster die niet van plan lijkt om carrière te maken als poetsvrouw. Ze is lui, ontdekken we na een poosje. Als ik haar iets vraag, speelt ze de opdracht onmiddellijk door aan haar geliefde. Die kijkt haar dan verwijtend aan, maar doet het klusje wel. Hij bouwt hekken, bedenkt een systeem om het peil in de watertanks te meten, legt tuinkranen aan en hangt onze schilderijen op. Ze reageren allebei heel spontaan op de afbeeldingen, die volkomen nieuw voor ze zijn, want je ziet hier alleen maar Boeddha’s en foto’s van de koninklijke familie aan de wand. Een tekening met een hond die door de lucht vliegt boven zee doet ze schaterlachen. Wij kijken er opeens met andere ogen naar.

Ramen zemen kunnen ze niet. En daar heb ik nou juist een hekel aan. Bovendien hebben we drie stel glazen schuifdeuren, en die zitten nog onder het bouwstof. Ze hebben een beetje met krantenproppen over het vuil staan wrijven, waardoor er nu ook nog drukinkt op het glas kleeft. Ik vrees dat ik toch zelf in actie moet komen.

Ik merk een zekere spanning tussen Sau en mijn schoondochter, die haar werkgeefster is. Regelmatig neemt de staff de telefoon niet op en blijkt onvindbaar, soms dagenlang achtereen. Dan zijn ze opeens naar het vasteland gereisd omdat er iets met de kinderen was, of je ziet ze rondtoeren op de brommer volgeladen met kinderen, die opeens hier logeren. Blijkbaar zijn de familiebanden weer hersteld. Soms staat Sau opeens midden in de kamer met een verse vis. Von heeft kennis gemaakt met de kapitein van een vissersboot en gaat ’s nachts mee de zee op. Daarvan wordt hij vast gelukkiger dan van vloeren dweilen.

Kristien gezien door Mark