Levensbericht

De enige Nederlandse instantie die je nog lastig valt na emigratie is de Sociale Verzekeringsbank. Tenminste als je AOW hebt, zoals wij. Blauwe enveloppen blijven ons eindelijk bespaard, maar het logo van de SVB is evengoed bloeddrukverhogend. Nu lagen er twee formulieren die om actie vroegen. Een was het zogenoemde levensbericht. Woon je in den vreemde, dan moet je een keer per jaar een bevoegde autoriteit ter plekke laten verklaren dat je nog in leven bent. Dit om uitkeringsfraude te voorkomen. In sommige landen, zoals Indonesië om hier in de buurt te blijven, zijn landgenoten werkzaam die ter aanvulling van hun pensioentje onaangekondigd op huisbezoek komen om te tellen hoeveel tandenborstels er in de badkamer staan. Als je hebt gejokt dat je alleen woont en je blijkt je bed toch te delen, word je gekort op je AOW. Nou lazen wij toevallig in De Telegraaf dat er net zo’n aanbrenger op Java dood was aangetroffen. vermoord met messteken; zijn –inlandse- vrouw lag er naast, ook levenloos. Gevaarlijke bijverdienste...

In Thailand hebben ze die controle anders opgelost. Je bent als Nederlands staatsburger zelf verplicht een instantie te zoeken die de verklaring tekent. En die handtekening moet vervolgens op echtheid worden gecontroleerd door de Thaise pendant van de SVB met hoofdzetel in Bangkok. Je kan ook naar een regiokantoor, maar voor de adressen daarvan word je het bos ingestuurd. De SVB verwijst naar Bangkok, en in Bangkok spreekt de ambtenaar geen Engels aan de telefoon. de website is in het Thais en geeft geen adressen. wat te doen? Als je formulier niet voor half november ingevuld en ondertekend terug is in Holland, wordt je uitkering stopgezet.

We hadden niet veel tijd. De eerste stap leek het vinden van een bevoegde autoriteit. Onze schoondochter maakte een afspraak op het plaatselijke gouvernementsoffice, maar de bevoegde ambtenaar liet het een paar keer afweten. Sorry, maar ik ben nog op het vasteland. Sorry, het waait en de boot heeft vertraging. Uiteindelijk hebben we een afspraak op een dinsdagmiddag om 14.00 uur. Wij zijn op tijd, maar het kantoor is leeg. We staan naast de auto te wachten als er iemand in hemdsmouwen komt vragen wat we daar doen. Dat blijkt later de betreffende ambtenaar te zijn. Hij wacht op Tuk, onze schoondochter. Wij ook. Na 20 minuten komt ze opdagen, half wakker, haar haren nog vochtig van de douche. Gisteren is ze naar een trouwpartij geweest en ze heeft maar een paar uurtjes haar bed gezien. Dat begint niet goed.

Tijdens het onderhoud blijkt dat de ambtenaar geenszins van plan is om waar dan ook zijn handtekening onder te zetten. Hij doet aanvankelijk of hij geen Engels spreekt, maar alras blijkt dat hij ons wel degelijk verstaat. Ik raak geïrriteerd, en knijp in mijn arm om hem te tonen dat ik in leven ben. Mijn paspoort staat op dezelfde naam als het vragenformulier, wat is uw probleem, maar de man wijkt niet van zijn standpunt: hij tekent niks. Uiteindelijk komt er een Thais compromis uit de bus. Om zijn gezicht te redden tegenover ons stelt hij voor op het districtskantoor van Koh Panngang, waar Koh Tao onder valt, een verklaring te laten opstellen dat wij woonachtig zijn op Koh Tao. En verder moeten we maar zien wat we daarmee doen.

Beter iets dan niets. Nu ontdooit hij en belt voor ons met Bangkok om het adres van het regiokantoor voor Zuid-Thailand van de Thaise SVB. Hij schrijft het keurig voor ons op een papiertje, in het Thais. Tien dagen later hebben we de verklaring dat we op Koh Tao wonen, een Thaise brief gedateerd in het jaar 2553. Want ze tellen hier vanaf het geboortejaar van Boeddha. Met die brief en het vragenformulier nemen we de boot naar Koh Samui. Op naar het regiokantoor waar over ons lot zal worden beslist.

Gelukkig kan de taxichauffeur het adres lezen en brengt ons recht voor de deur. Lunchpauze. Goed, daarna is ieders humeur wellicht opperbest. Als we het kantoortje binnenkomen zijn we de enige bezoekers. We laten ons vragenformulier zien, in het Hollands en Engels, en van de vier vrouwen achter de balie is er niet een die het initiatief neemt. Dit wordt een lange zit, dus we kunnen maar beter zo relaxt mogelijk doen. Ik merk dat ze meer naar ons kijken dan naar de papieren. Dat heb ik al vaker gemerkt. Ze bestuderen je reacties, je uitstraling en luisteren minder naar wat je zegt dan hoe je het zegt. Daarom moet je geduldig herhalen wat je komt doen.

Op een gegeven moment werpt een van de vrouwen zich op als de cheffin. Zij geeft aan een ander opdracht ons te helpen. Nu blijkt dat er al eerder Hollanders op bezoek zijn geweest met zo’n zelfde formulier. Ze halen een fotokopie tevoorschijn en proberen alle vakjes op het onze net zo in te vullen. Maar bij het vakje met de handtekening die moet dienen als bewijs dat we in leven zijn, stokt de ceremonie. Dat vakje is bij ons leeg en op het voorbeeld dat zij hebben staat daar de handtekening van de Nederlandse consul in Bangkok. Waarom is het onze leeg?

De dames zien maar één oplossing: we moeten eerst naar de ambassade en als we terugkomen met een handtekening vullen zij de rest van het formulier in. Als we dat vriendelijk maar beslist weigeren, stellen ze als alternatief een bezoek voor aan hun hoofdkantoor in Bangkok. Dat vinden wij geen verbetering. Uiteindelijk besluit de cheffin om dan het hoofdkantoor in Bangkok maar te bellen. Daar krijgt ze te horen dat er ook een Thaise vertaling van het formulier in huis moet zijn, zodat ze kan begrijpen wat ze doet, en bovendien krijgt ze toestemming om haar handtekening te zetten met de Engelse vertaling van haar functie. Zij verklaart dus dat wij in leven zijn en ook dat zij daartoe bevoegd is. Hoera, we zijn gered!

Als iedereen opgelucht adem haalt, kom ik tegen mijn zin met nog een tweede vragenformulier op de proppen. Zij moeten verklaren dat ik geen Thaise handelsfirma drijf. Hoe kunnen ze dat nou in vredesnaam controleren? Hier heeft niemand zin in, en dat is onze redding. Snel worden de vakjes met yes en no aangevinkt die ik aanwijs en wederom volgt een handtekening met stempel. Na ruim twee uur verlaten we glimlachend het kantoor. Op de drempel draai ik me nog even om: see you next year!

Kristien gezien door Mark