Cicaden

Soms worden we op de meest onverwachte uren getrakteerd op een krekelconcert. Het lijkt wel of er een dirigent voor de orkestbak staat: het geluid zwelt aan en aan, en sterft dan langzaam weg. Het gesjirp is anders dan van de ons bekende krekels uit het Middellandse zeegebied. Het blijken cicaden te zijn, misschien wel de langst levende insecten ter wereld. Zeventien jaar doen zij erover om volwassen te worden en een partner te vinden; dat geluid is hun lokroep. Na de daad legt het vrouwtje haar eitjes in de grond en is de ouderlijke taak volbracht; zij sterven kort daarop.

De eitjes blijven zeventien jaar onder de grond en veranderen eerst in dikke witte larven. De Thai graven die op om er hun vechthaantjes mee vet te mesten. De overblijvers vervellen een aantal keren en telkens nemen hun poten en vleugelstompen in omvang toe. Pas wanneer de groei voltooid is, kunnen ze vliegen. Maar voordat zij hun hoogtepunt beleven, volgt eerst nog een laatste vervelling.

In de tuin vind ik nu elke dag wel een groot lichtbruin insect, dat onbeweeglijk op een bloemblad zit. Van dichtbij blijkt het niet meer dan een lege huls. in het rugschild van de huls zit een opening waaruit de cicade het volle leven in is gestapt. Van de slotversie heb ik er nog niet een gezien, maar het moet een afgietsel zijn van zo’n huls. Ze zitten in de bomen en laten hun trilorgaan resoneren. Gezang als opmaat voor het einde: nog even en het is met ze gedaan.

Kristien gezien door Mark