Andaman club

Op het Thantay Kyun eiland voor de kust van Birma is een tropisch resort gebouwd. Apen slingeren in de bomen als je aanlegt met de boot. Bezoekers zijn vooral toeristen die hun visum komen verlengen buiten Thailand. Meestal stappen zij na een uurtje alweer op. De achterblijvers in de Andaman Club zijn Thai. Met name in het weekend stromen ze toe, op hun paasbest uitgedost. Want op buitenlands grondgebied mogen ze gokken. De club heeft een casino en een zaal eenarmige bandieten.

Kansspelen zijn verboden bij de wet in Thailand, maar Thai zijn een goklustig volk. Ze hebben loterijen bij de vleet en bijna iedereen speelt mee. Het grensverkeer tussen de beide landen is levendig, want de Birmezen doen in Thailand wat bij hun niet mag: een hoerenkast bezoeken. In feite wordt de Andaman Club – met zijn casino, golfbaan, spa – gerund door Thai. Het eiland is door Birma verpacht voor het toerisme. Het echte Myanmar begint iets verder, op de kust.

Je kan een visumtrip in één dag doen. Een minibus brengt je van oost naar west, dwars door de punt van Thailand. Het landschap is bij tijden imposant. Roodkleurig aangestampte aarden paden leiden diep het geheimzinnig regenwoud in. Borden verwijzen naar watervallen in de heuvels verderop. Behuizing is alleen te vinden langs de weg, soms alleenstaand en luxueus, soms een paar losse bouwsels op een kluitje. Een verspreid heiligdom, een postkantoor, een school; alles oogt verzorgd. Het is hier minder rommelig dan op de eilanden.

Op de terugweg viel het duister in. In één klap was het aardedonker. Alleen de huizen waren helverlicht, tl-buizen schenen tot in de wijde omtrek. Nu kon je goed zien hoe de Thai gehuisvest zijn, want alle deuren stonden wagenwijd open. In schaars gemeubileerde ruimtes hurkte iedereen rond de tv. Of mensen waren buiten bezig rond een houtvuur. Pas ’s avonds laat als alles openstaat trekt langzaamaan de hitte uit een huis. Insecten vliegen af en aan. Zodra je in een stadje komt, is alles anders. Daar zijn de deuren dicht en hebben mensen airco. Het leven speelt zich buiten af in eethuizen en op straat.

We werden afgezet voor het hotel, waar het een drukte van jewelste was. Binnen klonk daverend muziek. Gelukkig was er nog een kamer vrij. Having a party? vroeg ik licht bezorgd. A wedding! was het trotse antwoord. We gingen even kijken in de zaal. De feestzaal was roze versierd, en het het bruidspaar straalde in het wit. Een zangeres stond met veel vertoon een westers liedje in de microfoon te blèren, maar naast haar op het podium bewoog een traditioneel geklede danseres. Old meets new.

De volgende ochtend bleek alles tot 11 uur gesloten. Vanwege Valentijnsdag, werd gezegd. We schoven op de markt aan bij de Thai voor koffie. Het was wel even slikken: de witte plastic stoelen waren zwart geworden van het vuil en aan het tafelzeiltje bleef je kleven. Je leert trouwens snel af om je daaraan te storen; witte kleding is alleen voor een toerist. Ons visum is nu voor de laatste keer verlengd. Hopelijk krijgen we er straks een dat een heel jaar geldig is. Dus Andaman Club, adieu!

Kristien gezien door Mark