Micro-economie

De plaatselijke Thai kennen maar drie manieren om iets aan het toerisme te verdienen: kamerverhuur, bike rent en laundry service. Het gekke is dat iedereen zich op dezelfde markt stort. Iets nieuws, waarmee veel meer verdiend kan worden, komt altijd van de buitenlanders.

Ook al bezitten ze geen aanvangskapitaal, om de zoveelste bike rent shop te beginnen, zijn Thai bereid om geld te lenen tegen woekerrentes. Ze gaan rustig akkoord met 10% per maand en zetten hun hele hebben en houden in als onderpand. Natuurlijk loopt zo’n onderneming vaak faliekant verkeerd en raken ze alles kwijt. Dan rest er maar een ding: de boot pakken en verdwijnen van het eiland om elders een nieuw leven te beginnen.

Je ziet hier bouwconstructies van formaat, die halverwege stilgelegd zijn. Als de maandelijkse rente niet kan worden opgehoest, valt zo’n project in handen van de woekeraar. Die pakt uiteindelijk de winst waarvan de lener had gedroomd.

Het is nog maar de vraag of er voldoende toeristen komen voor al die nieuwe slaapplaatsen. Je hebt nu al de indruk dat er flink wat leegstand is, zelfs in het hoogseizoen. Toch gaat de nieuwbouw onverminderd voort.

Een scooter huren kan op zoveel plaatsen – soms deur aan deur – dat de meeste brommers schaloos staan te fonkelen. Aan de manier waarop ze gekieteld worden, kan je afzien dat het een heel bezit is. Wanneer een voertuig terugkomt van de verhuur wordt het met water schoongespoten tot het blinkt. De velgen worden met een tandenborstel gepoetst en droog geblazen met een föhn. En dan begint het wachten tot een nieuwe klant zich aanmeldt.

Echt werken is het voor de vrouwen met een wasserij. Het tarief per kilo wasgoed is inmiddels op het hele eiland gelijk, 40 Baht (= 1 euro). Amsterdamse prijzen! De kwaliteit is overal hetzelfde. het is maar wie je de centen gunt.

Het meeste geld wordt hier verdiend met duiken. De grootste duikschool op het eiland is in bezit van Thai, terwijl de opleiding wordt verzorgd door buitenlanders. het wederzijds respect is groot. De Thai beseffen dat zij aan de instructeurs hun welvaart danken, en de instructeurs delen dan ook rijkelijk in de winst. Er zijn er bij die nooit meer weggaan en anderen vertrekken, maar komen steeds terug. Een wereldje apart.

En dan de horeca niet te vergeten. het geld dat daarin omgaat is aanzienlijk. Thaise eetkraampjes uitgezonderd, want daar zijn de prijzen onvergelijkbaar laag. Zo heb je de Coffeecorner die al sinds jaar en dag bestaat. De enige plek waar je behoorlijke espresso kon drinken, tenminste als het personeel er zin in had. Sinds kort is het etablissement heropend na verbouwing. De vier – westerse - eigenaren hebben het grondig aangepakt. De eigen bakkerij maakt lekkernijen als koffiebroodjes, croissants en maccarons. De koffie is nog lekkerder geworden. Maar het grootste verschil is de service.

We worden nu begroet bij aankomst en onmiddellijk bediend. De koffie komt zelfs dampend op je tafel. Toch zijn het deels dezelfde obers die bedienen. zijn ze soms mee verbouwd?

Sinds gisteren weten we wat de oorzaak is – er is een manager benoemd. Een Spaanse schone zwaait nu de scepter. Zij heeft die ommekeer tot stand gebracht. Bij een espresso van het huis vertelt ze dat het nog dagelijks een gevecht is. Het personeel was niemand boven zich gewend. Alles liep toch, waarom moest het dan anders? En orders aannemen van een vrouw, dat is vernederend. Er zijn nog steeds een paar Birmese dwarsliggers die haar verwijten maken: you talk too much, you’re crazy in the head. Maar voor de klanten is haar aanpak ronduit geslaagd.

Er is dus ook in economisch opzicht een waterscheiding tussen oost en west. Een Thai neemt tegen minimale inspanning genoegen met een kleine winst; een farang werkt zich uit de naad en wil daar resultaat van zien.

Kristien gezien door Mark