Storm op zee

In de stromende regen rijden we naar de pier, gehuld in flinterdunne plastic regenjassen die je tot een prop kan oprollen als het weer droog is. Ideale gewichtsloze bagage. Het lukt ons nog steeds om met niet meer dan handbagage te reizen binnen Thailand.

De boot heeft vertraging, maar vaart gelukkig wel en het houdt zowaar op met regenen. Na een half uur komt hij in zicht en meert af. Wij mogen de steiger op om in te schepen, maar eerst moeten de passagiers voor Koh Tao van boord.

De eersten komen monter van de loopplank af, maar dan hapert de stroom. De volgende groep loopt bedachtzaam, alsof ze verwachten dat de steiger op en neer zal gaan. Sommige passagiers kunnen zich niet inhouden wanneer ze ons passeren en barsten los: golven van vijf meter hoog; de langste bootreis van mijn leven; in zulk slecht weer heb ik nog nooit gevaren.

En achteraan komen de zeezieken. Met witte gezichten en de angst nog in hun ogen komen ze voorbij. Sommigen laten zich op de grond zakken; even geen beweging meer.

Ons lijkt het allemaal een beetje overdreven; er is geen golf te zien in de baai. Maar als we op het punt staan om de loopplank op te stappen, wordt die door de bemanning haastig ingehaald. Als enige uitleg wijzen ze naar de lucht. Boven de berg zien we met grote snelheid zwarte wolken langs het zwerk schieten. Achter de berg ligt de open zee die we over moeten naar het vliegveld op Koh Samui.

We worden voor onbepaalde tijd teruggestuurd naar de vertrekhal. Daar is het stervensdruk, omdat inmiddels ook de boot naar het vasteland is gearriveerd die evenmin uitvaart. Gelukkig is het nog steeds droog.

Net als we ons geïnstalleerd hebben in een restaurantje langs de waterkant, zien we dat het inschepen is begonnen en we haasten ons terug. In de rij naast ons voor de andere boot zien we Tuk, die haar dochter wegbrengt naar haar nieuwe school in Chumporn. We vinden een plekje in de VIP Room en nemen uit voorzorg een pilletje in tegen zeeziekte.

Dat was geen overbodige luxe. De VIP Room, midscheeps en hoog gelegen, blijkt nog de veiligste plek aan boord. Maar zelfs hier worden mensen zeeziek. Buiten op het achterdek hebben ze reddingsvesten aangetrokken. Er wordt gegild wanneer het schip dwars door de hoge golven rijdt. Midden op zee zien we een Thaise matroos een schietgebedje maken.

Op een gewone boot waren we misschien omgeslagen, maar een catamaran scheert over het wateroppervlak en ondervindt minder weerstand van de golven. Hoe het ook zij, ruim twee uur later staan we met knikkende knieën op de kade van Samui. Daar liggen zelfs de grotere Thaise visserboten, die op piratenschepen lijken, te wachten tot de storm gaat liggen. Niemand waagt zich nog op zee.

Wij waren de laatsten die Koh Tao konden verlaten. De veerdienst werd stilgelegd, want het ergste zou nog komen. Maar welbeschouwd was onze overtocht al onverantwoord.

Kristien gezien door Mark