Groot Bangkok

Bangkok telt twaalf miljoen inwoners en er rijden maar liefst tweehonderdduizend taxi’s rond. Iedere keer als we een taxi nemen, krijgen we delen van de stad te zien die nieuw voor ons zijn. Het gaat dus wel even duren voor we hier de weg weten.

Oorspronkelijk lag de hoofdstad van Siam, zoals Thailand toen nog heette, meer in het binnenland. Op een eiland tussen drie rivieren werd in 1350 een stad gesticht, die in de volgende vier eeuwen uitgroeide tot een metropool van allure.

Door zijn centrale ligging aan het water werd Ayutthaya een internationaal handelscentrum. Handelslieden uit China, India, Perzië en Japan vestigden zich in de stad, die in de 16e eeuw een van de rijkste en grootste steden van het Verre Oosten was. Er verrezen meer dan vierhonderd Boeddhistische tempels binnen de stadsmuren.

In de 17e eeuw kwamen de eerste westerse kooplui: Portugezen, Fransen en onze eigen VOC, die van Ayutthaya een doorvoerhaven maakte voor de specerijenhandel uit Indië. Aan de glorie van Ayutthaya kwam een einde toen in 1767 een 400.000-koppig Birmees leger de wereldstad van de kaart veegde. Wat vandaag de dag rest zijn indrukwekkende ruïnes van kapotgeschoten tempels en onthoofde Boeddhabeelden.

Voor toeristen zijn er twee attracties, die de waterscheiding tussen oost en west in een klap duidelijk maken. Voor een ritje op een olifantenrug staan westerlingen geduldig te wachten in de brandende zon. De Thai daarentegen gaan eer bewijzen aan de Boeddha in een modern tempelgebouw tegenover de olifantenstandplaats. Het goudkleurige beeld is van reusachtige afmetingen en lijkt bijna door het dak te stoten. Aan zijn voeten is het een gedrang van jewelste. Devotie en negotie lopen door elkaar. Een amulet rijker, lopen we naar de uitgang waar in plaats van een offervat een klein Boeddhabeeld staat op wiens hoofd serpentines van bankbiljetten zijn geplakt. Naast het beeld liggen nietmachientjes, waarmee je jouw gave aan de slingers kan vasthechten.

De nieuwe hoofdstad Bangkok is eveneens gebouwd langs een rivier en ligt dichter bij zee. De stad breidt zich nog steeds in lintvorm uit. Het centrum heeft een modern zakengedeelte met torenhoge hotels, winkelcentra en kantoren. Na de recente aardschok in Japan is onderzocht hoe schokbestendig de Bangkok’s hoogbouw is, en het resultaat is niet bemoedigend. Sommige grote koopcentra zijn xelfs ronduit onveilig. Maar niemand lijkt daarover in te zitten.

Tussen de wolkenkrabbers ingeklemd liggen de oude stadswijken. Zoals Baan Krua, de moslimwijk waar de zijdeweverijen gevestigd waren. Die nijverheid is inmiddels verplaatst naar een modernere behuizing buiten de stad. In Baan Krua zijn nog maar twee weverijen open, vooral voor de toeristen die het nabijgelegen Jim Thompsonhuis bezoeken.

De New Yorkse architect Jim Thompson nam bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog dienst als vrijwilliger in het Amerikaanse leger. Hij werd ingezet bij de inlichtingendienst OSS, de voorloper van de CIA, en belandde zo in Thailand. Na de oorlog vond hij zijn bestaan in New York maar saai en keerde terug naar Bangkok, waar het toerisme begon op te komen.

Thompson hielp met de inrichting van de eerste internationale hotels en ontdekte zo de zijdewevers van Baan Krua, die in grote armoede de prachtigste stoffen maakten. Hij hielp de wevers om een afzetmarkt voor hun productie te creëren en ging recht tegenover hun werkplaatsen wonen, aan de overzijde van het kanaal. Iedere ochtend stak hij het water over om te adviseren bij de kleuren en patronen van de zijde. Al gauw kreeg hij de bijnaam zijdekoning van Thailand.

Het huis van Thompson is tegenwoordig een museum. In een idyllisch gelegen ensemble van authentieke Thaise huizen die hij liet overkomen uit andere delen van het land – onder meer uit Ayutthaya – is zijn imposante Oosterse kunstcollectie ondergebracht. Een stichting, die zich inzet voor het behoud van de traditionele Thaise cultuur, beheert zijn erfgoed.

Tijdens een vakantie in het tropische regenwoud van Maleisië is deze legendarische figuur in 1967 op klaarlichte dag spoorloos verdwenen. Ondanks omvangrijke opsporingspogingen is hij nooit teruggevonden. Helderzienden noch forse beloningen voor wie met inlichtingen zou komen – niets of niemand heeft licht op zijn verdwijning kunnen werpen. Was het zelfmoord, ontvoering, of is hij wellicht verslonden door wilde dieren in de jungle? We zullen het nooit weten.

Kristien gezien door Mark