Buitenkans

Het loopt tegen vieren als de telefoon rinkelt. Ik dreig net weg te zakken in een middagdipje – het dagelijkse wegtrekkertje vanwege de hitte. Het is Tuk die belt en ze klinkt energiek. Of ik druk bezig ben?

Ze zit in het restaurantje van haar zus Tik waar zojuist een vriendin is gearriveerd van het vasteland. Die heeft allerlei decoratiemateriaal meegebracht dat mogelijk iets is voor ons huis. Misschien een buitenkansje, wie weet?

om op gang te komen drink ik gauw een kop koffie en loop naar de auto. Ik kan beter maar meteen gaan voordat het grote muggenbal begint. Als ik het restaurant inloop, zie ik alleen een paar klanten zitten eten. Vaste etenstijden bestaan hier niet, wie trek heeft gaat ergens zitten en wordt bediend. Ik loop naar de keuken waar een Birmese hulp achter de pannen staat. En dan hoor ik de stem van Tuk.

Achter de keuken ligt de wasserij van Tiks en Tuks moeder. Naast de droogtrommels is sinds een paar maanden een verhoging getimmerd die is afgezet met een hekwerkje van blauwe waterleidingbuizen. Dat is de box van Tiger, het zoontje van Tik dat afgelopen maart zijn eerste verjaardag heeft gevierd. Hier kan hij veilig leren lopen en een middagslaapje doen. Wie met hem wil spelen, stapt de box in. Die is groot – ik schat wel zo’n 8 m2 – maar vandaag zit hij propvol.

Ik zie vijf volwassen vrouwen, van wie er een languit op haar rug ligt als een groot uitgevallen baby, en natuurlijk Tiger die glorieert. Tuk staat buiten de box naast de tafel met het wasgoed. Die is afgeladen met grote half uitgepakte balen koopwaar, zoals je die hier in menig winkeltje kan vinden.

Van kokosnoten gemaakte schemerlampen, houten vaasjes met een tinnen versiering, olielampjes met een waxinelichtje in plaats van oliepit, gefiguurzaagde vogels als wandversiering en stapels ingelijste foto’s. Van orchideeën in allerlei kleuren, van de Prinses-Moeder met haar twee koningszonen Rama VIII en de huidige Rama IX. De vriendin die uitgeteld in het midden van de box zit ziet in een oogopslag dat ik niet haar gehoopte buitenkansje ben.

Maar dan valt mijn oog op een foto van een imposante auto uit het begin van de 20ste eeuw met een gezelschap westerse en aziatische mannen. Op de achterbank troont koning Rama V, de grote hervormer. Onder zijn bewind, dat duurde van 1868 – toen hij vijftien was – tot 1910, is Thailand gemoderniseerd. Hij maakte in 1898 een lange rondreis door Europa, waarbij hij onder meer Nederland en Rusland aandeed. Zo legde hij contacten om zijn land op nieuwe leest te schoeien zonder politiek afhankelijk van het buitenland te worden. Thailands grote trots is dat het nooit of te nimmer is gekolonialiseerd.

Hij stuurde zijn zoons – hij had er vierenveertig, naast drieëndertig dochters bij veertig vrouwen – naar het buitenland om er te studeren zodat hij ze later kon inzetten op belangrijke regerings- en handelsposten. Bovendien riep hij de hulp in van buitenlandse experts om leger en vloot op te bouwen en voor de aanleg van spoorwegen en andere infrastructuur. Bangkok had de eerste tramlijn van heel Azië.

De Nederlandse ingenieur J. Homan van der Heide – ‘de koning van de waterwegen’ – ontwikkelde een waterhuishoudingssysteem om de rijstvelden nat te houden. Alleen door tegenwerking van de Engelsen, die andere belangen in Thailand hadden, werd het niet gerealiseerd.

De vrouwen in de box zien mijn aarzeling. Dan is er een die ingrijpt. In elk huis moet een foto van koning Rama V hangen – zegt ze gedecideerd. De koning die als stichter van het huidige Thailand jaarlijks op 23 oktober wordt herdacht. Ik denk aan Homan van der Heide en de banden tussen Hollanders en Thai en hak de knoop door. Sinds vanochtend prijkt de foto aan onze muur. Geen Engelsman heeft daar een stokje voor kunnen steken.

Kristien gezien door Mark