Spiegeltje, spiegeltje...

Mijn moeder zei het vroeger al: jongens zijn veel ijdeler dan meisjes. En zij kon het weten als trotse bezitster van vijf zonen. Ook al vond ik die uitspraak vooral een kritiek op mij, haar enige dochter, toch krijg ik hier steeds meer het vermoeden dat ze gelijk had.

De Birmese bouwvakkers die de laatste maanden op onze oprijlaan bivakkeren en daardoor praktisch onze huisgenoten zijn geworden, vormen het levende bewijs van haar stelling.

Het zijn jonge jongens die dag in dag uit bouwmaterialen aandragen naar de plek waar inmiddels een flink bouwwerk is verrezen. Ze wonen tijdens de duur van het karwei in en inderhaast opgetrokken loods op palen. Er zijn twee ruimtes, een om te slapen en een om te eten. Zo hebben ze gratis logies en waken ze bovendien over het bouwterrein.

Om klokslag acht uur ’s ochtends komen ze aanlopen met hun kar waarop zand en stenen worden vervoerd.Maar alvorens te laden en lossen stoppen ze naast onze auto. Hun doel is de autospiegel. Ze hurken voor de buitenspiegel om te kijken of ze er goed uitzien, frunniken wat aan hun kapsel en gaan dan fluitend aan het werk.

Er zijn momenten van de dag waarop ze bij iedere passage even in de spiegel gluren. Soms merk ik bij het wegrijden dat ook de binnenspiegel is gebruikt, omdat hij helemaal is gedraaid.

De leukste scène was twee dagen geleden, de 16e, een vrije dag. In de middag toen ik in de keuken stond, kwam er een jongen van de bouwplaats aanlopen die genietend aan een sigaretje trok. Hij stopte voor de autospiegel om uitgebreid te bestuderen hoe hij oogde in zijn nette kleren. Het was duidelijk dat hij hiervoor speciaal naar beneden was gekomen. Tevreden met het resultaat, blies hij een rookwolk naar de spiegel en keerde om.

Wij checkten mijn moeders wijsheid bij Flavius. Zou kunnen, zei hij zuinigjes. Nu begrijp ik waarom wij twee meer dan levensgrote spiegels in de slaapkamers hebben hangen. Door onze zoon als onmisbaar beschouwd.

Kristien gezien door Mark