Postkantoor

Het postkantoortje aan de haven opent ’s ochtends om 9.00 uur zijn deuren, maar meestal is er dan nog geen klant in zicht. Er zijn twee balies waarvan de ene in gebruik is voor binnenlopende klanten; aan de andere wordt inkomende en uitgaande post verwerkt.

Bij aankomst zie ik een van de postbeambten buiten op de stoep zitten. Hij staart slaperig in de verte en lijkt verbaasd als ik naar binnen wil om een brief te frankeren. Zijn collega laat op zich wachten en als ik eindelijk mijn zegeltjes heb opgeplakt, stap ik weer naar buiten.

De ambtenaar op de stoep komt nu overeind. Hij opent met zijn sleutel de brievenbus die pal voor de deur staat en haalt de post tevoorschijn. Misprijzend kijkt hij naar de flinke stapel in zijn handen. Al die ansichten en briefjes moeten worden. Ook voor de post is het hoogseizoen! Zuchtend onder de werklast loopt hij naar binnen.

De eerste maanden dat we hier woonden ontvingen we geen post. Ons huis was nog niet klaar en ons adres bestond alleen voor het kadaster. Een bezoekje aan het postkantoor moest daar verandering in brengen.

Ik trof een al wat oudere man die best bereid leek om te helpen, maar die mij nauwelijks verstond. Met hulp van iemand die de post aan het sorteren was en die een beetje Engels sprak, en op vertoon van mijn zelfgemaakte visitekaartje begrepen ze wat de bedoeling was: ik wilde post op dat adres. Maar ze wisten niet waar dat was.

Adressen op Koh Tao zijn niet eenvoudig. Het land is opgedeeld in genummerde percelen, die weer zijn onderverdeeld in moo’s – groepjes huizen. Straatnamen zijn er niet, maar wel huisnummers. die nummers worden uitgegeven op volgorde van inschrijving bij het kadaster. Zo komt het dat nummer 25, dat ons buurhuis zou moeten zijn, onder aan de weg ligt. Voor een postbode dus een lastige klus.

Extra ingewikkeld werd het toen ik moest uitleggen dat het huis nog niet klaar was en dat ik daarom tijdelijk de post op het adres van de kinderen wilde ontvangen. Het was maar goed dat het nog vroeg was, want de grens van hun klantvriendelijkheid leek bereikt.

Ik besloot de boel te vereenvoudigen en gaf ze het visitekaartje met daarop de naam van Tuk en haar huisnummer. Ja, die naam en dat adres kenden ze wel. De sorteerder nam het kaartje om het aan de muur te prikken als geheugensteuntje en ik verliet opgelucht het kantoor. Dit ging goed komen.

Daar was Tuk niet zo zeker van toen ik het haar vertelde. Post voor Flavius werd nog steeds niet aan huis bezorgd. Hij moest telkens naar het postkantoor om bij de stapel Poste Restante te kijken onder de S. Wie schetst onze verbazing toen de postbode een paar dagen later met een pak brieven kwam, bestemd voor ons. Alles wat was blijven liggen werd in een klap bezorgd.

Toen we goed en wel verhuisd waren, was het tijd voor de volgende stap. Nu moest de post naar ons eigen adres. Weer stond ik vroeg op de stoep van het postkantoor. Die aardige man van de vorige keer was er niet. Er zat nu een bullebak, die niet sprak maar gromde. Ai!

Ik begon met de vraag of hij een brievenbus verkocht. Bij de buren van Flavius had ik er een gezien die ik gauw had gefotografeerd. Plaatjes doen wonderen als je de taal niet spreekt. En jawel hoor, een brievenbus, de laatste die hij had. Nu nog even de adreswijziging en alles was in orde. Maar daar liep het mis tussen ons.

De man herhaalde steeds opnieuw dezelfde zin: de post wordt bezorgd op het adres dat op de envelop staat. Was dat maar waar. Op alle mogelijke manieren probeerde ik uit te leggen dat in de sorteerruimte een kaartje hing waarop ons adres 11/26 tijdelijk veranderd was in 12/13. Tevergeefs. De beambte wond zich op en begon steeds luider zijn tekst op te zeggen. Dat liet ik me niet gebeuren, en blafte terug. Ik wilde zelfs de sorteerruimte in stappen om het kaartje van de muur te halen, maar hij belette me de doorgang.

Inmiddels hadden we bekijks gekregen van nieuwe klanten die afkeurend toekeken. Thai gaan nooit in discussie met een ambtenaar. Ik koos eieren voor mijn geld, betaalde de brievenbus en droop af.

In de daaropvolgende dagen hebben we de brievenbus geïnstalleerd en bleven hopen op de komst van de postbode. Tuk zou hem vragen zodra hij met post voor ons kwam om die bij ons nieuwe huis af te leveren en zou hem wijzen waar dat was.

Er gingen weken voorbij zonder dat er iets gebeurde. Onze post kwam nog steeds bij de kinderen. Tot ik op een middag uit het keukenraam de postbode op zijn brommer zag aankomen. Alsof hij nooit anders had gedaan reed hij recht op onze knalrode brievenbus af.

Ik snelde naar buiten om de brieven zelf in ontvangst te nemen want de brievenbus is veel te klein voor de meeste poststukken die we ontvangen. Sindsdien loopt de bezorging gesmeerd. Ik ben zelfs maatjes geworden met de bullebak, die eigenlijk best aardig is. Hij spreekt alleen nauwelijks Engels.

 

Kristien gezien door Mark