Afwas

Ik ben pas laat bekeerd tot de afwasmachine. Het moet rond 2005 geweest zijn dat ik door de knieën ging. Daarvoor vond ik alle argumenten om zo’n apparaat aan te schaffen onzin.

koken–eten–afwassen was voor mij een soort drieëenheid. En als je aan de eerste twee geen hekel hebt, waarom dan wel aan nummer drie? Om pathetische uitroepen als ‘die machine heeft mijn huwelijk gered’ of ‘nooit meer ruzie met de kinderen om afwasbeurten’ moest ik glimlachen. Een huwelijk kan op vele manieren stuk en ruzie met de kinderen krijg je wel om andere huishoudelijke taken. Daar helpt geen afwasmachinelief aan.

Totdat we in Frankrijk opeens een piepklein keukentje kregen waar ik nauwelijks uit de voeten kon. het was mijn oudste broer die mijn ogen opende. Een afwasmachine moest ik zien als een extra kast, waarin ik van alles kon wegzetten. Zo had ik het nog nooit bekeken. De volgende dag hebben we een machine aangeschaft en het bleek inderdaad een geniale oplossing voor het ruimteprobleem.

Ik moest aan die machine denken toen ik vandaag weer eens westers heb gekookt: rode kool met appeltjes, aardappelen en een gehaktbal. Het blijft gek om in deze temperatuur zoiets te eten, maar ik zag bij het boodschappen doen zo’n kooltje in de winkel liggen. Hier raspen ze dat door een rauwkostsalade.

Pas na de maaltijd drongen de verschillen in eetstijl tot me door. Ik had een reuzenafwas! Drie pannen in plaats van een, drie schalen in plaats van een, veel meer bestek dan anders. Voor het eerst miste ik mijn afwasmachine. Want voor iedere afwas moet ik eerst warm water maken. Dat komt hier niet uit de kraan.

Voorlopig kook ik weer lekker Thais, of wat ik daar van bak. Rijst gaart in de elektrische rijstkoker; dat is echt geen werk. En een wok voor de rest: vlees of vis en groenten. Een kind kan de (af)was doen.

Kristien gezien door Mark