Jungle

Wie in het noorden van Thailand verblijft, ontkomt niet aan een tochtje door de jungle. Een van de grote trekpleisters in Chiang Mai is een excursie naar een olifantenkamp. Omdat het in oktober nog net laagseizoen is, kan dat in klein gezelschap.

Het kamp ligt in de bergen op een uurtje rijden van de stad. Hier is geen bebouwing meer en nauwelijks verkeer. Al gauw zien we de eerste olifanten op de hellingen boven de rivier. Aziatische olifanten zijn iets kleiner dan hun Afrikaanse soortgenoten, maar nog steeds imposant. Alleen de mannetjes hebben hier slagtanden, zo hou je ze makkelijk uit elkaar. Het kamp huist zestig olifanten van alle leeftijden, waaronder opvallend veel baby’s.

Olifanten worden in Thailand beschouwd als heilige dieren. Zij zijn van oudsher het symbool van het koningshuis en hun afbeelding brengt geluk. Ze hebben zelfs hun eigen feestdag: Nationale Olifantendag, op 13 maart. Als zo’n kolos je nat trompettert roepen de Thai opgewekt: Holy water! terwijl wij terugdeinzen.

Denk niet dat die heilige dieren een luizenleventje hebben. Het is hard werken in zo’n kamp, want van het ochtendgloren tot aan de avondschemering hebben zij een fikse dagtaak. Behalve dat ze met toeristen op hun rug door de jungle stappen, voeren ze een ware show op.

Wie heeft ooit een olifant zien dansen? Het moet gezegd, ze hebben niet allemaal evenveel talent. Maar er was er een, een mannetje, dat gewoonweg stond te swingen. Hij wiegde met zijn kop op de maat en maakte pasjes die de anderen niet op hun repertoire hadden. Onverwachte elegantie bij zo’n reus.

Dansen was trouwens niet het enige wat ze konden. We kregen ook een voetbaldemonstratie waarbij ze gericht op doel schoten. Maar het meest indrukwekkend was het optreden van drie olifanten die konden schilderen.

Eerst werden er in de piste drie ezels opgesteld, bespannen met grote vellen papier. Geen gewoon papier, maar iets wat de gids ons al had laten zien. Alle olifantendrollen in het kamp worden verzameld en uitgewassen. Wat rest na het spoelen zijn pure vezels. En daarvan maken ze ter plekke papier. Dat is nog eens recyclen.

Elk van de olifanten nam plaats voor het doek en wachtten op hun oppasser. De mahout prepareerde een kwast en stak die in de slurf van zijn olifant. Het feest kon beginnen. De ezels waren zo opgesteld dat het publiek op de tribune nauwelijks kon zien wat er op het doek gebeurde. Des te meer kon je de nauwgezetheid van de artiesten bewonderen.

Telkens als de verf op was, nam de mahout de kwast weg, doopte hem in de verf en bood hem opnieuw aan. Je zag de olifanten langzaam het vlak vullen, met fijne lijnen en soms met een brede kwast op het papier slaand. Het duurde een tijdje, maar het resultaat was verrassend.

De meest getalenteerde was het snelste klaar. Zij had een olifant getekend met opgeheven slurf temidden van het plaatselijke landschap. De verf die zij op het papier had gekletst vormde het groen van de jungle. Later in de souvenirwinkel zagen we dat zij nog een aantal varianten op dit thema in haar mars had. Bovendien kon zij als enige haar werk signeren.

De andere twee maakten een niet onverdienstelijk stilleven met bloemen en een landschapsschildering. Dat je ze zoiets moeilijks kan aanleren. Olifanten zijn veel slimmer dan ik dacht.

De minder begaafden uit de kolonie doen het vervelende werk. Rondjes draaien door de jungle met toeristen op hun rug. Om ze in die tredmolen te houden zijn er om de paar honderd meter stopplaatsen gemaakt, waar je de dieren kan verwennen met bananen of bosjes suikerriet. Zelfs al wil je ze niet voortdurend iets aanbieden, dan stoppen ze toch bij hun snoepwinkeltjes. Net zo lang tot je toegeeft.

Na zo’n dagje olifanten in het wild kijk je nooit meer met dezelfde ogen naar zo’n grijze gigant. Wie naar Thailand komt, moet zeker Chiang Mai aandoen. Het klimaat is er bovendien een stuk aangenamer dan in Bangkok of het zuiden. Doen!

Kristien gezien door Mark