Omgangsvormen

Sinds kort troon ik achter mijn nieuwe schrijftafel. Veilig en wel door de waterlinie geloodst uit Chiang Mai, waar we hem in oktober hadden gekocht. Na een maand kreeg ik een telefoontje van de vervoerder dat de meubels op de boot stonden.

Tuk ging ze ophalen in de vrachthaven en was verbaasd omdat er maar vijf kleine pakketten in de zending zaten. Alleen de terrasmeubels bleken verstuurd. Mijn schrijftafel en de boekenkast voor Hans, die van een ander adres moesten komen, ontbraken. Hier was duidelijk iets misgegaan.

Gelukkig had ik nog een kaartje van de winkel waar we de spullen hadden aangeschaft. De verkoper was nota bene degene die het vervoer voor ons had geregeld. Tuk belde met de zaak. De Engelssprekende verkoper was er die dag niet, dus deed zij nu het woord. Ik luisterde met studie hoe zij het aanpakte.

Ze infomeerde naar de meubels van Khun Nicolaas. Khun is een beleefdheidsvorm en Nicolaas de eerste voornaam van Hans. In het Thais draaien ze de volgorde van voor- en achternamen om. Nicolaas Sleutelaar is hier dus meneer Nicolaas. Het is even wennen…

Kortom, meneer Nicolaas was niet tevreden want zijn meubels stonden nog in de winkel waar hij ze ruim vier weken eerder had gekocht. Ik kon het gesprek niet verstaan maar begreep wel de strekking. Tuk bleef heel vriendelijk, maar wel beslist: nu moest er toch actie komen. Haar werd beloofd dat de verkoper de volgende dag terug zou bellen.

Wij hoorden niets de dagen daarop. Inmiddels heb ik geleerd dat je niet teveel vragen moet stellen. Iets komt goed, of niet. En jawel, een week later kreeg ik te horen dat de meubels nu op transport waren en weer een week later bleken ze opeens gearriveerd.

In de dagelijkse omgang zijn de Thai voorkomend en beleefd. Laatst was de auto in de garage en liepen we naar beneden om inkopen te doen. Pi Noj, de bouwmeester, kwam ons achterop gereden op zijn scooter. Hij stopte om te vragen waarom we te voet waren en bood meteen aan mij achterop te nemen. Het gebaar alleen al.

Bij een ontmoeting is het eerste wat een Thai zegt: heb je al iets gegeten? Eten kunnen ze hier de hele dag door, en samen eten is het toppunt van gezelligheid. Als ze iets bij je zien wat ze mooi vinden – een kledingstuk of iets in huis – dan vragen ze meteen: wat heb je daarvoor betaald? Als het antwoord ermee door kan, dan knikken ze je goedkeurend toe. Afdingen is een kunst, en wordt hier als zodanig gewaardeerd. Ik kan helemaal niet afdingen, maar krijg soms korting zonder erom te vragen.

Respect is hier nog geen afgedankt begrip. Op de verjaardag van de koning zag je er nog een mooi voorbeeld van in de tv-verslaggeving. De koning hield, tegen alle verwachting in, toch een toespraak. Zijn conditie was duidelijk verslechterd sinds vorig jaar. Hij had moeite met het voorlezen van zijn tekst. Zijn stem haperde af en toe. Op die momenten werd het beeld discreet weggedraaid en kreeg hij de gelegenheid weer op gang te komen.

Vanochtend gingen we benzine tanken. De pompbediende was een piepjong ventje dat door een oudere collega ingewijd werd in de geheimen van het vak. Nog nooit heb ik iemand zo zorgvuldig de tank zien vullen. Tot de nok toe vol en zonder een spatje te morsen. Tweehonderdzestig Baht moesten we afrekenen. Hij durfde het haast niet te zeggen, zo duur vond hij het zelf. Om deze aderlating (bijna een Thais dagloon) voor ons te verzachten, zei hij glimlachend in zijn beste Engels: Many, many, inside.

Kristien gezien door Mark