Klein India

Aryaa
Aryaa

Ik zit op een plastic krukje op een hoek van de drukke Sukhumvit road midden in de Indiase wijk van Bangkok. We kopen dvd’s van nieuwe tv-series en de jongens van ons vaste kraampje zoeken naar de titels op ons lijstje. Als ze iets op de lijst niet zelf hebben, rennen ze weg om het bij collega’s voor ons aan te schaffen.

Soms is de kwaliteit van films niet bepaald optimaal, lees: regelrecht van internet gekaapt en nog niet voorzien van kleurcorrectie en ondertitels. In dat geval krijgen we de raad te wachten tot ons volgende bezoek. Teleurstelling voorkomen is ook een vorm van klantenbinding.

Er schuifelt een onafgebroken stroom mensen langs de koopwaar. Het niet al te brede trottoir, waarboven de betonnen bak van de Skytrain uittorent, is alleen ‘s ochtends vroeg normaal begaanbaar. Vanaf het middaguur wordt het aan weerszijden volgebouwd met kraampjes, waar van alles en nog wat te koop wordt aangeboden. Van boxershorts, koffers, t-shirts en haarspelden tot pornofilms en opvallend veel ‘viagra’. Het is vermakelijk om te zien wie waar stilhoudt, al is het wel voorspelbaar.

In het snel invallende duister valt mijn blik op een helverlicht reclamebord aan de overkant van de straat: Aryaa’s Indian Restaurant. Aryaa, mijn hemel. Is dat een Indiase naam? De Aryaa die ik gekend heb was een Iraniër, waar onze dochter mee thuis kwam. Ze was in lijn 2 door hem aangekatst met de opmerking: ‘Wat zal jij mooie kinderen krijgen’.

Hij zag eruit als een Oosterse prins uit de sprookjes van 1001 nacht, en zij viel als een blok voor hem. Ze zijn samen uit de tram gestapt om iets te gaan drinken bij Keyzer naast het Concertgebouw. Van het een kwam het ander, en zo had ik opeens een Iraanse schoonzoon.

Het werd een stormachtige verhouding, waar het hele gezin bij betrokken raakte. Aryaa zocht de Nederlandse nationaliteit en was al een flink eind gevorderd in de procedure. Als steuntje in de rug schreef ik een brief voor zijn dossier, waarin ik verklaarde dat hij mij hielp bij het schrijven van een kookboek.

Ik was bezig met de bewerking van een Russisch kookboek uit de tsarentijd. Een handboek voor de betere standen met hun uitgestrekte landgoederen. Recepten voor alledag, voor ontvangsten en partijen, en een aparte afdeling voor de maaltijden van het personeel. De hoeveelheid ingrediënten waarmee de diverse gerechten werden bereid was indrukwekkend. Zestig eieren voor een nagerecht bijvoorbeeld. Een feest om te lezen, maar praktisch onuitvoerbaar.

Mijn nieuwe schoonzoon was van alle markten thuis. Hij zong en speelde niet onverdienstelijk viool. Bovendien kon hij heerlijk koken. Soms kookte hij Iraans voor ons. Op een dag kwam hij thuis met een hele schaapskop, speciaal besteld bij de Marokkaanse slager. Van die kop trok hij een nacht lang bouillon, die hij de volgende dag omtoverde tot een verrukkelijke soep. En dan zijn pilaf met korst! Gekookt en gestoomd boven een korst van rijst aangemaakt met ei, die langzaam bruin bakte. Zijn kookkunst leverde hem mijn aanbevelingsbrief op, en die brief bezorgde hem indirect een Nederlands paspoort.

Maar op de dag dat hij zijn paspoort kreeg, toonde hij vol trots een stapeltje andere paspoorten, allemaal met zijn foto en allemaal op een andere naam. Ik schrok. Wat had ik nou gedaan? En wat wisten we eigenlijk van de man die met onze dochter scharrelde?

Aryaa had zich aan haar voorgesteld als een handelaar in diamanten. Hij beweerde in Antwerpen stenen te kopen voor de vrouwen van de sultan van Brunei, in wiens paleis hij een eigen gastenkamer had waarvan hij de sleutel bij zich droeg. Toen we hem wat langer kenden, liet hij wel eens iets van zijn handelswaar zien. Dan haalde hij een opgevouwen papiertje uit het borstzakje van zijn Armanipak. In het midden lag een glimmende steen met vele facetten. Een kostbare diamant, zoals hij zei? Wat mij betreft kon het ook glas zijn.

Dat kwam mede door de manier waarop hij met die kostbaarheden omging. Hij liet zijn handelswaar gewoon in huis rondslingeren, zelfs als hij dagen weg was. We hebben er nooit een seconde over gedacht om die stenen eens van dichtbij te bekijken. We zouden echt niet van vals hebben kunnen onderscheiden. Omdat we zo goed van vertrouwen waren, moet hij zich bij ons veilig hebben gevoeld. Toch liep uiteindelijk alles mis. Aryaa – of hoe hij ook mocht heten – bezat niet alleen meerdere paspoorten maar hield er ook meerdere vrouwen op na. En dat bleef geen geheim.

In Amsterdam had hij, naast onze dochter, een oudere zakenvrouw aan de hand. Zij stak haar gigolo regelmatig in de duurste kleren en als dank gebruikte hij haar als onderpand bij de beroving van een Antwerpse diamantair. Terwijl zij op hem bleef wachten bij de handelaar, verdween hij spoorloos met een gele diamant, zogenaamd om die aan de sultan te tonen die verderop in een hotel zat. Aryaa bleek een meesteroplichter. Hij vèrkocht diamanten; aan inkoop deed hij niet.

Ook al had hij van de meest elementaire dingen geen weet – volgens hem was de aarde plat en stortte je voorbij Japan in het heelal – hij wist feilloos hoe je mensen om de tuin moest leiden. Wij zijn er achteraf gezien nog goed vanaf gekomen. Eén keer heeft hij op het punt gestaan iets op te biechten, tenminste zo leek het. Hij keek beschaamd en zei dat hij zijn leven wilde veranderen. Net toen hij van wal leek te steken, kwam er iemand de kamer binnen en was het momentum voorbij.

Toen de diamantroof in de pers kwam en hij door de politie werd gezocht, dook hij op in Duitsland. Hij had er zonder dralen een steenrijke erfgename gestrikt en zwanger gemaakt en zij stond op het punt om met hem te trouwen. Aan het politieverhoor werkte hij probleemloos mee, en toen bleek pas hoe geniaal hij de roof had opgezet. Aryaa was niet te pakken. De schijnwerper viel daarentegen op de Antwerpse handelaar met zijn gele diamant, die niet geregistreerd stond. Stelen van een dief, dat ligt toch net even anders.

Een jaar later hoorden we dat Aryaa in Duitsland vader was geworden van een dochtertje, maar dat het huwelijk was stukgelopen en hij inmiddels weer terug was in Amsterdam. Platzak. In de tussentijd was er meer informatie losgekomen over onze ‘schoonzoon’. Bij de ex-agenten van de Mossad (de Israëlische geheime dienst), door de Antwerpse diamantair ingeschakeld om zijn steen terug te halen, was zijn identiteit bekend. Hij kwam inderdaad uit Iran, uit een gegoede familie, waarvan hij het zwarte schaap was. Hij werkte als lijfwacht van de sjah. Toen die verdreven werd door de ayatollahs moest Aryaa ook het land uitvluchten. Hij kwam terecht in Japan en raakte daar in de onderwereld verzeild. De littekens op zijn onderarmen probeerde hij zelfs op snikhete dagen te bedekken. Een souvenir uit die periode? Zijn familie wilde graag dat hij terugkwam naar Iran, maar zijn naam stond op de zwarte lijst.

We wisten dus dat hij weer in de stad was opgedoken, maar hij liet wijselijk niets van zich horen. Op een ochtend ging ik vroeg het huis uit naar mijn werk. Mijn fiets stond voor de deur, maar eerst moest ik de vuilniszak wegbrengen naar de nieuwe ondergrondse container op de hoek. Ik duwde de zak in de klep en liep terug naar mijn fiets. Maar halverwege voelde ik ogen in mijn rug branden en dus keek ik om. In de schaduw van een bloeiende kastanje achter de vuilstortkoker stond een man in spierwit overhemd en donkere broek mij aan te staren. Ik had geen idee wie het was en haalde mijn schouders op.

Onderweg op de fiets besefte ik opeens wie daar gestaan had. Dat was Aryaa! Te beschaafd om zich kenbaar te maken, te beschaamd ook misschien. En bovendien stond hij daar niet voor mij, maar om een glimp op te vangen van mijn dochter. Die zat niet bepaald op hem te wachten en was inmiddels zwanger van een ander. Ook niet de ware Jacob, helaas. Maar een mooi kindje werd het wel. Dat had hij destijds goed gezien in lijn 2, die Aryaa.

Kristien gezien door Mark