Klussen

Ons favoriete ontbijtadres wordt gerund door een goedmoedige vrouw van begin vijftig. Zo iemand van wie je meteen denkt: die kan koken. Het is een goedlopende zaak, ook al is de menukaart beperkt tot kip en varkensvlees met rijst. Ik heb er al eens eerder over opgeschept.

Ze heeft de wind eronder bij haar personeel, een stel jonge Thaise meiden die serveren en pepertjes schoonmaken voor de dagelijks verse chilisaus. Niets komt hier uit een potje. Het eethuis is een goed geöliede machine waar haar man geen rol in speelt.

Wij ontbijten rond de klok van achten en meestal is er van hem dan nog geen spoor. Maar vanochtend is hij overduidelijk aanwezig. Eerst jaagt hij met een bezemsteel hun jonge hond weg bij onze tafel. Vervolgens gaat hij met die bezem aan de slag in een hoek van het restaurant. Als hij ziet dat hij daarmee grote stofwolken onze kant opjaagt, houdt hij er meteen weer mee op.

Die hoek werd tot voor kort gebruikt als tweede keuken. Er was een extra kokkin ingehuurd om het aanbod van gerechten uit te breiden. Maar het experiment was van korte duur. De klanten komen voor de specialiteiten van het huis en niet voor wat je elders ook kan krijgen. En dus werd die keuken na een paar maanden weer onttakeld. Er stonden enkel nog een lege vitrinekast, een diepvrieskist en een tafel met ongebruikt kookgerei.

Nu zijn er blijkbaar plannen voor een nieuwe bestemming. De man komt orde scheppen in de chaos, al hij lijkt niet precies te weten hoe. Eerst ontruimt hij de diepvrieskist door alles wat erop staat naar de vitrinekast te verplaatsen. Op afstand bekijkt hij het resultaat. Nee, dat is blijkbaar niet naar zijn zin. Even later staat alles weer op zijn oude plek. Dan maar de tafel. Die wordt tegen een andere wand gezet, maar ook die opstelling bevalt hem niet.

Hij krabt zich eens achter het oor. Zijn oog valt op een grote plastic zak tussen de rotzooi. Die pakt hij op, frommelt hem tot een prop en legt hem ergens anders. Maar zodra hij de prop loslaat, wordt het weer dezelfde grote zak die hem zo ergert. Hij haalt zijn schouders op en loopt vragend met een oude snijplank naar zijn vrouw. Zij maakt een gebaar richting vuilnishoop. Dit is het eerste concrete klusje dat hij verricht.

Ik heb wel eens gelezen dat wie niet kan klussen, geen Chinees kan zijn. Dat geldt ook voor de Thai. De meeste mannen zie je altijd bezig, behalve waar de vrouw kostwinner is. De schoonvader van Flavius is zo’n bofkont. Zijn vrouw drijft een wasserij en wordt elke ochtend door hem op de scooter naar haar werk gereden. Zodra hij haar heeft afgezet, is hij vrij. Soms zie je hem met een vriend achterop breed grijnzend over het eiland tuffen. Twee zorgeloze vrije jongens.

Toch moet hij handig zijn, want hij heeft op hun land zelf een paar huisjes neergezet. Maar dat wil nog niet zeggen dat hij ook een vakman is. Als ik aan Tuk vraag of hij iets bij ons kan repareren, kijkt ze me verschrikt aan. Nee, nee! Dat wil ze ons niet aandoen.

Deze restaurantman lijkt me uit hetzelfde hout gesneden. Wanneer we even later afrekenen, zit hij tevreden met zijn vrouw aan tafel. Een stevig ontbijtje heeft hij wel verdiend.

Kristien gezien door Mark