Kleur

Soms sta ik ’s ochtends voor de kast te aarzelen wat ik aan zal trekken. Wat dan de doorslag geeft is kleur. Ik kies de kleur die mij die dag het meeste aanspreekt. Maar af en toe blijkt na een paar uur dat ik er naast zit: nee, toch maar geen geel vandaag.

Als ik in Thailand was geboren, had ik niet zo hoeven dubben want hier heeft elke weekdag een vaste kleur. Dat is een overblijfsel uit de Hindoe mythologie, waarin elke dag gewijd is aan een god met zijn eigen kleur. Zo is de zondag rood, de maandag geel, de dinsdag roze, de woensdag groen, de donderdag oranje, de vrijdag blauw en de zaterdag paars. Handig als je ouder wordt, want je hoeft maar om je heen te kijken om te weten welke dag het is. Op Koh Tao gaat menigeen gekleed volgens die kleurencode.

Ieder mens hier heeft zijn geboortekleur. Koning Bhumibol is geboren op een maandag en zijn kleur is dus geel. Op maandagen zie je in Thailand een zee van geel uit respect voor het staatshoofd. Zijn populaire dochter, prinses Engel, is een zaterdagskind. Op haar verjaardag zijn alle spandoeken en banieren in Bangkok paars. Volgens deze traditie is mijn kleur roze, een kleur die ik de laatste jaren onbewust steeds vaker draag.

Die zeven kleuren vind je ook terug in de esoterische anatomie. Het Hindoeïsme onderscheidt zeven energiebronnen – chakra’s – in het menselijk lichaam. Elk van die chakra’s heeft zijn eigen kleur. Door een bepaalde kleur te dragen stimuleer je naar het heet de bijbehorende energiebron. Kleur bekennen is dus nog gezond ook.

In een tempel in het noorden hebben we laatst ontdekt dat er behalve een vaste kleur voor elke weekdag ook een vaste dagafbeelding van de Boeddha bestaat. Er zijn zeven houdingen: zittend, liggend, staand en met de handen op verschillende manieren gevouwen. De Boeddha van dinsdag is de enige die ligt, leunend op zijn rechter elleboog. Mijn favoriet.

Kristien gezien door Mark