Mondzorg

Het Thaise alfabet kent een letter die For Fan heet. Fan betekent ‘tand’ en de geschreven letter – heeft wel iets weg van een tand. Eindelijk eens een ezelsbruggetje. Onze lokale tandarts heeft die letter gebruikt in haar beeldmerk. Pas toen ik het alfabet leerde, herkende ik die grap.

Van de week moesten wij bij haar langs vanwege een probleempje. Helaas kon zij niet veel doen, omdat het om een kies ging die niet meer te redden valt. Ouderdom komt met gebreken. Toch probeerde zij nog om hem met kunst- en vliegwerk overeind te houden en produceerde een vulling die geen echt houvast meer heeft. Ze kon niet garanderen dat hij lang zou meegaan en bereidde ons zo voor op een grotere ingreep in de toekomst. Nu kwamen we voor een tientje weg.

 

Wat een verschil met de tandarts die wij in Frankrijk hadden! De tandarts in ons dorp was een Bask, die zich een ‘economische vluchteling’ noemde. Hij was verbaasd dat wij ons vrijwillig in Normandië hadden gevestigd. Een reuze aardige man maar zodra hij iets ingewikkelds moest verrichten, verwees hij je naar een collega. Hij had geen zin in complicaties, legde hij me eens uit toen ik vroeg of hij mijn verstandskies wilde trekken. Soms weigerde hij ook betaling voor een consult. Ik heb het niet nodig, luidde dan zijn commentaar.

Op een dag stuurde hij Hans door naar de kaakchirurg in de bedevaartsplaats Lisieux, de dichtstbijzijnde stad. Die tandartspraktijk was gevestigd in een flatgebouw achter de winkelpromenade en het duurde even voor we het adres gevonden hadden. De deur werd geopend door een curieus uitziende vrouw met felrood geverfde lippen en een schelle stem. Tante Sidonia in levende lijve.

Ze liet ons plaatsnemen in de wachtkamer, waar de wanden behangen waren met ingelijste diploma’s van de kaakchirurg. In diverse talen werd zijn kundigheid bewezen: een cursus homeopathie en diverse specialisaties in het alternatieve circuit. Je reinste patiëntintimidatie. De tandarts zelf bleek ook iets aparts. Terwijl hij voor ons uitliep naar de behandelkamer hadden we vol zich op zijn blote rug. Zijn doktersjas hing nonchalant aan één touwtje om zijn nek geknoopt en zijn – blote – voeten staken in witleren bordeelsluipers.

Binnen maakte hij een hoop theater. Mij vond hij maar een pottenkijker; ik hoorde in de wachtkamer thuis. Met veel moeite kreeg ik een stoel aangeboden. Hans nam hij wel voor vol en hij begon op volle snelheid in het Frans tegen hem te ratelen. Jammer, want nu kwam hij toch bij mij terecht omdat ik hem als enige kon verstaan.

Dat theater had uiteraard alles te maken met de exorbitante prijs die hij voor zijn diensten vroeg. Toen hij begreep dat we niet voor tandartskosten verzekerd waren, glommen zijn oogjes – nu kon hij ons buiten zijn administratie houden. Een fatsoenlijk man zou ons hebben laten meedelen in dat voordeeltje, maar hij niet. Gelukkig hadden we net een erfenis gekregen, al was ik dat geld liever niet aan deze aansteller kwijt geweest.

Het was een vakman, dat dient gezegd. Maar tussen hem en mij heeft het nooit geboterd. Mijn verstandskies wilde hij niet trekken. Hij beweerde glashard dat ik hartklachten zou krijgen zonder die kies. Ik heb het hele internet afgezocht naar een verband tussen die twee, maar heb niks kunnen vinden. Uiteindelijk heb ik een kaakchirurg – van Vietnamese komaf – in het ziekenhuis van Lisieux bezocht, die de kies probleemloos heeft verwijderd. Op de voorspelde hartklachten wacht ik nog.

Kristien gezien door Mark