Spaarzegels

Als wisselgeld krijg ik in plaats van munten zegeltjes in mijn hand gedrukt. Ik doe boodschappen bij een van de vele 7-Eleven winkels die het eiland telt. Als onderdeel van een Amerikaanse keten zijn zij de beste plek om grote bankbiljetten klein te slaan. Terwijl de Thai voornamelijk met briefjes van 20 en 100 op zak lopen, spugen de geldautomaten alleen duizendjes uit.

Ik wil die zegeltjes niet en vraag om Bahts. Maar die blijken niet in kas te zijn. De kassière probeert me uit te leggen dat dit voor mij een voordeel is, omdat de zegels op termijn meer opleveren. Maar daar koop ik niks voor. Om haar niet voor het hoofd te stoten, laat ik ze buiten op de rand van de vuilnisbak achter. Voor de eerlijke vinder.

Ik heb iets tegen spaarzegels. Ze doen me denken aan de armoe van de jaren vijftig en aan Hollandse zuinigheid. En natuurlijk aan de begintijd van de radioreclame. Mijn eerste transistorradiootje kostte een tientje plus een volle spaarkaart Castella punten. ‘Vlekken vluchten voor Castella’ klonk de jingle van dat wasmiddel door de ether.

Wij hadden thuis een oude blikken broodtrommel, waar mijn moeder alle zegels in deed die ze op een dag tegenkwam. Margarinewikkels, afwasmiddeletiketten, koffieverpakkingen – alles door elkaar. Als kind vochten wij erom die trommel eens in de zoveel tijd te mogen legen – knippen en plakken. Mijn moeder pakte dat als volgt aan. Wie ziek – of schoolziek – een dagje thuisbleef, kreeg ’s ochtends eerst een vers amandelbroodje van de banketbakker. Maar het echte hoogtepunt van de baaldag was de zegeltjestrommel.

Ik ruik nog de lucht van de ranzige Bluebandwikkels, die de geur van de koffiebonnen volledig overheerste. Die wikkels bewaarde ik voor het laatst omdat dat het smerigste karweitje was. Uitgeknipt moesten ze op een kaart worden gelijmd, wat een heel gemier was aangezien de lijm niet erg pakte op dat vette papier. Iedereen gelukkig, want mijn moeder kon de volgende dag op pad met volle spaarkaarten.

Wat ze er precies voor kreeg, weet ik niet. Maar wat er met die ingeleverde kaarten gebeurde, heb ik me ook nooit afgevraagd. Totdat ik jaren later dit verhaal hoorde van onze vriend Eelke de Jong. Hij huurde destijds in Giethoorn een huis van een zakenman die ook een spaarzegelsysteem had geïntroduceerd. Het bleek een groot succes en de stroom van ingeleverde zegeltjes was niet te stuiten. Bergen papier lagen te wachten op verbranding tot de man een gouden inval kreeg. Hij besloot de spaarkaarten te gebruiken als versteviging voor de fundering van zijn nieuwe huis dat werd gebouwd op de drassige veenbodem. Een geniale oplossing – profiteren van Hollandse spaarzaamheid op een Hollands spaarzame manier.

Een gek verhaal als je erover nadenkt. Papier rot immers weg binnen de kortste keren. Zou Eelke ons dit op de mouw hebben gespeld? Echt iets voor hem.

Kristien gezien door Mark