Sja sja

Ons leven hier gaat kassie an, of zoals de Thai zeggen sja sja. Eindelijk begin ik een beetje grip te krijgen op die taal, al moet ik mijn kaakspieren nog wel dwingen om de juiste klanken uit te brengen.

De eenvoud van de grammatica is verbazingwekkend. Werkwoorden – het struikelblok van menige vreemde taal – worden niet vervoegd. Ingewikkelde werkwoordtijden, zoals het Frans of Duits die kent, bestaan niet in het Thais. Aan voorvoegsels die nuances uitdrukken, zoals in het Russisch, doen ze niet. Misschien dat Thai daarom zo direct zijn.

Om meervoud uit te drukken herhalen ze gewoon het woord in kwestie. Met hun beperkte woordenschat gaan ze economisch om. Honing wordt ‘bijen-water’ en ‘water-vet’ is smeerolie. Ieder woord kan gemakkelijk worden verkleind door iets kleins ervoor te zetten. Een katje is bijvoorbeeld een ‘kind-kat’. Wie genoeg Thaise woordjes kent, is dus een heel eind. Maar hoe je vervolgens met die woorden zinnen maakt, is een ander verhaal.

Mijn Engelstalige cursus combineert de leerstof met spraakoefeningen die door native speakers worden voorgelezen. Ik ben nu op een derde en heb al een bescheiden woordenschat. Inmiddels kan ik iemand ten huwelijk vragen en complimenteren met haar uiterlijk en lange benen. Ook al behoor ik duidelijk niet tot de doelgroep van de cursus, dat soort zinnen neem ik maar voor lief.

Het meest fascinerende vind ik de Thaise zinsbouw – een schijnbaar onsamenhangende stapeling van woorden. Hier is een voorbeeld uit mijn lesboek: Try and ask woman person that hair short and wear pants long legs color yellow. Een letterlijke vertaling van de zin: Vraag het aan die vrouw met kort haar en lange gele broek. Is het dan gek dat het Engels van de meeste Thai zo vreemd klinkt? Ik heb moeite om Thais te denken. Andersom zal ook geen makkie zijn.

Kristien gezien door Mark