Schraapzucht

Op ons dagelijkse ritje naar het zwembad zien we dat steeds meer stukken jungle bouwrijp worden gemaakt. Het lijkt wel of iedereen zijn kans probeert te grijpen. Niet alleen wordt er steeds vaker grond verkocht aan farangs, maar vooral de Thai zelf bouwen van alles en nog wat en rekenen zich al rijk.

Volgens de kinderen is het meest gebruikte Thaise woord dat voor ‘hebzucht’. Veel mensen denken hier in opportunities en gaan daarbij door roeien en ruiten. Dat soort gedrag is uiteraard niet alleen Thais maar universeel. Wij hebben dat in Frankrijk van nabij meegemaakt.

Begin jaren tachtig huurden wij een gîte in het heuvelachtige Normandië. Uit een dikke gids – internet bestond nog niet – had ik een plek gekozen die in het echt nog schilderachtiger was dan op papier. Het vakwerkhuisje hoorde bij een boerenbedrijf met koeien waar bovendien calvados en cider werden geproduceerd. De eigenaar was een ondernemend type uit de Gers, boven de Pyreneeën. Zijn vrouw kwam uit de streek.

In de jaren zeventig lag de ambachtelijke calvadosproductie op zijn gat. Die nieuw leven inblazen was dus een goed idee. Wij hebben nog toegekeken hoe cider met een tuinslang werd gebotteld en fles voor fles met de hand werd gekurkt. Dat ging wel eens scheef zodat de kurk ‘s nachts spontaan van de fles knalde. Alsof er een pistool in huis afging.

Al snel kwam er concurrentie. Tot onze boer bedacht dat hij om zich te onderscheiden een biologische cider moest maken. Tegenwoordig zijn al hun producten voorzien van het officiële keurmerk AB (Agriculture Biologique). Het succes was hem niet door iedereen gegund en zo werd in het holst van de nacht de kostbare inhoud van de calvadosvaten overgeheveld in een klaarstaande tankwagen. Vloeistof is anoniem – de dieven waren niet te pakken.

Later zijn de werkzaamheden verplaatst van over het erf verspreide schuurtjes naar een heuse cidrerie naast de oude boerderij, waar alle vaten veilig achter slot en grendel staan en de productie is gemechaniseerd. Er is geen etiket meer dat scheef wordt geplakt. Ook wordt nu ter plekke alcohol gestookt, waar vroeger een rijdende alambiek voor langs kwam. Een goedlopend bedrijf, eigenhandig opgezet binnen één generatie. Chapeau!

Wij hielden van die plek en kwamen er verschillende keren terug. De calvadosproductie werd winstgevend en wat doet een boer met geld – hij koopt land. Op het nieuwe perceel stond een boerenhuis dat ons te koop werd aangeboden. We hebben er een week gelogeerd; uiteraard tegen betaling. Allemachtig, wat moest daar een hoop aan gebeuren voordat het bewoonbaar zou zijn. Er was niet eens een wc. We besloten het niet te doen, ook al omdat het huis veel te groot voor ons was.

Maar de boer gaf niet op. Er stond nog een kleiner huis op het terrein. Een bouwval, maar met een weids uitzicht naar alle kanten. Dat laatste gaf de doorslag. Bij de verkoop kregen we een kijkje in de ware aard van onze boer. De notaris moest hem temperen omdat hij de prijs maar bleef opdrijven. Ter compensatie beloofde hij allerlei bouwmaterialen en zelfs antieke meubelen die bij hem toch maar in de opslag stonden. Van al die beloftes is hij er niet een nagekomen. Als je hem om iets vroeg, moest je daar dik voor betalen. Korting op de cider en de calvados was er ook niet bij. Vijf procent is het hoogste douceurtje dat hij ooit heeft weggegeven. En alleen omdat ik aandrong.

Zijn personeel had het meeste last van zijn vrekkigheid. Niemand hield het lang bij hem uit. Overuren vond hij vanzelfsprekend, maar ze uitbetalen deed hij niet. Veiligheidsvoorschriften werden aan de laars gelapt. Wie bij hem in dienst trad als boerenknecht moest ook meewerken aan alle bouwklussen die hij ondernam – de cidrerie, een koeienstal volgens de nieuwe Europese normen, de restauratie van zijn woonhuis, enzovoorts.

Eén knecht bleef wonder boven wonder jarenlang bij hem in dienst – Serge, in zijn vrije uren ook onze toeverlaat in huis en tuin. Ik heb hem heel wat weekends in de kost gehad. Alle planten die wij uit Boskoop hebben aangevoerd, zijn door hem vakkundig geplant. Hij wist precies hoe diep welke plant de grond in moest en hoe de wortels moesten liggen ten opzichte van de windrichting. Bovendien was hij een professionele snoeier. In zijn eentje snoeide hij alle fruitbomen van zijn patron. Andere kwekers hebben een machine rondrijden tussen de bomen van waaraf op ooghoogte gewerkt kan worden. Maar Serge zaagde van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat takken boven zijn hoofd, en was daar nog apetrots op ook.

Serge was een beetje simpel en daar werd misbruik van gemaakt. Ze lieten hem karweitjes doen waar anderen niet aan begonnen. Zoals het reinigen van de calvadosvaten één keer per jaar. Dan kroop hij in de manshoge eikenhouten vaten waar de alcoholdampen nog in hingen om de droesem van de bodem te schrapen. Ook draaide hij voortdurend overuren en weekenddiensten. Omdat hij vrijgezel was, had hij vaak geen uitvlucht paraat.

Aan tafel vertelde hij wel eens over de slechte naam die zijn baas in de wijde omtrek genoot. Niemand wilde voor hem werken – te weinig loon en te veel eisen. Ze hadden hem meer dan eens gewaarschuwd in de kroeg: je verongelukt nog eens bij die patron. Helaas is hem dat op een kwade dag ook overkomen. Deels door zijn eigen bravoure, deels door de onverantwoorde risico’s die ze hem lieten lopen. Hij kreeg een zware draagbalk op zijn nek bij de verbouw van een zoveelste gîte. Het maakte hem net niet totaal invalide, maar wel voor 70% arbeidsongeschikt. En dat voor iemand die zo prat ging op zijn spierkracht.

De problemen begonnen pas echt toen hij van zijn letsel herstelde. De boer wilde hem terug in dienst en vocht het doktersattest aan. Zo’n knecht die van alle markten thuis was, kreeg hij nooit meer. Maar dit keer liet Serge zich niet manipuleren. Daarin bijgestaan door zijn oudste broer die door alle juridische wateren was gewassen.

Bij het werk met een landbouwmachine had die broer een paar jaar tevoren een arm verloren. Zwaar bloedend was hij naar de weg gekropen waar hij een auto had aangehouden om hem naar het ziekenhuis te brengen. Maar de chauffeur had geen zin in bloed op zijn bekleding en was doorgereden. Lucide door de pijn had Serge’s broer het nummerbord onthouden en zodra hij weer op de been was werk gemaakt van de zaak. Toen hij zelf niks voor elkaar kreeg, had de Franse Pieter Storms het voor hem opgenomen. Sindsdien had hij een fikse schadevergoeding in de wacht gesleept en de televisieroem had zijn ego geen kwaad gedaan. Geen wonder dat onze boer hem kneep, want hij wist dat hij aan alle kanten fout zat.

Maar Serge hield het netjes. Zijn patron aangeven bij de Arbeidsinspectie deed hij niet. Wel liet hij hem diep in de buidel tasten door onder andere al zijn niet uitbetaalde overuren op te voeren. Converseren deden ze niet meer met elkaar. Alle contact ging via via. Soms ook via ons.

Met Serge is het al met al nog redelijk afgelopen. Hij werkt nu als monteur van landbouwmachines. Zijn proeftijd van een maand werd al na een week omgezet in een vaste aanstelling. Zijn nieuwe baas begreep meteen dat hij een gouden kracht in huis had. En onze boer trok aan het kortste eind. Het lukte hem met geen mogelijkheid om een vervanger voor Serge te vinden. Uiteindelijk ging hij in zee met stagiairs van de landbouwschool die in de praktijk alles nog moesten leren.

Zijn zoon die de calvadosproductie had overgenomen toen zijn vader de zeventig passeerde, werd ziek en een vervanger was er niet. Zijn schoonzoon die de koeien deed, moest halsoverkop zijn eigen zoon van school halen omdat hij het alleen niet redde. De berichten die wij rond de jaarwisseling traditioneel van ze ontvangen, zijn niet opgewekt. Het lijkt me geen fijne oude dag. Alles wat ze hebben opgebouwd, zien ze in hoog tempo teloor gaan.

Kristien gezien door Mark