Handel

Gekweld door lage rugpijn moesten we op zoek naar een comfortabele stoel. Dat is niet zo eenvoudig hier. Je kan weliswaar meubels bestellen maar proefzitten is er niet bij. Ik ging wat rondneuzen op internet en vond een bedrijf op Koh Samui dat spullen verkocht uit Chiangmai, de meubelmakersstad waar wij al eerder zelf hadden toegeslagen. De website zag er goed uit en beloofde wereldwijd transport. Niet dat we dat nodig hadden, want Koh Samui is maar twee uur varen van hier. Bovendien hadden ze een grote toonzaal.

Ik stuurde een mailtje om te informeren naar de openingstijden en kreeg het telefoonnummer van iemand met een verfranste Russische naam. Ik hoefde maar te bellen en hij zou de zaak voor ons opendoen. Mijn fantasie sloeg meteen op hol. Ik zag ons daar al de gedroomde stoel vinden en de koop bekronen met de wodkafles op tafel.

We lieten ons met een taxi afzetten voor de deur van de showroom die eruit zag alsof hij in geen tijden open was geweest. Ik belde de eigenaar die geërgerd reageerde dat hij druk bezig was en dat we de volgende ochtend maar terug moesten komen. O ja? Ik ging over van Engels op Frans en opeens werd hij een stuk toeschietelijker. Nu beloofde hij over een uurtje langs te komen.

Anderhalf uur later scheen de zon pal op de voordeur en belde ik opnieuw. Jullie zijn er nog? Goed, dan kom ik nu. Even later arriveerde er een pick-up met bouwmateriaal in de achterbak. Er stapte een late vijftiger uit met een getaande kop zoals je wel vaker ziet bij farangs. Elke gram vet verdwijnt hier op den duur.

Hij wierp een snelle blik op ons, brabbelde wat excuses en verdween naar achteren om de deur te openen. Binnen legde ik hem uit dat we op zijn website wat meubelen hadden gezien die we wilden uitproberen. Bij het horen van het woord website maakte hij een moedeloos gebaar. Ach, die website. Hij kreeg eens per maand een verzoek om inlichtingen over een sofa of iets dergelijks. De lol was er voor hem helemaal af. Zijn standaard antwoord was dat hij alleen nog leverde per container. Dat hij die website dan beter uit de lucht kon halen, had hij blijkbaar nog niet bedacht.

Ik liet hem printjes zien van meubels uit zijn virtuele collectie. Bij sommige gaf hij blijk van herkenning, andere zeiden hem niks. In de toonzaal was niets van onze gading. Wat er wel stond waren beschadigde meubels, aangevreten door tropische beestjes. Tweedehands – verduidelijkte hij – je kan ze voor een spotprijsje krijgen.

Maar eigenlijk verkocht hij liever helemaal niks. Toen hij hoorde dat de meubels naar Koh Tao moesten, vroeg hij hoe we het vervoer van een eventuele aankoop dachten te regelen. Dat doet u toch? – vroeg ik onnozel. Nee dus. Hij probeerde ons te ontmoedigen door te beweren dat de vervoerskosten de helft van de aanschafsprijs bedroegen. Onzin – reageerde ik – wij hebben meubels uit Chiangmai laten komen voor een heel normaal bedrag. Daar had hij niet van terug.

Het was nu wel duidelijk dat we niets voor elkaar konden betekenen. Misschien had hij zich daarom niet gehaast om de deur te openen. Het intrigeerde me waar hij zich dan wel mee bezighield, als die meubelhandel blijkbaar stil lag. Hij bleek een paar resorts en restaurants te runnen die hij zelf had ingericht. Toen hij begreep dat we al langer in Thailand verbleven, raakte hij op zijn praatstoel.

Toeristen zagen volgens hem alleen de buitenkant van Thailand maar als je hier zaken wilde doen, was alles minder paradijselijk. Overal moest smeergeld voor betaald worden, minimaal de helft van de investering. Thai waren volgens hem volkomen onbetrouwbaar. Wat je ook afsprak, ze hielden zich niet aan hun woord. Zo lieten ze keer op keer kansen glippen om het eiland op te stoten in de vaart der volkeren. Turkse ondernemers hadden een jachthaven willen aanleggen maar werden gedwarsboomd door de Thaise bureaucratie. Dat de Thai misschien helemaal geen poenerige jachthaven op hun eiland willen, kwam niet in hem op.

Aan uw naam te zien bent u een Rus van oorsprong – bracht ik hem op een ander onderwerp. Dat ik Russisch sprak, beviel hem wel. Ik had zeker wel gemerkt dat het geen eersteklas landgenoten van hem waren die hier rondliepen, maar provincialen die in Thailand hun vergaarde steekpenningen kwamen stukslaan. Nog een geluk, volgens hem, want het toerisme uit Europa is de afgelopen jaren met de helft gedaald. Chinezen en Maleisiërs zijn ervoor in de plaats gekomen. Zelf ging hij regelmatig naar Maleisië. Jammer dat het moslims zijn, maar ze doen tenminste wel wat ze beloven.

Zijn donkerbruine ogen straalden ontgoocheling uit. Een koloniaal die zich vergist had in de eeuw. Ons kon hij niet goed plaatsen. We leken hem niet stom, maar dat we zijn ervaringen met de Thai niet deelden, sprak niet in ons voordeel. De wodkafles is dan ook niet op tafel gekomen.

Kristien gezien door Mark