Tropicalia

Ook al gebeurt er vrij weinig op Koh Tao, de geruchtenmachine draait constant op volle toeren. Het doet me denken aan de Amerikaanse schrijfster Joan Didion die Miami een stad in de tropen noemde – long on rumor, short on memory. Een rake karakteristiek ook van de samenleving hier.

Er wordt ons wel eens vol verwondering gevraagd wat we de hele dag uitspoken. De Thai kunnen zich daar blijkbaar geen voorstelling van maken omdat ze ons niet vaak buitenshuis tegenkomen. Zelf zijn ze de godganse dag onder elkaar om en passant alles en iedereen door te nemen.

Laatst bleek iemand in een eethuis te weten dat wij bier uit Laos aanschaffen per krat. Niet alleen wist hij dat, maar hij wilde ook dat wij wisten dat hij het wist. Zoiets is geen roddel of achterklap maar nieuwsgierigheid. Op een plek waar geen krant of nieuwsbrief bestaat, gaat de nieuwsgaring nog per tamtam.

Dat verhaal over het bier berust op waarheid. Maar er gaan ook berichten rond die uit de lucht gegrepen zijn. Sinds de kerstdagen zijn er dagelijks stroomstoringen op het eiland. Er is een generator stuk, die wacht op reparatie. Om het ongemak zo eerlijk mogelijk te verdelen wordt dagelijks volgens een volstrekt ondoorzichtig systeem de goedkope stroomvoorziening urenlang afgesloten. Wie daarnaast is aangesloten op de privélijn zit snor. Je zet gewoon de knop om en merkt er verder weinig van. Behalve dan dat er geen internet en telefoon is.

Op een middag zitten we tegen 5-en aan het strand als er opeens zenuwachtig heen en weer wordt gerend. Als een lopend vuurtje doet het nieuws de ronde dat om 6 uur de totale stroomvoorziening plat gaat. Dat zal duren tot middernacht. Koortsachtig wordt er overlegd. Heeft het nog wel zin de restaurantjes open te houden? Wat kan je klanten bieden in het pikkedonker. Moet je een badkuip vullen met ijs om de drank te koelen? Verwarring alom. In alle opwinding heeft niemand in de gaten dat het inmiddels half 7 is en dat het licht gewoon nog brandt. Loos alarm dus. Niks geen gederfde inkomsten.

Zo snel als ze een gerucht oppakken, zo kort zijn ze van memorie. Onlangs aan het ontbijt merken we dat op een afstandje drie Birmese obers naar ons staan te staren. Als we het in de gaten krijgen, komt degene die het beste Engels spreekt naar onze tafel. We hebben het over jou – zegt hij tegen me. Mijn collega bewondert je expressieve gezicht.

Een compliment op de vroege morgen waar ik verlegen van word. Ze blijven nog een tijdje staan kijken en gaan dan weer aan het werk. Een paar dagen later strijken we er weer neer. Ik voel me een beetje opgelaten maar al snel blijkt dat ik me geen zorgen hoef te maken. Mijn ‘bewonderaar’ kijkt me nu aan alsof hij me nog nooit gezien heeft.

Kristien gezien door Mark