Veelvraat

Bij thuiskomst uit Bangkok wil ik koffie maken. Na een reis van 500 kilometer gaat een opkikkertje er wel in. Als ik het espressopotje op het fornuis zet, wil de vlam niet branden. Zou de gasfles leeg zijn? Niets dat daar voor vertrek op wees. Maar de fles is wel degelijk leeg zodat ik snel een nieuwe laat komen.

Die avond ruiken we voortdurend de weeë lucht van butagas. Er zal toch geen lek zijn? In het donker ga ik met een zaklantaarn buiten kijken. Ik ruik wel degelijk gas alleen niet bij de fles zelf, die onder het huis staat en helemaal nat is van condens. We doen het keukenraam dicht om de stank te mijden maar hebben niet het benul om de gasfles dicht te draaien.

De volgende ochtend wil ik koffie maken, en weer gaat het mis. De nieuwe gasfles is volkomen leeg. ’s Middags komt er een monteur kijken. Zonder iets te zeggen loopt hij naar binnen en trekt mijn fornuis van zijn plek. Hij controleert de gasaansluiting en ruikt eraan. Als ik dat zie, gebaar ik hem naar buiten want daar kwam de stank vandaan. Na inspectie is er volgens hem met de gasfles zelf niks mis. Hij denkt dat er een lek zit in de slang vlakbij de aansluiting. Er moet een nieuwe gasfles komen en hij zal de slang een stukje inkorten.

Ik kan met de beste wil van de wereld geen gaatje ontdekken in het stukje afgesneden slang dat hij mij in handen duwt. En als we even later het fornuis testen ruiken we nog steeds ontsnappend gas. De monteur gaat de nieuwe gasfles controleren, terwijl ik op een steen in de tuin blijf staan. Vanaf die verhoging valt mijn oog op de gasslang die weinig elegant langs de gevel omhoog loopt tot hij door een gat naar binnen verdwijnt. En opeens ontwaar ik een paar vreemde plekken op die slang.

Het is niet goed zichtbaar want er staat een boompje tegen de gevel. Maar als ik de takken weg buig, zie ik dat er iets niet in orde is en waarschuw de monteur. Die knikt me enthousiast toe: euvel gevonden. De slang is op vier plaatsen beschadigd, en een ervan is echt een gat. Het gas is in de loop van de nacht daardoor gewoon ontsnapt.

Opeens zie ik het verband tussen dat boompje en die gaten in de slang en weet ik wie de daders zijn: eekhoorns. De Thaise evenknie van dat schattige roodbruine knaagdiertje dat in Europa voornamelijk beukennootjes eet, is een echte veelvraat. Klein, met een grijsbruine vacht, zie je ze overal. Ze roetsjen over elektriciteitsdraden, langs boomstammen en over platte stenen in de tuin. Er is nauwelijks een papaya of mango die kan rijpen, of de eekhoorns hebben hem al aangevreten.

Als de gasslang danig is ingekort, weten we het zeker. Hij is kapot geknaagd. Plastic en rubber zijn dus ook niet veilig voor deze kleine roofdiertjes. Nog een geluk dat ze niet zijn vergast. Het boompje heb ik nog diezelfde middag omgezaagd.

Kristien gezien door Mark