Lotgenoten

Ik had haar al eerder gespot in de wachtkamer van de kliniek. Een tenger figuurtje in een rolstoel, te ziek om rechtop te zitten. Haar markante Aziatische trekken gingen schuil onder een gebreide ijsmuts. Wat een chemokuur al niet kan aanrichten.

Zij was in gezelschap van twee vrouwen, een oudere en een jongere, die haar liefdevol begeleidden. Ze bleek dezelfde dokter te hebben als ik. Net zoals ik gebiologeerd was door haar, leek zij het door mij.

Dagen later zie ik haar opeens terug wanneer ik voor een vochtinfuus een dag word opgenomen. Zij ligt in het bed pal tegenover mij. Ik word begroet als een oude bekende.

Haar begeleidsters blijken haar moeder en een energieke jongere zus. Die komt vrijwel meteen een praatje maken. Zonder zich overigens op te dringen – daar zijn ze te beschaafd voor. Zij spreekt opmerkelijk goed Engels, evenals haar moeder. Hun zorgzaamheid omhult weldra ook mij als een warme deken. Ze helpen mij in bed en stoppen me toe met een extra deken. Ze masseren mij en voeren me bij uit een blik astronautenvoer dat ze bij zich hebben. Hun zieke verdraagt net als ik geen vast voedsel. Als ik voor dat alles bedank, klinkt het ‘Don’t mention it’.

Ze blijken afkomstig uit Myanmar, Birmezen dus. Het moet een gegoede familie zijn. De moeder ziet er ondanks haar negen kinderen rank en elegant uit. De zieke is haar oudste dochter van 45. ’s Nachts als haar dochters slapen zie ik haar ijsberen, maar overdag houdt zij zich kranig.

In Thailand staat naast elk ziekenhuisbed een slaapbank voor familieleden. Daar ligt de jongste dochter, terwijl de moeder aan haar voeten zit te dommelen. Zodra de zieke een kik geeft, schieten ze overeind om te helpen. De verpleegsters worden pas ingeschakeld wanneer zij het zelf niet aankunnen.

Ik kan lopen met mijn infuus en de vrouw in bed maakt een gebaar dat ik dichterbij moet komen. ‘Ask my sister to help you’, zegt ze. Maar dat hoeft niet en bovendien is haar familie even de kamer uit. Dan gaat ze overeind zitten en pakt mijn handen vast. ‘You are very strong’, zegt ze. ‘Het komt wel goed’. Ik ben sprakeloos. Een doodzieke vrouw die een lotgenoot nog moed inspreekt…

Kristien gezien door Mark