Cruella

Lili Brik door Rodtsjenko
Lili Brik door Rodtsjenko

Lili Brik was een geboren verleidster. Er was vrijwel niemand die haar kon weerstaan. ‘Iedere normaal geschapen man beschouwde het als een voorrecht om door haar te worden uitverkoren, al was het maar voor een dag of een uur’. Dat schrijft een Russisch-Franse biograaf, duidelijk zelf niet ongevoelig voor haar charmes. Zolang zij zich vermaakte in een relatie en er wijzer van werd, toonde Lili zich van haar poezeligste kant. Maar zodra de verveling toesloeg, liet zij haar klauwen zien. ‘Ik ben nu eenmaal een kreng – schreef ze aan haar zuster Elsa Triolet – wat doe je eraan.’

Degene die het meest te lijden had onder haar wispelturigheid was Vladimir Majakovski. De eerste keer dat Lili aanstuurde op een breuk met de dichter die haar op papier verheerlijkte, was in 1919. Ze woonden amper een jaar samen of Lili had al schoon genoeg van hem. Majakovski verafgoodde zijn muze en volgde haar overal slaafs als een hondje. Hoewel hij aanvankelijk gecharmeerd was van Lili’s vele bewonderaars, eiste hij haar nu jaloers op als zijn echtgenote. Maar Lili was al getrouwd – met Osip Brik. En die liet haar juist volkomen vrij. Daar kwam nog bij dat ze op Majakovski uitgekeken was als minnaar. Zij verspreidde het gerucht dat hij in bed niks klaarspeelde, waardoor hij de risee van Moskou werd.

Majakovski nam dat Lili absoluut niet kwalijk en trok zich van die spotternij niets aan. Tot een definitieve scheiding is het dan ook niet gekomen, wel een van tafel en bed. Majakovski ging uit huis bij de Briks, al bleef zijn naambordje wel op de deur hangen. Hij betrok een werkkamer met slaapbank om de hoek bij het hoofdkwartier van de TSJEKA. Misschien heeft Osip zijn vrouw wel overreed om niet alle banden met de dichter te verbreken. Hij kon Majakovski niet missen bij zijn toekomstplannen. En Lili kon haar wettige echtgenoot nu eenmaal niets weigeren.

 

Voortaan was hun band vooral zakelijk, al had Majakovski de hoop niet opgegeven om Lili terug te winnen en bleef hij haar beschouwen als zijn vrouw. Haar avontuurtjes waren even talrijk als tevoren, maar nooit serieus. Net als de zijne overigens. Totdat zij in 1922 een tweeënveertigjarige partijbons leerde kennen die de ideale man was in haar ogen. Aleksandr Krasnosjtsjokov, van joodse komaf – knap en charmant, erudiet, avontuurlijk en zelfverzekerd.

Als illegale socialist was Krasnosjtsjokov herhaaldelijk in aanraking gekomen met de tsaristische politie voor hij in 1902 uitweek naar Amerika. Hij begon – net als zijn vader – als kleermaker in New York, om later in Chicago rechten en economie te gaan studeren. Kort voor de revolutie keerde hij terug naar zijn vaderland. Hij landde in Siberië waar hij zich aansloot bij de bolsjewieken en al snel opviel door zijn intelligentie. In 1920 werd hij premier van de door hem uitgeroepen republiek van het Verre Oosten, die bijna heel Oost-Siberië omvatte. Aanvankelijk werd die republiek door Moskou gedoogd als bufferzone tegen het antibolsjewistische Japan.

Krasnosjtsjokov was een vrijzinnig man. Zijn regering bestond niet alleen uit bolsjewieken maar bood ook plaats aan andersgezinden, zoals mensjewieken, anarcho-syndicalisten en anarchisten. Hij was ervan overtuigd dat het socialisme door alle progressieve krachten gezamenlijk moest worden opgebouwd. Voor Lenin was die meerpartijdigheid een vorm van ketterij. Uit angst voor afscheiding van Oost-Siberië gelastte hij de republiek te ontbinden en riep Krasnosjtsjokov terug naar Moskou, waar hij wel ander emplooi wist voor diens talent.

Ten tijde van zijn ontmoeting met Lili was Krasnosjtsjokov viceminister van financiën en lid van het comité voor de onteigening van kerkschatten, dat onder leiding stond van Trotski. Zijn vrouw was met hun zoon in Amerika gebleven, maar zijn twaalfjarige dochter Louella kwam mee naar Rusland. Lili ontfermde zich over het meisje èn haar vader. Dit keer had Majakovski alle reden om jaloers te zijn.

Halverwege die opbloeiende relatie vertrok Lili naar Londen, waar zij na vier jaar herenigd zou worden met haar zus Elsa. Die geplande reis kon zij onmogelijk afzeggen, al wilde ze niets liever. Op de terugweg in Berlijn voegden Osip Brik en Majakovski zich bij de twee zusters. De dichter hield zich wijselijk verre van zijn humeurige geliefde en bracht de meeste tijd door op zijn hotelkamer met kaartpartners. Tot ergernis van Lili.

Terug in Moskou barstte de bom. Tijdens een openbaar optreden waar Majakovski sprak over Berlijn verstoorde Lili zijn voordracht met hatelijke opmerkingen. Volgens haar bauwde hij anderen na omdat hij nauwelijks iets van de stad had gezien. De dichter, die normaal zijn gehoor stevig van repliek wist te dienen, staarde haar getroffen aan. Het publiek schoot hem te hulp door Lili de mond te snoeren.

Thuis kwam het die avond tot een heftige confrontatie. Lili wierp de dichter voor de voeten dat hij zijn talent verkwanselde en al tijden niets van betekenis had geschreven. Dat was niet helemaal onwaar, al vergat zij voor het gemak dat Majakovski met zijn propagandaverzen de kostwinner was voor haar en Osip, die hij als zijn gezin beschouwde.

Zij verweet hem dat hij was verburgerlijkt en eiste dat hij zich zou bezinnen op zijn gedrag. Daartoe verbood zij hem twee maanden lang de toegang tot haar huis. Hij mocht haar in die periode op geen enkele manier benaderen. Na afloop van het moratorium zou zij beslissen of ze al dan niet voorgoed met hem zou breken. Lili wist maar al te goed dat ze hem daarmee aan de schrijftafel dwong. Hij kon immers niet met lege handen aankomen.

Majakovski legde zich gedwee bij haar voorwaarden neer. Ondanks Lili’s nukken en grillen kon hij nog steeds geen dag zonder haar. Hij onderwierp zich aan een diepgravend zelfonderzoek dat hij vertaalde in poëzie. Lili kon nu ongehinderd haar affaire met Krasnosjtsjokov voortzetten. Die was inmiddels uitgegroeid tot een machtig man als directeur van een handelsbank die als eerste concurreerde met de Staatsbank. Samen met zijn broer Jakov, die een Amerikaans-Russisch constructiebedrijf leidde, liet hij het geld rollen in Grand Hotel de l’Europe in Petrograd. De stad gonsde van geruchten over bacchanalen onder begeleiding van zigeunermuziek. Lili verscheen overal als de vrouw van Krasnosjtsjokov. Hij behing haar met sieraden en een persianer bontjas.

 

Een gelukkige dichter schrijft niet – zo vergoelijkte Lili achteraf haar bestraffing van Majakovski. ‘Het gedicht was niet geschreven als ik niet in Majakovski mijn ideaal had gezien, en dat van de hele mensheid. Dat klinkt misschien hoogdravend, maar zo was het wel’ – luidt het in haar memoires.

Majakovski’s zoenoffer was het 1300-regelige Daarover, het laatste poëem dat hij voor Lili schreef. Hij droeg het op ‘aan haar en mij’. Lili’s portret siert het omslag van het gedicht dat Majakovski voor de poorten van de hel heeft weggesleept. Tijdens zijn vrijwillige gevangenschap heeft hij een dagboek bijgehouden dat Lili pas na zijn dood tussen zijn papieren heeft gevonden.

Zij heeft het nooit volledig voor publicatie vrijgegeven, maar de passages die bekend zijn flatteren haar niet. Het lijkt alsof Majakovski eindelijk de schellen van de ogen zijn gevallen. ‘Mijn verstand zegt me dat je iemand zoiets niet kan aandoen. Als Lili van me houdt, beëindigt ze deze kwelling of maakt hem lichter. Ik voel me een liefhebbende idioot en een proefkonijn.’

Daarover is het pijnlijk-dramatische verslag van het lijden van een dichter die zich door niets en niemand begrepen voelt. Een tijdgenoot noemde het gedicht ‘nogal vermoeiend’. Maar Lili was juist ingenomen met het poëem dat eindelijk weer eens ging over haar, en vond het geniaal. Zij beloonde de dichter door opnieuw zijn minnares te worden. Maar niet voor lang. Lili had andere zorgen aan haar hoofd.

 

Terwijl zij zich verzoende met de dichter, was Krasnosjtsjokov in zwaar weer geraakt. Er was een onderzoek naar hem gestart wegens corruptie. Hij werd aan de schandpaal genageld als profiteur van de NEP, het semi-kapitalistische stelsel dat Lenin noodgedwongen had ingesteld. In de zomer van 1923 toen zijn proces op handen was, vertrok Lili in gezelschap van Osip en Majakovski spoorslags naar Duitsland. Zij liet haar weldoener over aan zijn lot om vakantie te vieren op het strand van het waddeneiland Norderney. Het is opvallend dat de naam van Lili tijdens de hele strafzaak niet is gevallen. Noch die van Osip, die de statuten voor het bouwbedrijf van Jakov had opgesteld. In september werd Aleksandr Krasnosjtsjokov veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf voor verduistering en immorele levenswandel. Zijn broer kreeg drie jaar.

Nu moest Lili bij terugkeer in Moskou pakjes met voedsel en medicijnen brengen naar de gevangenis. Eigenlijk wilde zij breken met Krasnosjtsjokov, maar volgens eigen zeggen weerhield schaamte haar daarvan. Waarvoor zij zich precies schaamde is niet duidelijk. Of het moest zijn omdat zij had geprofiteerd van de daden waarvoor Krasnosjtsjokov nu veroordeeld was.

Na twee jaar werd hij plotsklaps vrijgelaten zonder dat zijn vonnis overigens herroepen was. Zijn vrijlating was van hogerhand bevolen omdat hij aan een ernstige longaandoening leed. Nu voelde Lili zich onbezwaard om een punt te zetten achter haar verhouding met Krasnosjtsjokov, die voor haar had afgedaan als ‘aangeschoten wild’.

De jonge toneelschrijver Boris Romasjov scoorde korte tijd later een hit met zijn stuk Gebakken lucht. Daarin neemt hij een bankdirecteur op de korrel die naar de afgrond wordt geleid door zijn minnares, een ballerina. Het theaterpubliek van Moskou had geen enkele moeite om in die personages Lili Brik en Aleksandr Krasnosjtsjokov te herkennen. Hun liefdesrelatie was het gesprek van de dag.

Krasnosjtsjokov hertrouwde met zijn secretaresse en werd in 1937 opnieuw gearresteerd. Dit keer stond er geen beschermheer in de coulissen om hem te redden van zijn beulen en kreeg hij de kogel. Hij behoorde tot de eerste lichting van slachtoffers die in 1956 na de ontmaskering van Stalin zijn gerehabiliteerd.

Kristien gezien door Mark