Identiteit

Elsa Triolet. Berlijn, 1923
Elsa Triolet. Berlijn, 1923

Elsa was met afstand de meest ambitieuze van de zusjes Cahan. Zij werd gedreven door wedijver met haar oudere zus Lili, die schijnbaar moeiteloos de reputatie van een femme fatale verwierf. Elsa miste het charisma van haar rivale en besefte al vroeg dat zij het moest hebben van haar intelligentie. De weg naar erkenning was voor haar vol hobbels en kuilen. Het duurde tot haar veertigste voordat zij zich ontpopte als schrijfster. Dat was zonder helpers nooit gelukt.

Voor haar emigratie en huwelijk met de Fransman André Triolet had Elsa architectuur gestudeerd. Zij koesterde geen enkele ambitie om te schrijven. Aan haar literaire debuut heeft zij dan ook part noch deel gehad. In 1923 verscheen in Berlijn de Russische editie van Zoo, of brieven niet over de liefde door Viktor Sjklovski, die hopeloos verliefd op Elsa was. Terwijl ze elkaar dagelijks zagen, bestookte hij haar met brieven die zij stekelig beantwoordde omdat ze zijn avances opdringerig vond. Die briefwisseling publiceerde hij – buiten Elsa’s medeweten – in zijn roman.

 

Sjklovski was de eerste die Elsa’s schrijftalent opmerkte. En hij had verstand van zaken. Als tweeëntwintigjarige student was hij bij een optreden van de Futuristen opgevallen door zijn revolutionaire ideeën over taal. Hij ontwikkelde zich in hun midden tot theoreticus van de avant-garde en introduceerde een nieuw soort proza, ontdaan van alle overbodige franje. In Petrograd (het omgedoopte St. Petersburg) kreeg hij een school van navolgers, voordat hij terecht kwam in Berlijn.

Een saaie kamergeleerde was Sjklovski allerminst. Zijn avonden waren voor de literatuur, maar overdag legde hij bommen en blies hij bruggen op. De linkse sociaal-revolutionairen, waarvan hij deel uitmaakte, waren anti-bolsjewiek. Na de troonsafstand van de tsaar in maart 1917 werd Sjklovski door de Voorlopige Regering naar het front gestuurd. Hij moest de muitende troepen, die oorlogsmoe waren, bewegen tot een beslissend offensief tegen de vijand. De bolsjewieken hadden in het geheim een pact gesloten met de Duitsers om de oorlog te beëindigen. De uitgebluste manschappen wilden niets liever.

Al was Sjklovski nog zo’n bezield redenaar, tegen de chaos aan het front was hij niet opgewassen. Van de legendarische legerdiscipline was niets over. Bevelen werden in de wind geslagen en over iedere te nemen actie moest eerst worden gestemd. De enige manier om de gedemoraliseerde soldaten in beweging te krijgen was door zelf het voorbeeld te geven. In zijn eentje zette Sjklovski daarom een aanval in die een bres sloeg in de vijandelijke stellingen, en liep daarbij een zware buikwond op. Zijn kleren werden onder zijn kameraden verdeeld omdat hij ten dode leek opgeschreven.

Na zijn wonderbaarlijke herstel meldde hij zich opnieuw aan voor het front. Hij kreeg een reisorder voor de Kaukasus en belandde in perzië, waar een grote Russische troepenmacht al tien jaar lang de sjah in het zadel hield. De nieuwe regering maakte daar een einde aan. Met tienduizenden soldaten baande Sjklovski zich al vechtend een weg terug naar het vaderland. Onderweg troffen zij niets dan verwoeste dorpen en vermoorde mensen. Overal vochten politieke splintergroeperingen met elkaar om de macht. Sjklovski doet verslag van zijn omzwervingen in Sentimentele reis. Door zijn kale verhaaltechniek zijn de gruwelen van de burgeroorlog bijna tastbaar.

In 1922 moest Sjklovski uit Petrograd vluchten voor de bolsjewieken die wilden afrekenen met hun tegenstanders. Hij ontkwam over het ijs naar Finland, maar moest zijn vrouw als gijzelaarster achterlaten. Uiteindelijk bereikte hij Berlijn – het trefpunt van de Russische emigratie. Daar trof hij Elsa Triolet die net van haar Franse echtgenoot was gescheiden en geen idee had wat zij met haar leven aan moest. De energieke Sjklovski stoorde zich aan Elsa’s apathie. ‘Vrouw zonder beroep, waarmee vul jij je tijd?’, schrijft hij in een van zijn brieven uit Zoo. Hij wilde haar stimuleren om te gaan schrijven. Volgens hem hoefde zij maar te bukken om een boek op te rapen.

Elsa hechtte geen geloof aan zijn woorden, maar Sjklovski gaf niet op en bedacht een list. Als ze niets van hem aannam, dan wellicht wel van een ander. Hij liet haar brieven lezen aan Maksim Gorki die in Bad Saarow woonde, een kuuroord op anderhalf uur van Berlijn. Zijn aanbeveling loog er niet om: ‘Ik zweer bij mijn eer en mijn intuïtie, die mij nog nooit heeft bedrogen, dat ze zeer veel talent heeft.’ Volgens mensen uit zijn entourage had Gorki een zwak voor beginnende schrijvers. Misschien omdat hij zelf als aankomend talent protectie had genoten van Tsjechov en Tolstoj, wier roem hij inmiddels evenaarde. Hij inviteerde Elsa om naar Saarow te komen en tijdens die logeerpartij heeft zij zich laten overtuigen. Zo begon de schrijverscarrière van Elsa Triolet.

 

Elsa’s eerste autobiografische boeken – herinneringen aan haar jeugd en haar verblijf op Tahiti met André Triolet – verschenen in Moskou en vonden een welwillend onthaal. Haar roman Camouflage uit 1928 daarentegen had minder succes. Sjklovski schreef haar vanuit Rusland - waarheen hij op voorspraak van Gorki ongestraft had kunnen terugkeren - dat zij moest leren om haar personages de baas te blijven. ‘Je kan een goede schrijfster worden maar dan moet je wel veranderen.’ Volgens hem beging ze een stommiteit door in het buitenland te blijven. ‘Het is veel interessanter om een mens te zijn dan een dame, vooral omdat jij een bijzonder mens kan zijn.’

Terug naar Rusland was wel het laatste dat Elsa wilde. Zij droomde er juist van een Parisienne te worden en hoopte op erkenning van haar schrijverschap in Frankrijk. Op ijzeren wilskracht is haar dat ook gelukt. In 1945 won zij de prestigieuze Prix Goncourt. Niet in de eerste plaats vanwege haar literaire kwaliteiten maar om de invloed van haar geschriften tijdens het verzet.

Maksim Gorki dankte zijn roem ook niet uitsluitend aan de kwaliteit van zijn literaire werk. In 1902 was hij als een komeet de literatuur binnengestoven met zijn toneelstuk Nachtasiel. Daarin beschreef hij de wereld van daklozen uit de eerste hand, terwijl de acteurs eerst ‘stage’ moesten lopen om hun rol van pseudo-intellectuelen, aan lager wal geraakte adel, dieven en zuipschuiten te vertolken.

Het stuk vierde wereldwijd triomfen. Gorki’s renommee maakte van hem een propagandawerktuig voor de bolsjewieken. In 1905 had hij Lenin ontmoet met wie hij hetzelfde ideaal bleek te delen: afschaffing van de monarchie. Als fondswerver en sponsor voor de bolsjewistische partij had Gorki zijn gelijke niet. Hij wist rijke industriëlen te bewegen om hun vermogen na te laten aan de partij.

De textielmagnaat Savva Morozov was een bewonderaar van Gorki en had bovendien een oogje op diens vrouw, de actrice Maria Andrejeva. Hij sponsorde het theatergezelschap waar Andrejeva schitterde in rollen van Tsjechov. Zo werd hij van twee kanten ingesponnen. De familie van Morozov liet hem onder curatele stellen omdat hij zijn hele kapitaal dreigde weg te schenken. In 1905 is hij dood aangetroffen in een hotel aan de Franse Rivièra. De officiële doodsoorzaak was zelfmoord, maar nadien is komen vast te staan dat hij door de bolsjewieken werd vermoord. Zijn neef Nikolaj Schmit – een grootindustrieel uit Moskou – heeft 1,5 miljoen roebel aan de partij nagelaten. Of hij zijn geld vrijwillig heeft afgestaan, is de vraag.

Van de aanzienlijke royalties voor zijn toneelstuk profiteerde Gorki nauwelijks. Op advies van Lenin had hij een literair agent aangesteld. Aleksandr Parvus had voor de bolsjewistische leider meer dan vijftig miljoen mark losgekregen bij de Duitse regering om aan de macht te komen. Als agent van Gorki roomde Parvus schaamteloos een vijfde deel van diens inkomsten af voor zichzelf. Van de rest sluisde hij driekwart naar de bolsjewistische partij.

Gorki kwam uit de heffe des volks en zijn hart lag bij de gewone man. Hij hoopte oprecht dat de revolutie diens lot zou verbeteren. Maar hij zag alleen maar achteruitgang. In geschrifte verweet hij Lenin een politiek experiment uit te voeren over de ruggen van de bevolking. Hij bestookte de dictator met klachten over standrechtelijk geweld en met verzoeken om mensen te redden van de TSJEKA. Dat leverde hem de bijnaam ‘het geweten van de revolutie’ op. Lenin moest vaak tandenknarsend toegeven vanwege Gorki’s invloed in het buitenland.

Ongewild werd Gorki een mediator tussen de macht en de cultuur. Hij zag het als zijn taak kunst en wetenschap te beschermen tegen de bolsjewieken. Een van zijn initiatieven was de uitgeverij Wereldliteratuur, die goedkope massa-edities van internationale klassiekers op de markt bracht. Daarmee verschafte hij noodlijdende schrijvers werk als vertalers. Tijdens de hongersnood hielp hij intellectuelen aan huisvesting en voedselpakketten. Ondanks zijn inzet werden zijn inspanningen niet door iedereen gewaardeerd. Sommigen voelden zich vernederd omdat zij Gorki beschouwden als een parvenu.

 

In 1918 was een mislukte aanslag op Lenin door de sociaal-revolutionaire Fanny Kaplan het signaal voor de bolsjewieken om de terreur te verhevigen. Toch koos Gorki juist dit moment om zich openlijk achter Lenin te scharen. Vermoedelijk heeft hij zijn bezwaren overboord gezet om in alle rust en zonder geldzorgen te kunnen schrijven.

Sindsdien liet Gorki zich financieren door de communistische partij, ook al kostte hem dat zijn onafhankelijkheid. Zijn huishouden was vergeven van de spionnen. Zelfs zijn schoondochter was een mol van de geheime dienst. Het feit dat alle vrouwen in Gorki’s leven attaches hadden met het regime kan een verklaring zijn voor zijn ommezwaai. Jekaterina Pesjkova – zijn eerste vrouw – stond als hoofd van het politieke Rode Kruis in nauw contact met Dzerzjinski, het gevreesde hoofd van de TSJEKA. Zijn tweede vrouw – Maria Andrejeva – was na haar toneelcarrière benoemd tot volkscommissaris van buitenlandse handel. Zij verkocht geroofde kunstschatten uit de Hermitage naar het buitenland. Met de opbrengst werden buitenlandse zusterpartijen gefinancierd.

De Baltische barones Moura Budberg was de meest gehaaide van het stel. Met onderbrekingen heeft deze avonturierster van 1920 tot aan zijn dood in 1936 met Gorki samengeleefd in Rusland, Duitsland en Italië. Moura – bijgenaamd ‘de rode Mata Hari’ – was een dubbelspion. In de nasleep van de aanslag op Lenin werd de Engelse diplomaat Robert Bruce Lockhart gearresteerd. In gezelschap van zijn minnares, de ravissante Moura, die hij had leren kennen in Berlijn.

Lockhart werkte in opdracht van MI6 samen met meesterspion Sidney Reilly. Voor de Britse regering was het van belang dat de oorlog voort zou duren en Duitsland de handen vol hield aan het Oostfront. Gezamenlijk beraamden zij een plan om Lenin te vermoorden en de bolsjewieken af te zetten. Aangenomen wordt dat ook Moura betrokken was bij het complot.

Reilly, die elf verschillende paspoorten had en zijn talen sprak, heette eigenlijk Shlomo Rosenblum en was rijk geworden als zakenman. Hij was roekeloos genoeg om de opdracht van MI6 uit te voeren, maar Fanny Kaplan was hem voor. Reilly wist uit Rusland te ontsnappen op een Hollandse vrachtboot. In 1925 is hij alsnog in Moskou geëxecuteerd als het brein achter de samenzwering. Lockhart werd al na een paar dagen vrijgelaten, terwijl Moura achter de tralies bleef. In de cel heeft zij een chef van de TSJEKA verleid. Op haar aanwijzingen werd Lockhart opnieuw in hechtenis genomen en bedreigd met de doodstraf. Later is hij uitgeruild tegen een Russische diplomaat uit Londen.

Als vertaalster van de Engelse klassieken bij uitgeverij Wereldliteratuur kwam Moura in contact met Maksim Gorki, die meteen viel voor haar charmes. Vanaf het eerste moment heeft zij hem bespioneerd. Moura had als een soort levensverzekering een koffertje achterover gedrukt met anti-stalinistische correspondentie van de schrijver. Toen Gorki op sterven lag is zij gesommeerd om dat koffertje aan Stalin te overhandigen. Die wist zo precies wie zijn vijanden waren.

 

Elsa Triolet hield contact met Gorki, niet om hem te bespioneren maar om te profiteren van zijn invloed. Dat zij na een verblijf van zeven jaar in het buitenland opeens haar zuster in Moskou kon gaan opzoeken is onder meer te danken aan zijn tussenkomst. Hoofddoel van haar reis was het vinden van een uitgever voor haar werk. Daarin heeft Gorki ongetwijfeld ook bemiddeld. Elsa wist hoe zij moest netwerken.

Toen zij in november 1928 kennismaakte met Louis Aragon in de bar van brasserie La Coupole in Montmartre, was hij net gered van een zelfmoordpoging en flirtte zij met de gedachte daaraan. Dat schiep een band. Het mislukken van haar roman Camouflage zat Elsa hoog. Ze twijfelde aan haar talent. Aragon nam die twijfels niet weg. Hij zag geen schrijfster in haar.

Uit woede over zijn gebrek aan vertrouwen besloot Elsa in het Frans te gaan schrijven. Haar trots verbood haar hem om hulp te vragen. Na tien jaar zwoegen verscheen bij uitgeverij Denoël – waar Céline debuteerde – haar verhalenbundel Bonsoir Thérèse. Een moment van glorie, want nu was zij niet alleen zoals haar zuster de muze van een beroemde dichter, maar zelf een gerespecteerde schrijfster. De kritiek van Aragon die zij gevreesd had, bleef uit. Hij moedigde haar juist aan om door te gaan. Eindelijk had zij haar draai gevonden.

Kristien gezien door Mark