Vuile handen

Het echtpaar Brik, 1914
Het echtpaar Brik, 1914

Vlak na de revolutie was het in progressieve kringen bon ton om met tsjekisten om te gaan. Hun gewelddadige praktijken werden gezien als onderdeel van de nieuwe maatschappelijke orde. In artiestencafés klonken 's nachts revolverschoten als de drank in de man was en een dichter als  Majakovski liep met een boksbeugel op zak. Relaties bij de TSJEKA boden trouwens grote voordelen, want de veiligheidsdienst had overal tentakels. Tijdens de zogeheten ‘vegetarische jaren’ in de beginperiode van het communisme bleven tsjekisten gevrijwaard van honger en gebrek. In hun gelederen was alles te koop – van voedsel tot woonruimte en van wapens tot tabak.

In 1920 trad Osip Brik in dienst bij de TSJEKA als juridisch adviseur. Hij leverde hand- en spandiensten aan de bolsjewieken en bouwde voor zichzelf een netwerk op van nuttige kennissen. Na de val van de Sovjetunie is in de politiearchieven zijn legitimatiekaart gevonden, met nummer 24541. Ook van Lili is zo’n kaart aangetroffen. Haar nummer was lager: 15073. Werkte zij in het verborgene soms al langer voor die instantie dan haar man?

De Briks hebben nooit over de aard van hun diensten gerept, maar na de dood van Majakovski lieten zij aan biografen doorschemeren dat de dichter als eerste van hun drieën banden met de geheime politie had aangeknoopt. Alleen is daar nooit een snipper bewijs voor gevonden. Wel had Majakovski een werkkamer naast het hoofdkwartier van de TSJEKA – de beruchte Loebjanka – en ging hij vaak biljarten in hotel Select, vaste stek van de tsjekisten. Waarschijnlijk hebben ze alle drie vuile handen gemaakt. Volgens de dichteres Anna Achmatova was Majakovski – hoewel ze hem de grootste dichter van de 20ste eeuw noemde – net zo doortrapt als de Briks en sprak hij met twee tongen.

 

Brik’s aanstelling bij de TSJEKA leverde het trio een ruim appartement op in het centrum van Moskou. Als Osip ’s avonds van zijn werk kwam, vertelde hij aan tafel met smaak over de verhoren in de kelders van de Loebjanka. Zijn ijskoude verslagen shockeerden de gasten. Wat had Brik daar te zoeken als jurist? Er werd gefluisterd dat hij verborgen in een kast als een voyeur naar die folteringen zat te gluren.

Het gerucht ging ook dat Brik door zijn contacten mensen vrij kon krijgen die waren gearresteerd. Soms pakte hij inderdaad de telefoon en gebeurde er een wonder. Alleen voor zijn neef Isidor Roemer kwam hij niet in beweging. Lili zei doodleuk tegen de familie die om hulp kwam vragen, dat zij gehoord had dat het leven in een concentratiekamp best meeviel. Je kon er immers werken en dan vloog de tijd.

Een dichtersvriend van Majakovski, Aleksej Kroetsjonych, heeft op zijn oude dag een vernietigende getuigenis afgelegd over het echtpaar Brik. Via de edelstenenhandel van zijn vader kende Osip veel mensen uit de zakenwereld. Hij wist de hand te leggen op een lijst met namen van mensen in dat milieu die opgepakt zouden worden. Samen met Lili ging hij die adressen af en werd er ontvangen als een oude bekende. Hij hintte op hun aanstaande arrestatie en bood meelevend aan hun familieschatten in bewaring te nemen tot het gevaar geweken was. Die mensen vertrouwden hem. Wie het er heelhuids afbracht, kreeg zijn kostbaarheden terug. Maar de meesten kwamen nooit weerom.

 

De in leer gestoken tsjekisten om wie een zweem van avontuur hing, fascineerden Lili. In gezelschap van een van hen, de piepjonge Lev Elbert, reisde zij in 1921 naar het onafhankelijke Letland waar hij een spionagenetwerk moest opzetten. Lili zou hem introduceren in Riga, de geboortestad van haar moeder waar zij veel mensen kende. Elbert reisde op een diplomatenpaspoort maar was in feite een terrorist die jacht maakte op vijanden van het Sovjetbewind.

Terwijl Elbert op en neer spoorde naar Moskou bleef Lili vier maanden lang in Riga, genietend van haar vrijheid. ‘Gebrek aan geld heb ik niet – schreef ze opgewekt naar huis – want ik kan zoveel lenen als ik wil’. Sinds die episode was Elbert een graag geziene gast in huize Brik. Op een dag bracht hij een van de machtigste mannen van de Loebjanka mee – Janja Agranov.

Osip, Lili en Majakovski waren meteen gecharmeerd van deze verlegen ogende man, die geen enkele opleiding had genoten en niets wist van kunst. Lili papte aan met zijn vrouw en dochter, Majakovski schreef een lofdicht op de TSJEKA en Osip nodigde als heer des huizes Agranov uit om hun literaire vergaderingen bij te wonen. Dit tot schrik van de deelnemende dichters, die zich bespied waanden – en met reden.

Agranov bleek een wolf in schaapskleren. Hij was bij de TSJEKA verantwoordelijk voor de enscenering van politieke samenzweringen. Agranov was persoonlijk bevriend met Stalin, die hem liet spioneren bij Lenin, in wiens opdracht hij infiltreerde in artiestenkringen. Deze aartsverrader was in 1921 direct verantwoordelijk voor de moord op Nikolaj Goemiljov, de eerste man van Anna Achmatova. Ook schrijvers als Osip Mandelstam en Boris Pilnjak behoorden later tot zijn slachtoffers.

 

De veelvuldige bezoeken van Elbert en Agranov doen vermoeden dat zij het trio in hun macht hadden. Toen Majakovski in 1930 eindelijk de schellen van de ogen vielen, wilde hij breken met zijn verleden. Op dat moment verdween Osip met Lili plotsklaps naar het buitenland en trok Elbert in bij Majakovski. Het waarom hiervan is duister, maar vast staat dat Agranov er de hand in had. Een paar dagen later vond Majakovski onder raadselachtige omstandigheden de dood.

In de jaren daarna wist Lili zich beschermd door haar machtige vriend. Agranov staat aan de wieg van de Sovjetroem van Majakovski, die de Briks immuniteit verschafte tijdens de Stalinterreur. Zichzelf tegen zijn oude makker beschermen kon Agranov niet. Hij eindigde zijn dagen in 1938 voor het vuurpeloton.

Lili heeft altijd gezwegen over haar verhouding met Janja Agranov. De sporen van zijn aanwezigheid in haar bestaan zijn zoveel mogelijk uitgewist. Dat zij minnaars waren, zoals door tijdgenoten werd aangenomen, heeft zij bevestigd noch ontkend. Lili had een selectief geheugen als het erom ging haar reputatie als Muze van Majakovski veilig te stellen. Medeplichtigheid aan zijn dood was wel het laatste waarvan zij beschuldigd wilde worden. Het enige dat zij tegen het einde van haar leven over Agranov kwijt wilde, is dat hij over de vloer kwam omdat hij zo van poëzie hield…

Kristien gezien door Mark