wo

14

aug

2013

Lotgenoten

Ik had haar al eerder gespot in de wachtkamer van de kliniek. Een tenger figuurtje in een rolstoel, te ziek om rechtop te zitten. Haar markante Aziatische trekken gingen schuil onder een gebreide ijsmuts. Wat een chemokuur al niet kan aanrichten.

Zij was in gezelschap van twee vrouwen, een oudere en een jongere, die haar liefdevol begeleidden. Ze bleek dezelfde dokter te hebben als ik. Net zoals ik gebiologeerd was door haar, leek zij het door mij.

Dagen later zie ik haar opeens terug wanneer ik voor een vochtinfuus een dag word opgenomen. Zij ligt in het bed pal tegenover mij. Ik word begroet als een oude bekende.

Haar begeleidsters blijken haar moeder en een energieke jongere zus. Die komt vrijwel meteen een praatje maken. Zonder zich overigens op te dringen – daar zijn ze te beschaafd voor. Zij spreekt opmerkelijk goed Engels, evenals haar moeder. Hun zorgzaamheid omhult weldra ook mij als een warme deken. Ze helpen mij in bed en stoppen me toe met een extra deken. Ze masseren mij en voeren me bij uit een blik astronautenvoer dat ze bij zich hebben. Hun zieke verdraagt net als ik geen vast voedsel. Als ik voor dat alles bedank, klinkt het ‘Don’t mention it’.

Ze blijken afkomstig uit Myanmar, Birmezen dus. Het moet een gegoede familie zijn. De moeder ziet er ondanks haar negen kinderen rank en elegant uit. De zieke is haar oudste dochter van 45. ’s Nachts als haar dochters slapen zie ik haar ijsberen, maar overdag houdt zij zich kranig.

In Thailand staat naast elk ziekenhuisbed een slaapbank voor familieleden. Daar ligt de jongste dochter, terwijl de moeder aan haar voeten zit te dommelen. Zodra de zieke een kik geeft, schieten ze overeind om te helpen. De verpleegsters worden pas ingeschakeld wanneer zij het zelf niet aankunnen.

Ik kan lopen met mijn infuus en de vrouw in bed maakt een gebaar dat ik dichterbij moet komen. ‘Ask my sister to help you’, zegt ze. Maar dat hoeft niet en bovendien is haar familie even de kamer uit. Dan gaat ze overeind zitten en pakt mijn handen vast. ‘You are very strong’, zegt ze. ‘Het komt wel goed’. Ik ben sprakeloos. Een doodzieke vrouw die een lotgenoot nog moed inspreekt…

zo

07

jul

2013

Eetlust

Soms loop je hier hinderlijk op de tijd vooruit. Morgenochtend vroeg heb ik een afspraak met de oncoloog die staat te popelen om mij aan het infuus te leggen. Maar er is nog geen toestemming van de verzekering. Die liggen rond die tijd nog op één oor.

Vrijdag en zaterdag veel afgepalaverd over afgesproken vergoedingen die overschreden zouden zijn. Nu alleen nog een laatste groene licht. Zo krijg ik waarschijnlijk nog een extra dagje adempauze voor de chemo-kuur begint. De geplande behandeling is de meest 'milde': ik word niet kaal, hoogstens misselijk. Maar zelfs daarvoor word ik preventief behandeld.

 

Ondertussen – zolang ik nog eetlust heb – maken we een ontdekkingsreis door de keuken van India. Het blijkt dat we midden in de Indiase wijk wonen. En vanuit ons woonpaleis [= condominium] leidt een deur regelrecht een restaurant binnen dat reusachtig is van afmetingen. En daarnaast toch oergezellig omdat het constant tjokvol mensen zit. In de keuken zie je wel 15 koks elkaar verdringen zonder de opgefoktheid van een Europese 'cuisine'.

Ze excelleren hier in banketten voor Indiase groepen. Een echt 'little India' in hartje Bangkok. Wij zijn de enige Europeanen die ik er tot nu toe heb waargenomen, wat meteen tot belangstelling leidde bij de bedrijfsleidster. Ze komt uit de Punjab, maar wil ons best gerechten voorzetten die niet op de kaart staan om zo een indruk te geven van de gehele Indiase keuken. Maar haar kaart is zo omvangrijk dat je daarmee alleen al maanden zoet bent.

Nu worden we dagelijks geholpen bij onze keuze. Waar heb je trek in? Wat had je gisteren? Hou je van scherp? Dan moet je dit nemen… Zelfs de Basmati rijst is hier ongekend: hij krult als een derwisj aan de uiteinden en is onwaarschijnlijk vers van smaak. Kan nooit lang in een stoffige zak hebben gezeten. Zo zijn er telkens lichtpuntjes in bange dagen.

wo

03

jul

2013

Frontberichten

Eindelijk lijk ik op de juiste pijnmedicatie te zitten, zodat ik weer eens zelf achter de computer kruip. Ook mijn zojuist verworven looprek kan voor vandaag even aan de kant. Niet kunnen lopen moet – deo volente – goedkomen door de bestraling, waarmee afgelopen vrijdag een vliegende start is gemaakt. Ik lig na urenlange uiterst precieze metingen en de fabricatie van een soort maliënkolder van nylon, die telkens over mijn gezicht en borst wordt geklemd om mijn nekwervels te kunnen bestralen zonder de ruggengraat te beschadigen, 5 dagen per week een uur onder het apparaat. Daartoe ben ik von Neck biß Fuss in drie kleuren inkt getatoeëerd en afgeplakt voor de juiste stralingshoek. Dat masker is het meest vervelende, de rest valt reuze mee. Zeker nu ik van die nare pijn af ben. Volgens de dokter zou ik trouwens al veel meer pijn moeten hebben. Zo ben ik toch weer een beetje een goudhaantje.

 

Gisterenmiddag zag ik de oncoloog voor de uitslag van de biopsie. Maandag begint de chemokuur. Gelukkig eerst de meest lichte met relatief weinig bijwerkingen. Laten we hopen dat die effect heeft. De chemo zorgt er in principe voor dat ik met minder bestraling toe kan. We gaan het zien.

zo

02

jun

2013

Cesuur

Het was alsof de golven van de zee voor mij open kliefden. Op een kalme zondagochtend begin juni zaten we aan tafel bij een orthopedische arts van het Bumrungrad ziekenhuis en bekeken daar de uitslag van diverse scans die hij had laten maken. Ik zag niet meer dan witte vlekken op mijn skelet, maar voor hem waren het overduidelijk uitzaaiingen van longkanker. Ik kon hoog of laag springen - een nieuwe scan in een wetenschappelijk instituut, gefinancierd door het Thaise koningshuis, gaf hetzelfde resultaat.

Wat nu? Van paniek tot berusting en uiteindelijk het besluit een adempauze in te lassen. Want zodra je hier in Thailand iets blijkt te mankeren, kan je stante pede geholpen worden.

Zo hebben we tien dagen thuis van allerlei geregeld om daarna – toch nog onvoorbereid - de mallemolen te betreden. Twee dagen later zat ik al in het systeem. Als de uitslag van de biopsie uit het heupbot eerder bekend was geweest, zou ik zelfs al aan de chemokuur begonnen zijn, maar de bestraling kon wel meteen van start. Voor je er erg in hebt, gaat je hele leven op de schop.

 

In volslagen andere wateren beland, moet de toon van mijn Thaise berichten wel veranderen. Toch probeer ik zoveel mogelijk vast te houden aan mijn oude opzet – verwondering over de verschillen tussen de Thai en wij. Nu het om leven en dood gaat zijn die misschien nog duidelijker dan tevoren.

 

zo

28

apr

2013

Dr. Painkiller

Het is net als bij een middelmatige detectivefilm. Als de ontknoping te lang uitblijft, hou je het voor gezien. Onze wekelijkse massagesessies hebben niet de gehoopte bevrijding van lichamelijk ongemak gebracht. Na een verrassend begin is er stagnatie ingetreden en de laatste maanden leek de therapie meer op een wellness beleving. Prettig, maar niet meer dan dat.

Toen bovendien onze beider masseuses vertrokken – de een terug naar huis in het noordoosten van Thailand, de ander naar een nieuwe werkgeefster op het eiland – vonden wij het ook tijd voor iets anders. Maar wat?

Afgelopen zomer liepen we op een dag over het strand langs het standbeeld van koning Rama V, de meest geliefde vorst uit de recente Thaise geschiedenis. Deze grondlegger van de moderne Thaise maatschappij heeft in 1899 voet gezet op Koh Tao waarvan zijn initialen in een rotsblok nog getuigen.

Toen wij voor het eerst hier belandden was dat rotsblok de enige herinnering aan de koning. Inmiddels is er een standbeeld verrezen en is het pleintje erom heen veranderd in een soort heiligdom, waar de Thai hun respect komen betuigen aan de vorst. Pal naast het gedenkteken aan het strand staat een sala – een open paviljoentje met betegelde vloer en een houten dak tegen zon en regen. Dat is het domein van Grandmaster Somsak.

Sinds zijn dertiende houdt meester Somsak zich bezig met massage. Hij is opgeleid in de Wat Po-tempel in Bangkok, beroemd vanwege een reusachtige liggende Boeddha (46 bij 15 meter!), bedekt met bladgoud en parelmoer. De tempel is tevens de bakermat van de traditionele Thaise massage. Hun koninklijk goedgekeurde methode behelst een onverbiddelijk rekken en strekken van spieren en gewrichten totdat iedere blokkade in je lichaam is geslecht. Adepten van Wat Po-massage zijn sinds vijf decennia uitgewaaierd over de planeet.

Master Somsak is een van hen. Aan zijn kleine ascetische gestalte is geen leeftijd af te lezen. Hij ziet er eerder uit alsof hij het eeuwige leven heeft. Toen hij ons voor het eerst voorbij zag schuiven riep hij spontaan dat hij ons kon helpen. Maar wij waren duidelijk nog niet zover.

Deze keer pakt hij het anders aan en toont ons ingelijste diploma’s en koninklijke oorkondes. Een boekje met getuigenissen van klanten bevat bijdragen in alle talen van de wereld. Hij moet heel wat mensentypes onder handen hebben gehad. Allemaal zijn ze vol lof, al maken de meesten gewag van de pijn waar ze doorheen moesten.

Somsak vertelt glimlachend dat zijn patiënten soms zo tekeer gaan dat zij nieuwe klanten afschrikken. Maar hij trekt het zich niet aan. Die geluiden zijn voor hem een teken dat de behandeling aanslaat. Uiteindelijk gaat iedereen lachend bij hem weg.

Wij besluiten het erop te wagen. Gehuil en gekreun lijkt ons meer iets voor jonge mensen. Wat we over het hoofd zien is dat onze blokkades al heel wat langer bestaan dan die van de gemiddelde dertiger. Somsak moet soms diep gaan tot hij bij de bron is van het ongemak. Zo diep dat een kreun of een traan ontsnapt voor je het weet.

De frequentie is één dag op, één dag af. We willen per se een dagje pauze tussendoor, anders is het niet te harden. Somsak straalt als een kind als je vooruitgang weet te melden. Net zoals wij trouwens, want de vooruitgang is spectaculair.

In plaats van de pijn te ontwijken, zoekt dr. Painkiller – zoals hij zich afficheert - die juist op. Leunend op een herdersstaf loopt hij over je kuiten, dijen, billen, schouders, onder- en bovenarmen. Nadat hij eerst de spierknopen met zijn vingers en tenen heeft los gekneed. Zijn massage lijkt wel een Boeddhistische levensles: wie zonder een krimp over zich kan laten lopen raakt overal van bevrijd.

ma

15

apr

2013

Elektronica

Koud terug uit Bangkok met een flinke stapel nieuwe dvd’s, blijkt de afstandsbediening van de speler lam. Nieuwe batterijen bieden geen soelaas. Wat nu?

In de hoofdstraat bij de haven zit een winkel met de kleurrijke naam Technomania. Die verkoopt geluidsapparatuur, zoals grote boxen die in de strandbars staan te dreunen. Maar een afstandsbediening? De eigenaar verwijst me naar de Panthip Plaza in Bangkok. Dat is een warenhuis van zes verdiepingen vol elektronica. Ik kom er nota bene net vandaan. Een nieuwe remote bestellen kan ik volgens hem beter vergeten. Reparatie in Bangkok biedt de meeste kans.

Dan schiet me te binnen dat ik door de kinderen eens op een werkplaats ben gewezen in een steegje tegenover de benzinepomp vlak bij huis. Een uitdragerij waar elektrische apparaten worden gerepareerd. De onderdelen liggen tot op straat. Ik word te woord gestaan door de chef die prima Engels blijkt te spreken. Hij kan me niet helpen, maar hij weet wie wel.

We worden teruggestuurd naar de haven. Naast de bank is volgens hem een winkel die dvd-spelers in de etalage heeft staan. Daar doen ze ook reparaties. Hoe we ook zoeken, we kunnen de winkel niet vinden. De bank staat op een hoek en rechts ervan is een restaurant en links een soort garage waarvoor quads staan geparkeerd. Ik wil het al bijna opgeven als ik naast die quads opeens een bord zie staan met de afbeelding van een schotelantenne. In het halfduister van de loods ontwaar ik een glazen toonbank, waarin dvd-spelers staan uitgestald. Dit is een heuse elektronicawinkel annex reparatieplaats.

De eigenaar is uitermate vriendelijk en spreekt goed Engels, maar denkt niet dat hij me kan helpen. Als ik hem hulpeloos vraag wat ik dan moet, besluit hij om het toch te proberen. Hij krijgt het plastic ding niet open want het is dichtgelast. Als ik aangeef dat ik het niet erg vind als hij het openbreekt, vraagt hij me over een uurtje terug te komen. Hij wil geen pottenkijkers.

Na de lunch rijden we terug. De monteur kijkt me triomfantelijk aan en toont op een tester dat alle knopjes het weer doen. Fantastisch! Ik ben net zo blij als hij. De behuizing zit weer keurige netjes dicht, zonder een schrammetje. Voor 5 euro ben ik uit de brand. Bovendien krijg ik de verzekering dat ik altijd terug kan komen als er weer iets loos is.

zo

14

apr

2013

Regels

De verlenging van ons jaarvisum is telkens weer een heel gedoe. Het is meer dan een formaliteit omdat je afhankelijk bent van de welwillendheid van de ambtenaar die je aanvraag behandelt. Het beste is om alle mogelijke obstakels van te voren uit de weg te ruimen zodat er geen reden is voor een weigering.

In de Bangkok Post ontdekte ik bij toeval een advertentie van een visabemiddelingsbureau. Een van de vereisten voor een jaarvisum was een paspoort dat minstens voor dat jaar geldig moest zijn. En dat was het mijne niet.

Informatie bij de ambassade bracht mij niet veel verder. Volgens hen was het een Thaise aangelegenheid. Daaruit begreep ik dat ik maar beter snel een nieuw paspoort kon aanvragen. Nou ja, snel. Een reis van 500 kilometer naar Bangkok en daarna nog eens 2 tot 3 weken wachttijd. Maar gelukkig was ik nog op tijd.

In Bangkok las ik in de krant een ingezonden brief van een Zwitserse vrouw die zich opwond over de immigratieregels. Zij is al drieëndertig jaar getrouwd met een Thai en moet nog ieder jaar haar visum verlengen. Ze drijven samen een restaurant voor een internationale clientèle en hebben 30 man in dienst. Zij heeft geen enkel uitzicht op het Thaise staatsburgerschap omdat de wet die status verbiedt aan buitenlanders. Aanvragen voor een permanente verblijfsvergunning worden keer op keer zonder opgaaf van redenen afgewezen.

Maar wat haar het meeste steekt is elke 90 dagen de gang naar de immigratiedienst om haar adresgegevens te bevestigen. Terwijl ze al 33 jaar op hetzelfde adres woont. Die tocht kost haar – en ons – uren wachten tot er een papiertje in je paspoort is geniet met een nieuwe oproepdatum. De enige hoop die buitenlanders hier hebben is dat Myanmar zijn immigratieregels dermate versoepelt dat Thailand niet kan achterblijven bij de concurrentie.

 

do

11

apr

2013

Broeierig

De heetste dag van deze zomer wordt verwacht op 27 april. Daarna moet de temperatuur geleidelijk weer dalen naar rond de 30 graden. De thermometer staat nu al wekenlang ver boven de 350. En dan mogen wij hier nog van geluk spreken met af en toe een warme bries van zee. Er zijn delen van Thailand waar je alleen maar uitgeput onder een boom kan liggen. In dit klimaat moet je gewoon niet teveel willen.

Maar lang niet iedereen kan zich dat veroorloven. Wat als je de kost moet verdienen in die broeierige hitte, bijvoorbeeld in de bouw? Tegenover ons ontbijtadresje is de startplaats van diverse bouwploegen. Kleine vrachtwagentjes rijden de mannen – en incidenteel een vrouw – ’s ochtends om 8.00 uur naar hun werkplek. Het is opvallend hoeveel mensen kleding dragen die ze helemaal bedekt, van hoofd tot voeten. Je bent natuurlijk sneller helemaal bezweet dan iemand in korte broek en bloot bovenlijf, maar drijfnatte kleren brengen ook verkoeling.

En uiteraard bescherming. De zonnestralen zijn onbarmhartig en een zonnesteek heb je hier zo te pakken. Het is verbijsterend om te zien hoe farangs nog steeds alle waarschuwingen in de wind slaan en hun witte lijf blootstellen aan de koperen ploert, vaak zonder enige bescherming.

Zelfs al ben je bedekt, dan kan de hitte nog tot nare huidkwaaltjes leiden. Door overmatig transpireren verstopte en ontstoken talgkliertjes bijvoorbeeld. Schimmelinfecties zijn ook talrijk. Veel en vaak douchen helpt tegen al dat ongemak Zolang je tenminste niet teveel zeep gebruikt. Goede bacteriën zijn nodig om de slechte om zeep te helpen.

Nog even en we hebben het ergste gehad. Over twee weken moeten we nog wel naar Bangkok. De bewoners klagen dat het er elk jaar warmer wordt. Ze wijten de temperatuurstijging aan het stijgende aantal wolkenkrabbers. Die gebouwen zouden met al hun glas en beton de warmte vasthouden. Misschien schuilt daar wel iets van waarheid in. In elk geval haalde ik van de week opgelucht adem toen ik hier aan wal stapte na een paar dagen in de metropool.

 

di

02

apr

2013

Nostalgie

De beelden van de pausverkiezing en de plechtigheden van de paasweek riepen nostalgische gevoelens bij mij op. Ik moest denken aan de eerste keer dat ik het ‘habemus papam’ heb gehoord. Dat was in 1958 toen paus Johannes XXIII werd gekozen na het overlijden van zijn voorganger Pius XII aan de hik. Onvergetelijk voor een negenjarige.

Wij hadden nog geen televisie en gingen dagelijks bij mijn tante kijken naar de schoorsteen van het Vaticaan. Tot er witte rook kwam en een nieuwe paus, die de rooms-katholieke kerk op haar grondvesten deed schudden door een reeks opzienbarende vernieuwingen.

Sommige veranderingen gingen niet ver genoeg; andere sloegen juist door. Een verlies was de invoering van de eigen landstaal bij de liturgieviering. Latijn kregen wij met de paplepel ingegoten. Voor elke katholiek was kerk-latijn de eerste kennismaking met een vreemde taal. Iedere ochtend zaten wij vòòr schooltijd in de kerk. Je aanwezigheid werd geturfd en vermeld op je rapport onder het kopje: HH. Missen. Het enige cijfer dat zo laag mogelijk moest zijn. Een 3 betekende dat je slechts drie keer een mis had verzuimd tijdens dat kwartaal.

Die dagelijkse kerkgang maakte deel uit van je schooldag. Niemand dacht er in die jaren ook maar aan om te spijbelen. Daarvoor hadden we te veel plezier in de kerkbanken. De meisjes zaten bij elkaar links van het gangpad; de jongens rechts. Ik heb er heel wat af gegiecheld.

Het kerkelijk jaar was rijk aan rituelen, vooral tijdens de paasweek. De kerk zat bomvol voor de voetwassing op Witte Donderdag, de kruiswegstatie op Goede Vrijdag en voor de Paaswake – de nachtmis waarin de paaskaars werd ontstoken. Het wierookvat werd constant bijgevuld en de kerk daverde van de Gregoriaanse gezangen.

De katholieke rituelen zijn sindsdien sterk vereenvoudigd. De inwijding van paus Franciscus was weliswaar sober, maar wel geheel in het latijn. Tot mijn verrassing kende ik de tekst nog bijna letterlijk van buiten. Als je ziet hoe in Thaise tempels eeuwenoude rituelen onveranderd worden uitgevoerd en gekoesterd, vraag je je af waarom bij ons nieuw wordt verward met beter.

di

26

mrt

2013

Kinderen

Zonder enige overgang is het hitteseizoen aangebroken. Op dagen dat er geen zuchtje wind is, kan je maar beter zo min mogelijk bewegen. Een gekke gewaarwording dat het Thaise nieuwjaar juist in deze periode valt. Het contrast met onze decembermaand kan haast niet groter zijn.

De feestelijkheden zijn nog twee weken weg, maar de opwinding is nu al voelbaar. Dat komt doordat de grote vakantie is begonnen en je opeens overal kinderen ziet. Niet alleen de jongsten die hier schoolgaan, maar ook pubers die middelbaar onderwijs volgen op het vasteland.

Het is opeens een heel stuk tieriger. Groepjes tieners duiken ’s ochtends vroeg met kleren en al giechelend het zwembad in, lopen in colonne hard als training voor de boksarena of scheuren op de brommers van hun pa of ma. De kleintjes zijn voor een paar maanden bevrijd van schooluniform en discipline.

Kinderen in Thailand zijn zelfstandiger en sneller volwassen dan in Europa. Misschien omdat ze opgroeien in minder strikt gezinsverband. Vrouwen worden al jong zwanger en de meeste ouders zijn niet getrouwd. Veel kinderen hebben halfbroers en zusters. Niet het gezin maar de familie is hier de spil van de samenleving.

In de massagesalon was het laatst gezellig druk. De vrouw van de dokter, die de zaak runt, had haar dochters meegebracht. Zij is vorig jaar moeder geworden van een zoontje dat zij met de dokter deelt. De meisjes komen uit een eerdere verbintenis. Net als hun moeder krijgen zij een schoonheidsbehandeling. Het is nog vroeg; wij zijn de enige klanten.

Ze kijken allebei doodernstig terwijl hun nagels worden gevijld en gelakt. De kleinste is net klaar en loopt op haar hakken om haar geelgelakte teennagels te laten drogen, terwijl zij op haar vingers blaast die felroze kleuren. Haar oudere zusje heeft een meer gewaagde smaak. Zij laat elke nagel in een andere kleur lakken en kijkt geconcentreerd toe of alles gaat zoals zij het wil. De moeder neemt met een brede glimlach het compliment over haar kroost in ontvangst.

Een week later treffen we er een meisje dat sprekend op de dokter lijkt. Ze zal een jaar of zeven zijn, met een alerte blik en halflang gitzwart haar. Bij binnenkomst doet ze een spelletje op een roze tablet, maar zodra we liggen hoor ik dat zij de massageruimte binnenkomt. Ze weet zich te gedragen en praat op fluistertoon.

Blijkbaar boeit het haar wat er gebeurt, want even later knielt zij op bed naast de masseuse. Ze stelt vragen, krijgt antwoord en mag assisteren. Uit het aangrenzende vertrek haalt ze extra attributen omdat ik een ontsteking heb die geijsd moet worden. Even later dekt ze zorgzaam mijn voet toe die onder de handdoek was uitgeglipt.

Zo leert ze spelenderwijs en niemand die het haar verbiedt. De vrijheid van Thaise kinderen is groot. Ook voor volwassenen gelden minder regels en dat maakt het leven hier een heel stuk aangenamer dan in het overgeciviliseerde westen. Als we aangekleed zijn en de ontvangstruimte binnenstappen voor een kopje gemberthee, zit het meisje in een massagestoel. Net als haar halfzusje krijgt ook zij regenboognagels.

zo

10

mrt

2013

Goklust

Bij de kassa van de plaatselijke supermarkt valt mijn oog op bundeltjes felgroene en oranje kartonnetjes op het formaat van pleisters. De verbandwaren liggen er vlak naast, maar dit is toch geen Hansaplast? De pakjes worden bijeengehouden met papieren wikkels voorzien van een Thais zegel. Ze liggen bovenop doorzichtige dozen die nog meer van die bundeltjes bevatten en daar staat iets op dat ik begrijp: playing cards.

Ik wist dat kansspelen verboden zijn in Thailand, maar dat ze om dat verbod te omzeilen het formaat van hun speelkaarten hadden aangepast was nieuw voor mij. Zulke kaartjes passen in de kleinste handpalm. Maar zo onnozel blijkt het niet te liggen. Dit kaartspel – Pai Thai – kent een lange traditie.

De kleine Thaise kaarten zijn verwant aan eeuwenoude Chinese geldkaarten. Elk spel bestaat uit 60 kaartjes met grafische afbeeldingen die zijn onderverdeeld in verschillende categorieën, genummerd van 1 tot en met 9. De cijfers staan aan beide uiteinden in Thaise cijfertekens. Hoe het spel precies gespeeld wordt heb ik nog niet kunnen ontdekken, maar wel dat het razend populair is en dat je er have en goed mee kan vergokken.

In een land waar gokken is verboden zijn deze kaartjes gek genoeg open en bloot te koop. Bovendien worden ze geproduceerd door één fabriek in Bangkok die onder toezicht staat van het Ministerie van Financiën. Hun monopoliepositie hebben ze overgenomen van een Belgische drukkerij uit Turnhout. Die exporteerde voor de oorlog jaarlijks meer dan honderd ton van zulke speelkaarten naar Thailand.

De houding van de regering is op z’n zachtst gezegd dubbelzinnig. Ze produceren kaartspellen – een lucratieve handel die elk jaar met zo’n 5 % groeit – maar verbieden tegelijkertijd dat ermee wordt gespeeld. Gokken gebeurt in illegale casino’s maar ook gewoon aan huis. Na drugs is gokken hier het grootste maatschappelijke probleem.

De staatsloterij is razend populair. Iedereen droomt van rijkdom zonder werken. Een Thai speelt dan ook niet om luciferhoutjes. Dat druist in tegen zijn natuur. De goklust van de Thai vind je overal in terug. Bijvoorbeeld in onbezonnen bouwprojecten die vaak voortijdig worden gestaakt.

Wij hebben hier een grote supermarkt in andere handen zien overgaan na een speelschuld. Daar vaart de eilandbevolking trouwens wel bij, want de nieuwe eigenaar weet van wanten. Het winkelassortiment is sinds kort flink uitgebreid en dat scheelt menig tochtje naar het vasteland.

wo

27

feb

2013

Reparatie

Het leek wel of de voorband van de auto langzaam leegliep. Maar het duurde dagen voordat ik het zeker wist. Bij de garage zagen ze meteen dat er iets mis was. Ze demonteerden de band, pompten hem stijf op en dompelden hem in een bak water. Jawel hoor, er stegen luchtbelletjes op.

De monteur pakte een priem en stak die in het gaatje. Hij bewoog hem flink op en neer en toonde ons triomfantelijk een gat dat nu opeens groot was. Tja, dat was niet meer te repareren. Al probeerde hij het nog te stoppen met een stukje rubber. Een nieuwe band leek hem het beste. Ons inmiddels ook. Hij liet een hulpje de maat noteren en zei ons over twee dagen terug te komen. De nieuwe band moest van het vasteland komen. We vertrokken op de reserveband die ook niet helemaal betrouwbaar was.

Twee dagen later reden we in de middag langs. Het was zondag maar dat maakt hier geen verschil. De garagehouder keek ons vragend aan. Is de band al gearriveerd, vroeg ik in mijn beste Thais. Als een rechtgeaarde Thai zei hij geen nee, maar begon te telefoneren. Even later gaf hij ons de prijs door van de band. Ja, dat is in orde zeiden wij met het idee dat hij de band er nu meteen op zou zetten. Maar de nieuwe band bleek nog niet besteld te zijn.

Een halve week later – we namen het nu ruim – gingen we weer even langs. Nu werden er twee (!) splinternieuwe banden aangerold. Alleen was er een probleempje – de stroom was uitgevallen. We keken de monteur verslagen aan maar bleven wachten op een oplossing. Toen nam hij het heft in handen. Hij gebaarde ons naar de kant en met vereende krachten begonnen ze de auto op te krikken. Met de hand draaiden ze de wielbouten los. Daar was veel kruipolie bij nodig. Twee wielen werden samen met de nieuwe banden op een klein autootje geladen dat hoestend en proestend wegreed.

Ondertussen testten ze de overgebleven banden die ze monteerden als reservewiel en voorwielen. Na een minuut of twintig kwam het pruttelende vrachtwagentje terug. De nieuwe banden prijkten op de oude velgen. Blijkbaar beschikte een andere garage over een generator.

In een handomdraai werden de achterwielen gemonteerd. De chef maakte even snel een proefritje op het garageterrein en wij kregen de sleutel gepresenteerd en de rekening. Omdat we maar op één band hadden gerekend, kwamen we geld tekort. Even zo vrolijk mochten we wegrijden. Op een eiland komt niemand immers onder zijn schulden uit.

ma

25

feb

2013

Risicobeperking

Wie in de tropen gaat wonen, moet het stellen zonder een aantal verworvenheden van de welvaartsstaat. Zeker op een tropisch eiland. Niets van wat wij gewoon waren, is hier een vanzelfsprekendheid. Niet dat je vuilnis elke week wordt opgehaald, niet dat er altijd koffie in de winkels ligt. Laatst was er eindelijk weer eens lijm te koop, waar ik met smart op had gewacht.

Voor de bekleding van kussens in onze nieuwe stoelen heb ik onlangs een beddensprei geofferd. Die heb je hier toch niet nodig en het plaatselijke naaiatelier dat connecties had met een stoffenleverancier in het noorden zit sinds de overstromingen van oktober 2011 zonder aanvoer.

Je leert hier vanzelf om inventief met alles om te gaan. Alleen heb je sommige dingen niet in de hand. Ik las laatst dat in Nederland op drukke plekken reanimeringsapparatuur wordt geïnstalleerd. Onder handbereik en door iedereen te bedienen – optimale risicobeperking. Dat is hier wel even anders.

Vorige week zaten we aan de lunch in een stille baai die alleen per boot bereikbaar is. Het is een van de plekken waar duikscholen hun leerlingen trainen op de zeebodem. Ook is er een plek afgezet voor snorkelaars, mensen die tussen de tropische vissen willen zwemmen zonder duikuitrusting.

Er lagen nogal wat bootjes afgemeerd. Opeens hoorden we geschreeuw vanaf het water komen. We leunden over de balustrade van het hooggelegen restaurant en zagen dat er paniek was uitgebroken onder de snorkelaars. Een vrouw gilde doordringend. De bemanning van de bootjes die voor anker lagen haastte zich naar de plek waar het rumoer vandaan kwam. Ze sprongen het water in en droegen even later het lichaam van een man de wal op. Zijn ledematen waren slap en zijn hoofd bungelde er bij.

Eenmaal op het strand werd onmiddellijk gestart met hartmassage. Maar niet voor lang. Blijkbaar was het al te laat. Het bewegingloze lichaam werd naar een speedboot gedragen, waar zijn vrouw op haar eentje de hartmassage hervatte. Zij had de hoop nog niet opgegeven.

De boot ging er full speed vandoor. De achterblijvers dromden naar de aanlegsteiger en gingen snel aan boord. Hun snorkeltripje was te einde. Iedereen wilde zo snel mogelijk weg van de onheilsplek.

Zelfs al had hartmassage nog zin gehad, dan nog was de man niet bij voorbaat gered. Hij was naar de dokter gebracht, maar wat kan die doen? Zonder specialistische spoedhulp ben je in zo’n geval verloren. Over twee jaar moet hier een ziekenhuisje verrijzen. Vooralsnog leggen wij ons lot in Boeddha’s handen. Net als de Thai.

zo

10

feb

2013

Tradities

Zodra het vanochtend licht was, begon het knallen. Overal werden altaartjes opgericht waarvoor ontelbare rotjes werden afgestoken. De kruitdampen waren hier en daar zo dicht dat scooterbestuurders een hand voor ogen sloegen. Uiteraard zonder vaart te minderen, want zo is hier de rijstijl.

Bij de waterwinkel was de rook zo dik dat ik de auto aan de kant moest zetten. Daar hadden ze een elektriciteitsbuis van een paar meter lengte volgestopt met rotjes die achter elkaar ontploften. Het jaar 4709 is op Koh Tao met heel veel lawaai verjaagd.

Vandaag is het Chinese nieuwjaar begonnen. Ik stond ervan te kijken hoeveel Chinezen – of Thai van Chinese afkomst – hier wonen. Want heel wat winkels en restaurantjes zijn voor twee dagen dicht. Thai zijn trouwens altijd wel in voor een feestje. Zo wordt in Thailand binnen vier maanden maar liefst drie keer nieuwjaar gevierd.

Het spits is afgebeten door het westerse nieuwjaar. Volgens de christelijke jaartelling leven we sinds 1 januari in het jaar 2013. Onze jaartelling loopt mijlenverver achter op de Chinese, die sinds vandaag bij het jaar 4710 is beland. Hun jaartelling begint bij de heerschappij van de Gele Keizer. Huangdi geldt als de grondlegger van de Chinese beschaving. In het taoïsme wordt hij vereerd als een god.

Het Thaise nieuwjaar volgt straks in april. Dat feest duurt traditioneel drie dagen en dit jaar nog eens een dag extra omdat het deels in een weekend valt. Dan is het precies 2556 jaar geleden dat de Boeddha werd geboren. Van die drie kalenders – de christelijke, taoïstische en boeddhistische – is de christelijke internationaal het wijdst verbreid. Het jaar 2556 is daarom in Thailand al op 1 januari ingegaan. Toch gaat er in dit deel van de wereld niets boven tradities.

Een van die oeroude gebruiken is het afsteken van vuurwerk. Die traditie stamt uit China, waar nog voor de uitvinding van het buskruit werd ontdekt dat groene bamboe knalt wanneer het in brand wordt gestoken. Dat waren de eerste rotjes die met hun geknal boze geesten op de vlucht moesten jagen. Rotjes zijn hier het hele jaar door in de supermarkt te koop en worden bij tal van gelegenheden afgestoken, maar nog altijd met de bedoeling om boze geesten te verjagen. Tijdens de Chinese en Thaise oudejaarsavond knallen rotjes, rotjes en nog eens rotjes. Siervuurwerk wordt bewaard tot nieuwjaarsdag.

Een andere traditie is gastvrijheid. De mensen op dit eiland gaan door voor stug. Op het eerste gezicht zijn ze dat misschien ook wel, wat nauwelijks verbazing wekt met al die toeristen die hen niet altijd voor vol nemen. Op weg naar het zwembad werden we gewenkt door een Thaise vrouw die voor haar huis aan de koffie zat. We hadden haar daar wel vaker gezien en groetten altijd beleefd. Deze keer wenkte ze ons en gebaarde of we koffie wilden. Nou, dat sloegen we niet af.

Haar man – een van de tuinlieden van BAN’s – knikte goedkeurend dat we de uitnodiging aannamen en ook de grootmoeder kwam ons begroeten. We namen plaats op de betonnen omheining van hun binnenplaatsje en zaten even later aan de koffie met gefrituurde deegslierten – het Thaise ontbijt bij uitstek. Veel conversatie was er niet vanwege het taalprobleem, maar dat was geen bezwaar. De boodschap was duidelijk. Je aanwezigheid wordt gewaardeerd en je hoort erbij.

do

24

jan

2013

Veelvraat

Bij thuiskomst uit Bangkok wil ik koffie maken. Na een reis van 500 kilometer gaat een opkikkertje er wel in. Als ik het espressopotje op het fornuis zet, wil de vlam niet branden. Zou de gasfles leeg zijn? Niets dat daar voor vertrek op wees. Maar de fles is wel degelijk leeg zodat ik snel een nieuwe laat komen.

Die avond ruiken we voortdurend de weeë lucht van butagas. Er zal toch geen lek zijn? In het donker ga ik met een zaklantaarn buiten kijken. Ik ruik wel degelijk gas alleen niet bij de fles zelf, die onder het huis staat en helemaal nat is van condens. We doen het keukenraam dicht om de stank te mijden maar hebben niet het benul om de gasfles dicht te draaien.

De volgende ochtend wil ik koffie maken, en weer gaat het mis. De nieuwe gasfles is volkomen leeg. ’s Middags komt er een monteur kijken. Zonder iets te zeggen loopt hij naar binnen en trekt mijn fornuis van zijn plek. Hij controleert de gasaansluiting en ruikt eraan. Als ik dat zie, gebaar ik hem naar buiten want daar kwam de stank vandaan. Na inspectie is er volgens hem met de gasfles zelf niks mis. Hij denkt dat er een lek zit in de slang vlakbij de aansluiting. Er moet een nieuwe gasfles komen en hij zal de slang een stukje inkorten.

Ik kan met de beste wil van de wereld geen gaatje ontdekken in het stukje afgesneden slang dat hij mij in handen duwt. En als we even later het fornuis testen ruiken we nog steeds ontsnappend gas. De monteur gaat de nieuwe gasfles controleren, terwijl ik op een steen in de tuin blijf staan. Vanaf die verhoging valt mijn oog op de gasslang die weinig elegant langs de gevel omhoog loopt tot hij door een gat naar binnen verdwijnt. En opeens ontwaar ik een paar vreemde plekken op die slang.

Het is niet goed zichtbaar want er staat een boompje tegen de gevel. Maar als ik de takken weg buig, zie ik dat er iets niet in orde is en waarschuw de monteur. Die knikt me enthousiast toe: euvel gevonden. De slang is op vier plaatsen beschadigd, en een ervan is echt een gat. Het gas is in de loop van de nacht daardoor gewoon ontsnapt.

Opeens zie ik het verband tussen dat boompje en die gaten in de slang en weet ik wie de daders zijn: eekhoorns. De Thaise evenknie van dat schattige roodbruine knaagdiertje dat in Europa voornamelijk beukennootjes eet, is een echte veelvraat. Klein, met een grijsbruine vacht, zie je ze overal. Ze roetsjen over elektriciteitsdraden, langs boomstammen en over platte stenen in de tuin. Er is nauwelijks een papaya of mango die kan rijpen, of de eekhoorns hebben hem al aangevreten.

Als de gasslang danig is ingekort, weten we het zeker. Hij is kapot geknaagd. Plastic en rubber zijn dus ook niet veilig voor deze kleine roofdiertjes. Nog een geluk dat ze niet zijn vergast. Het boompje heb ik nog diezelfde middag omgezaagd.

do

17

jan

2013

Respect

Elke twintig minuten rijdt een gratis busje van het ziekenhuis in Bangkok naar het dichtstbijzijnde Skytrainstation en terug. Maar ook een van de grote warenhuizen – Central – heeft een shuttleverbinding met het Bumrungrad. Zo van de dokter regelrecht je leed vergeten met een shopping spree. Slim bekeken.

Omdat het Centralbusje eerder komt en we toch nog de stad in moeten, stappen we daar in. Het is spitsuur, niet alleen op de rijweg maar ook op de trottoirs. In drommen haast men zich naar de eetstalletjes om een lunch te bemachtigen in plastic zakjes, die vervolgens op de werkplek wordt genuttigd.

Met veel moeite wurmt het busje zich in de file die maar nauwelijks beweegt. Na een paar honderd meter rijdt de chauffeur een inrit naast de weg op. Hij stopt naast een loket en praat met iemand. Als ik op het gebouw erachter een bord zie hangen met het logo KFC denk ik dat hij zijn lunch bestelt. Dat is hier tijdens een taxirit niet ongewoon.

Waar KFC voor staat hadden we bij een eerder bezoek ontdekt. Vijftien jaar geleden zag je overal in Thailand reclameborden met de reusachtige afbeelding van een soort Ho Chi Minh-figuur. Ik was voor het eerst in Azië en nam aan dat het om de een of andere kruidendokter ging – de uitvinder van tijgerbalsem of iets dergelijks. Dat de man geen Oosterling was en het embleem van een heel ander soort product, was een ontluistering. Colonel Sanders – de man op het logo – was de oprichter van een van de grootste Amerikaanse fastfoodketens: Kentucky Fried Chicken. De globalisering was al veel verder dan ik had gedacht.

We rijden een hoek om naar een volgend loket en de chauffeur stopt een bankbiljet in een uitgestoken hand. In ruil daarvoor krijgt hij geen maaltijd overhandigd maar een ijshoorntje. Hij pakt het ijsje aan en draait zich om. ‘For you Sir’, zegt hij tegen Hans die vlak achter hem zit. Niemand van de medepassagiers protesteert tegen dit oponthoud. En niemand anders die een ijsje krijgt. We zijn stomverbaasd.

Misschien komt het doordat Hans vandaag zijn Thaise outfit draagt – een donkerrood hemd van Oosterse snit. Al vindt hij zelf die uitleg veel te oppervlakkig. Waarschijnlijk heeft hij gelijk want voor de ingang van het warenhuis knikt de chauffeur hem nog eens respectvol na.

di

08

jan

2013

Tropicalia

Ook al gebeurt er vrij weinig op Koh Tao, de geruchtenmachine draait constant op volle toeren. Het doet me denken aan de Amerikaanse schrijfster Joan Didion die Miami een stad in de tropen noemde – long on rumor, short on memory. Een rake karakteristiek ook van de samenleving hier.

Er wordt ons wel eens vol verwondering gevraagd wat we de hele dag uitspoken. De Thai kunnen zich daar blijkbaar geen voorstelling van maken omdat ze ons niet vaak buitenshuis tegenkomen. Zelf zijn ze de godganse dag onder elkaar om en passant alles en iedereen door te nemen.

Laatst bleek iemand in een eethuis te weten dat wij bier uit Laos aanschaffen per krat. Niet alleen wist hij dat, maar hij wilde ook dat wij wisten dat hij het wist. Zoiets is geen roddel of achterklap maar nieuwsgierigheid. Op een plek waar geen krant of nieuwsbrief bestaat, gaat de nieuwsgaring nog per tamtam.

Dat verhaal over het bier berust op waarheid. Maar er gaan ook berichten rond die uit de lucht gegrepen zijn. Sinds de kerstdagen zijn er dagelijks stroomstoringen op het eiland. Er is een generator stuk, die wacht op reparatie. Om het ongemak zo eerlijk mogelijk te verdelen wordt dagelijks volgens een volstrekt ondoorzichtig systeem de goedkope stroomvoorziening urenlang afgesloten. Wie daarnaast is aangesloten op de privélijn zit snor. Je zet gewoon de knop om en merkt er verder weinig van. Behalve dan dat er geen internet en telefoon is.

Op een middag zitten we tegen 5-en aan het strand als er opeens zenuwachtig heen en weer wordt gerend. Als een lopend vuurtje doet het nieuws de ronde dat om 6 uur de totale stroomvoorziening plat gaat. Dat zal duren tot middernacht. Koortsachtig wordt er overlegd. Heeft het nog wel zin de restaurantjes open te houden? Wat kan je klanten bieden in het pikkedonker. Moet je een badkuip vullen met ijs om de drank te koelen? Verwarring alom. In alle opwinding heeft niemand in de gaten dat het inmiddels half 7 is en dat het licht gewoon nog brandt. Loos alarm dus. Niks geen gederfde inkomsten.

Zo snel als ze een gerucht oppakken, zo kort zijn ze van memorie. Onlangs aan het ontbijt merken we dat op een afstandje drie Birmese obers naar ons staan te staren. Als we het in de gaten krijgen, komt degene die het beste Engels spreekt naar onze tafel. We hebben het over jou – zegt hij tegen me. Mijn collega bewondert je expressieve gezicht.

Een compliment op de vroege morgen waar ik verlegen van word. Ze blijven nog een tijdje staan kijken en gaan dan weer aan het werk. Een paar dagen later strijken we er weer neer. Ik voel me een beetje opgelaten maar al snel blijkt dat ik me geen zorgen hoef te maken. Mijn ‘bewonderaar’ kijkt me nu aan alsof hij me nog nooit gezien heeft.

di

25

dec

2012

Feestdagen

 

 

 

 

 

Voor de dikhuid is elke dag dezelfde –

Splitseconde van de eeuwigheid

Zo leeft hij lang zonder oud te worden

 

Oosterse wijsheid

 

 

Bij de jaarwisseling

2013/2556

 

Kristien & Hans

 

zo

23

dec

2012

Onrust

De Amerikaanse wapenlobby wil gewapende agenten in schoolgebouwen stationeren om de veiligheid van leerlingen te garanderen. Terwijl dat voorstel in de VS veel commotie oplevert, is die bewaking in het zuiden van Thailand een trieste realiteit.

Moslimrebellen strijden er om onafhankelijkheid. Het geweld heeft de afgelopen acht jaar al drieduizend vrouwen weduwe gemaakt en vijfduizend kinderen wees. De Thaise moslims voelen meer verwantschap met het aangrenzende Maleisië – ook een moslimcultuur – dan met het boeddhistische Thailand. Maar hun onafhankelijkheid is voor de Thaise regering vooralsnog onbespreekbaar. En dus duurt de onrust voort.

De laatste maanden lagen boeddhistische leerkrachten op de staatsscholen onder vuur. Groepen gewapende opstandelingen drongen scholen binnen om onderwijzers voor de ogen van hun leerlingen dood te schieten. Het is een wonder dat daarbij geen kinderen zijn geraakt.

Door de maatregelen van de regering om de leerlingen desnoods met geweld te beschermen wordt het onderwijzend personeel tijdelijk met rust gelaten. De aandacht van de rebellen is nu verlegd naar boeddhistische ambtenaren. Onlangs is een busje dat staatsdienaren naar hun werk reed in een hinderlaag gelokt. Vanuit een rubberplantage is het voertuig met vijftien passagiers op een spervuur van kogels getrakteerd.

Om aan dit zinloze geweld een einde te maken is door vrouwelijke activisten voorgesteld om hun een rol te geven bij de oplossing van het conflict. Hun eerste idee lijkt alvast niet verkeerd. De regering zou meer macht moeten overdragen aan lokale besturen. Die zijn beter in staat een compromis te vinden tussen de strijdende partijen.

Om maar te zwijgen van de verzoenende rol die vrouwen daarbij kunnen spelen. Waarom zouden moslims niet vredig met boeddhisten kunnen samenleven? In Bangkok zie je het elke dag.

za

22

dec

2012

Vooruitgang

Hier op Koh Tao kom je ze ’s ochtends vroeg nog tegen, monniken die met hun bedelnappen voedsel ophalen. Maar er zijn steeds meer tempels in het land waar het handjevol monniken binnen blijft en voedsel bestelt bij een plaatselijke afhaalthai.

De Thaise kloosters lopen langzaam leeg en monniken verliezen hun maatschappelijke functie. Die leegloop hangt nauw samen met de economische vooruitgang in het land. In de stedelijke agglomeraties vieren mensen de religieuze feestdagen liever in shopping-malls dan in de tempel. De huidige consumptiemaatschappij heeft steeds minder plaats voor de Boeddhistische tradities.

Voor de iPhone-generatie heeft het contemplatieve kloosterleven zijn glans verloren. Intreden in een kloostergemeenschap is niet langer eervol en vanzelfsprekend. Tempelscholen hebben hun monopolie verloren aan het verplichte staatsonderwijs. Het traditionele verblijf van een paar maanden als monnik in een tempel ter afsluiting van je jeugd, is bekort tot nauwelijks een week. ‘Fabrieksmonniken’ worden die eendagsvliegen genoemd.

Om de kloostergemeenschappen draaiende te houden worden monniken ‘geïmporteerd’ uit Myanmar. Het voormalige Birma staat bekend als het land van de tienduizend tempels en de welvaart is er nog zo laag dat er novieten in overvloed zijn. Zo heeft Thailand niet alleen Birmese gastarbeiders in de bouw en de toeristenindustrie, maar ook in de tempels.

Die jonge aanwas krikt de gemiddelde leeftijd van de bejaarde Thaise monniken weer wat op. Hun imago kan ook wel een steuntje gebruiken want er zijn recentelijk heel wat schandalen geweest. Video’s van diefstal van donaties, drankmisbruik en onbetamelijk gedrag met vrouwen en mannen werden op grote schaal verspreid via de sociale media. Het heeft de reputatie van het Boeddhisme geen goed gedaan.

Monniken zijn geen morele autoriteiten meer. Hun taken lijken – net als in het Westen – beperkt tot rituelen zoals huwelijken, begrafenissen en inzegeningen. Dat is de prijs van de vooruitgang.

do

20

dec

2012

Wai

Niets is zo ondoorgrondelijk voor de farang als het Thaise rangen- en standenstelsel. Iedereen in Thailand is hoger of lager dan een ander, en dat komt tot uiting in de wai. De Thaise manier van groeten met de handen gevouwen voor de borst kent een oneindig aantal nuances.

Het respect dat je de ander betuigt zit in de juiste hoogte waarop de wai gebracht wordt. Is hij te laag, dan beledig je iemand. Te hoog, dan breng je de ander in verlegenheid. Zelfs de kleinste Thaise kinderen doen het feilloos goed maar de farang die het probeert, gaat geheid in de fout. Wij zijn in het begin een paar keer gewaarschuwd door Thai die ongemakkelijk werden van onze wai. Beter groeten met een vriendelijke hoofdknik dan je belachelijk te maken.

Die ingewikkelde hiërarchie dateert uit de 15e eeuw. Tijdens het bewind van koning Trailok kreeg elke burger een rang toegekend. Vrouwen stonden het laagst op de maatschappelijke ladder. Via ambteloze mannen, ambtenaren en ministers kroop je status omhoog om te eindigen bij de hoogste geestelijk leider. Alleen royalty stak daar nog bovenuit.

Staaltjes van eerbetoon voor de koninklijke familie zie je tijdens Thaise feestdagen op de tv. Leden van het koningshuis worden bij de plechtigheden geassisteerd door bedienden die op hun knieën komen aangekropen. Zoals wij achterwaarts horen weg te lopen van de koningin, zo kruipen zij achterwaarts wanneer hun taak volbracht is. De hoogste monnik valt zo’n zelfde eerbetoon ten deel.

De adelstand bestaat niet meer in Thailand. Hier kan je geen jonkheer, geen baron of markies tegenkomen. Daarentegen weet iedereen wel hoe het heurt. Daar hebben ze geen handboek etiquette voor nodig.

za

08

dec

2012

Kerstsfeer

Sinds vanochtend zijn de kerstbomen weer tevoorschijn gehaald. In elk restaurant staat een boom met kerstlichtjes voor de farangs die hier straks de feestdagen komen doorbrengen. Het heeft iets volstrekt onwerkelijks in deze tropische omgeving.

Om te beginnen mis je de dennengeur, want de boompjes zijn van plastic. Maar wat vooral ontbreekt, is de decemberkou. Vanochtend was het zowaar frisjes toen we wakker werden. Er stond een koele bries. Nu de regentijd voorbij lijkt, is het weer hier ideaal. De lucht is net zo blauw als het spiegelgladde zeeoppervlak en de temperatuur schommelt rond de 30 graden.

De donkere dagen voor kerstmis bestaan hier dus niet. Net zo min als de stress van de decemberfeestdagen. Waar gaan we het vieren? Komen de kinderen op bezoek? Wat moeten we voor cadeautjes kopen? Eten we niet teveel?

Stress komt hier überhaupt weinig voor. Een Thai laat zich niet opjagen. Hij doet iets wanneer hem dat uitkomt. Zo niet, dan heb je maar te wachten. En als jij je daar over opwindt, is dat jouw probleem. Wij staan vaak paf van de onverstoorbaarheid van de mensen hier. Midden in een drukke ruimte kan een Thai op een bank gaan liggen, een krant over zijn hoofd vouwen en binnen een minuut vast in slaap zijn. Dat is pas een powernap.

Zij op hun beurt verbazen zich over westerlingen. Vanochtend tijdens het ontbijt hing in het restaurant een farang laveloos aan een tafeltje. Blijkbaar was hij nog niet naar bed geweest, want zijn enige consumptie was een halfleeg flesje bier. Hij zakte steeds dieper weg onder zijn rieten hoofddeksel tot hij nauwelijks meer bewoog. We zagen het bedienend personeel licht geamuseerd toekijken, sommigen van heel dichtbij. Voor hen een teken dat het seizoen weer is begonnen.

Wie denkt dat de tropen geen seizoenen kennen, heeft het mis. Al lopen ze naar ons idee flink door elkaar. Onderweg naar huis moest ik stevig op de rem trappen. Een kip met vier pasgeboren kuikentjes stak vlak voor mijn wielen over. IJkpunten als Kerstmis en Pasen bieden hier geen houvast. Wie in de tropen wil leven, moet durven loslaten.

wo

05

dec

2012

Gele zee

Sinterklaas valt samen met de verjaardag van koning Bhumibol. Zo hebben we tenminste één geheugensteuntje in de wirwar van Thaise feestdagen. De menigte die de vorst vanochtend is komen toejuichen, was uitzonderlijk groot. In een rechtstreeks programma dat door alle Thaise televisiekanalen tegelijk werd uitgezonden, was te zien hoe honderdduizenden mensen waren toegestroomd langs de route naar het paleis waar de koning werd gehuldigd en zelf het volk toesprak. Misschien omdat hij vijfentachtig werd en men beseft dat het de laatste keer kan zijn, hebben velen de nacht doorgebracht op straat om een goed plekje te hebben voor de plechtigheid.

Vanochtend waren ze paraat, gekleed in alle denkbare tinten geel om hun vorst toe te juichen. Vrouwen op leeftijd in gele zijden ensembles zaten geknield op rieten matten langs de oprijlaan van het ziekenhuis waar de koning de laatste jaren woont. Er vloeide menig traantje toen de vorst passeerde in zijn rolstoel.

Duizenden politiemensen waren op de been om de menigte in goede banen te leiden. Vijfhonderd artsen en tachtig ziekenwagens stonden klaar om mensen die onwel werden in de vochtige hitte af te voeren. Het eerbetoon was een overweldigende uiting van koningsgezindheid, nadat de demonstratie van een dag of tien geleden van een groep ultra-royalisten door handig optreden van de regering was uitgelopen op een fiasco.

Song pra tja rin – Lang leve de koning! klonk het uit honderdduizenden kelen. Hij zal er ongetwijfeld niet meer van opkijken na 66 jaar koningschap. Maar indrukwekkend blijft het.

za

01

dec

2012

Populisme

Eens in de zoveel tijd horen we een helikopter rondcirkelen boven ons huis. Dat gebeurt hier zo sporadisch dat meestal iedereen weet wat er loos is. Soms gaat het om een patrouille die illegale ontbossing in kaart brengt. Die leidt bij hevige regenval tot landverschuiving en overstromingen. Soms moet iemand met spoed naar het ziekenhuis en duurt wachten op de boot te lang. Maar de wentelwiek van begin november bracht hoog bezoek uit Bangkok.

Premier Yingluck was op goodwillreis door het zuiden en deed daarbij ook onze rotspunt aan. Het zuiden van Thailand stemt traditioneel democratisch, op de partij die de laatste verkiezingen heeft verloren. Democraten zijn koningsgezind en hun aanhangers hullen zich in het geel, de kleur van de koning.

De aanhangers van de premier komen hoofdzakelijk uit het noorden en gaan gekleed in het rood. De stad Chiangmai in het noordwesten is het bolwerk van haar partij. Ook onder de arme bevolking van het noordoosten zijn de roden populair, al gaat het verhaal dat veel stemmen zijn gekocht.

De hevige rellen in Bangkok van twee jaar geleden, waarvoor de aanstichters nog steeds achter de tralies zitten, zijn veroorzaakt door een radicale tak van de roden. Iedere poging van de premier om hun gratie te verlenen stuit op felle weerstand van de gele oppositie.

Nu is de partij van Yingluck opnieuw betrokken bij een schandaal. De democraten hebben de regering aangeklaagd bij het Nationale Anti-Corruptie Comité wegens het platleggen van de rijsthandel. Om zich te verzekeren van de electorale steun van de rijstboeren heeft de regering miljoenen tonnen rijst opgekocht tegen een prijs die hoger is dan de marktwaarde. De rijst zal opgeslagen blijven tot de marktprijs stijgt. Maar wat als die niet stijgt maar daalt?

De democraten zien de bui al hangen. Zij voorzien een enorm verlies en financieel gesjoemel door regeringsleden. Volgende week komen ze met bewijzen van onregelmatigheden die nu al zouden hebben plaatsgevonden. In de tussentijd hebben de rijstboeren hun productie verhoogd. Ze planten nu zelfs in het droge seizoen. Ook als die oogst mislukt, denken zij de regering te kunnen verplichten tot noodhulp. Dat worden duur betaalde stemmen.

Op haar bezoek aan het zuiden is Yingluck niet met lege handen gekomen. Zo krijgt Koh Tao volgend jaar een ziekenhuisje met 10 bedden. Een hele geruststelling in noodgevallen. En er komt een betere stroomvoorziening, zodat de af geragde dieselgeneratoren eindelijk verdwijnen. Het een kan trouwens niet zonder het ander. Je zal maar op de operatietafel liggen en de stroom valt uit…

Dat Koh Tao voortaan rood gaat stemmen lijkt me stug, maar een mooi gebaar van de regering is het wel. Van ons mag Yingluck nog even blijven.

 

za

06

okt

2012

Handel

Gekweld door lage rugpijn moesten we op zoek naar een comfortabele stoel. Dat is niet zo eenvoudig hier. Je kan weliswaar meubels bestellen maar proefzitten is er niet bij. Ik ging wat rondneuzen op internet en vond een bedrijf op Koh Samui dat spullen verkocht uit Chiangmai, de meubelmakersstad waar wij al eerder zelf hadden toegeslagen. De website zag er goed uit en beloofde wereldwijd transport. Niet dat we dat nodig hadden, want Koh Samui is maar twee uur varen van hier. Bovendien hadden ze een grote toonzaal.

Ik stuurde een mailtje om te informeren naar de openingstijden en kreeg het telefoonnummer van iemand met een verfranste Russische naam. Ik hoefde maar te bellen en hij zou de zaak voor ons opendoen. Mijn fantasie sloeg meteen op hol. Ik zag ons daar al de gedroomde stoel vinden en de koop bekronen met de wodkafles op tafel.

We lieten ons met een taxi afzetten voor de deur van de showroom die eruit zag alsof hij in geen tijden open was geweest. Ik belde de eigenaar die geërgerd reageerde dat hij druk bezig was en dat we de volgende ochtend maar terug moesten komen. O ja? Ik ging over van Engels op Frans en opeens werd hij een stuk toeschietelijker. Nu beloofde hij over een uurtje langs te komen.

Anderhalf uur later scheen de zon pal op de voordeur en belde ik opnieuw. Jullie zijn er nog? Goed, dan kom ik nu. Even later arriveerde er een pick-up met bouwmateriaal in de achterbak. Er stapte een late vijftiger uit met een getaande kop zoals je wel vaker ziet bij farangs. Elke gram vet verdwijnt hier op den duur.

Hij wierp een snelle blik op ons, brabbelde wat excuses en verdween naar achteren om de deur te openen. Binnen legde ik hem uit dat we op zijn website wat meubelen hadden gezien die we wilden uitproberen. Bij het horen van het woord website maakte hij een moedeloos gebaar. Ach, die website. Hij kreeg eens per maand een verzoek om inlichtingen over een sofa of iets dergelijks. De lol was er voor hem helemaal af. Zijn standaard antwoord was dat hij alleen nog leverde per container. Dat hij die website dan beter uit de lucht kon halen, had hij blijkbaar nog niet bedacht.

Ik liet hem printjes zien van meubels uit zijn virtuele collectie. Bij sommige gaf hij blijk van herkenning, andere zeiden hem niks. In de toonzaal was niets van onze gading. Wat er wel stond waren beschadigde meubels, aangevreten door tropische beestjes. Tweedehands – verduidelijkte hij – je kan ze voor een spotprijsje krijgen.

Maar eigenlijk verkocht hij liever helemaal niks. Toen hij hoorde dat de meubels naar Koh Tao moesten, vroeg hij hoe we het vervoer van een eventuele aankoop dachten te regelen. Dat doet u toch? – vroeg ik onnozel. Nee dus. Hij probeerde ons te ontmoedigen door te beweren dat de vervoerskosten de helft van de aanschafsprijs bedroegen. Onzin – reageerde ik – wij hebben meubels uit Chiangmai laten komen voor een heel normaal bedrag. Daar had hij niet van terug.

Het was nu wel duidelijk dat we niets voor elkaar konden betekenen. Misschien had hij zich daarom niet gehaast om de deur te openen. Het intrigeerde me waar hij zich dan wel mee bezighield, als die meubelhandel blijkbaar stil lag. Hij bleek een paar resorts en restaurants te runnen die hij zelf had ingericht. Toen hij begreep dat we al langer in Thailand verbleven, raakte hij op zijn praatstoel.

Toeristen zagen volgens hem alleen de buitenkant van Thailand maar als je hier zaken wilde doen, was alles minder paradijselijk. Overal moest smeergeld voor betaald worden, minimaal de helft van de investering. Thai waren volgens hem volkomen onbetrouwbaar. Wat je ook afsprak, ze hielden zich niet aan hun woord. Zo lieten ze keer op keer kansen glippen om het eiland op te stoten in de vaart der volkeren. Turkse ondernemers hadden een jachthaven willen aanleggen maar werden gedwarsboomd door de Thaise bureaucratie. Dat de Thai misschien helemaal geen poenerige jachthaven op hun eiland willen, kwam niet in hem op.

Aan uw naam te zien bent u een Rus van oorsprong – bracht ik hem op een ander onderwerp. Dat ik Russisch sprak, beviel hem wel. Ik had zeker wel gemerkt dat het geen eersteklas landgenoten van hem waren die hier rondliepen, maar provincialen die in Thailand hun vergaarde steekpenningen kwamen stukslaan. Nog een geluk, volgens hem, want het toerisme uit Europa is de afgelopen jaren met de helft gedaald. Chinezen en Maleisiërs zijn ervoor in de plaats gekomen. Zelf ging hij regelmatig naar Maleisië. Jammer dat het moslims zijn, maar ze doen tenminste wel wat ze beloven.

Zijn donkerbruine ogen straalden ontgoocheling uit. Een koloniaal die zich vergist had in de eeuw. Ons kon hij niet goed plaatsen. We leken hem niet stom, maar dat we zijn ervaringen met de Thai niet deelden, sprak niet in ons voordeel. De wodkafles is dan ook niet op tafel gekomen.

vr

05

okt

2012

Schraapzucht

Op ons dagelijkse ritje naar het zwembad zien we dat steeds meer stukken jungle bouwrijp worden gemaakt. Het lijkt wel of iedereen zijn kans probeert te grijpen. Niet alleen wordt er steeds vaker grond verkocht aan farangs, maar vooral de Thai zelf bouwen van alles en nog wat en rekenen zich al rijk.

Volgens de kinderen is het meest gebruikte Thaise woord dat voor ‘hebzucht’. Veel mensen denken hier in opportunities en gaan daarbij door roeien en ruiten. Dat soort gedrag is uiteraard niet alleen Thais maar universeel. Wij hebben dat in Frankrijk van nabij meegemaakt.

Begin jaren tachtig huurden wij een gîte in het heuvelachtige Normandië. Uit een dikke gids – internet bestond nog niet – had ik een plek gekozen die in het echt nog schilderachtiger was dan op papier. Het vakwerkhuisje hoorde bij een boerenbedrijf met koeien waar bovendien calvados en cider werden geproduceerd. De eigenaar was een ondernemend type uit de Gers, boven de Pyreneeën. Zijn vrouw kwam uit de streek.

In de jaren zeventig lag de ambachtelijke calvadosproductie op zijn gat. Die nieuw leven inblazen was dus een goed idee. Wij hebben nog toegekeken hoe cider met een tuinslang werd gebotteld en fles voor fles met de hand werd gekurkt. Dat ging wel eens scheef zodat de kurk ‘s nachts spontaan van de fles knalde. Alsof er een pistool in huis afging.

Al snel kwam er concurrentie. Tot onze boer bedacht dat hij om zich te onderscheiden een biologische cider moest maken. Tegenwoordig zijn al hun producten voorzien van het officiële keurmerk AB (Agriculture Biologique). Het succes was hem niet door iedereen gegund en zo werd in het holst van de nacht de kostbare inhoud van de calvadosvaten overgeheveld in een klaarstaande tankwagen. Vloeistof is anoniem – de dieven waren niet te pakken.

Later zijn de werkzaamheden verplaatst van over het erf verspreide schuurtjes naar een heuse cidrerie naast de oude boerderij, waar alle vaten veilig achter slot en grendel staan en de productie is gemechaniseerd. Er is geen etiket meer dat scheef wordt geplakt. Ook wordt nu ter plekke alcohol gestookt, waar vroeger een rijdende alambiek voor langs kwam. Een goedlopend bedrijf, eigenhandig opgezet binnen één generatie. Chapeau!

Wij hielden van die plek en kwamen er verschillende keren terug. De calvadosproductie werd winstgevend en wat doet een boer met geld – hij koopt land. Op het nieuwe perceel stond een boerenhuis dat ons te koop werd aangeboden. We hebben er een week gelogeerd; uiteraard tegen betaling. Allemachtig, wat moest daar een hoop aan gebeuren voordat het bewoonbaar zou zijn. Er was niet eens een wc. We besloten het niet te doen, ook al omdat het huis veel te groot voor ons was.

Maar de boer gaf niet op. Er stond nog een kleiner huis op het terrein. Een bouwval, maar met een weids uitzicht naar alle kanten. Dat laatste gaf de doorslag. Bij de verkoop kregen we een kijkje in de ware aard van onze boer. De notaris moest hem temperen omdat hij de prijs maar bleef opdrijven. Ter compensatie beloofde hij allerlei bouwmaterialen en zelfs antieke meubelen die bij hem toch maar in de opslag stonden. Van al die beloftes is hij er niet een nagekomen. Als je hem om iets vroeg, moest je daar dik voor betalen. Korting op de cider en de calvados was er ook niet bij. Vijf procent is het hoogste douceurtje dat hij ooit heeft weggegeven. En alleen omdat ik aandrong.

Zijn personeel had het meeste last van zijn vrekkigheid. Niemand hield het lang bij hem uit. Overuren vond hij vanzelfsprekend, maar ze uitbetalen deed hij niet. Veiligheidsvoorschriften werden aan de laars gelapt. Wie bij hem in dienst trad als boerenknecht moest ook meewerken aan alle bouwklussen die hij ondernam – de cidrerie, een koeienstal volgens de nieuwe Europese normen, de restauratie van zijn woonhuis, enzovoorts.

Eén knecht bleef wonder boven wonder jarenlang bij hem in dienst – Serge, in zijn vrije uren ook onze toeverlaat in huis en tuin. Ik heb hem heel wat weekends in de kost gehad. Alle planten die wij uit Boskoop hebben aangevoerd, zijn door hem vakkundig geplant. Hij wist precies hoe diep welke plant de grond in moest en hoe de wortels moesten liggen ten opzichte van de windrichting. Bovendien was hij een professionele snoeier. In zijn eentje snoeide hij alle fruitbomen van zijn patron. Andere kwekers hebben een machine rondrijden tussen de bomen van waaraf op ooghoogte gewerkt kan worden. Maar Serge zaagde van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat takken boven zijn hoofd, en was daar nog apetrots op ook.

Serge was een beetje simpel en daar werd misbruik van gemaakt. Ze lieten hem karweitjes doen waar anderen niet aan begonnen. Zoals het reinigen van de calvadosvaten één keer per jaar. Dan kroop hij in de manshoge eikenhouten vaten waar de alcoholdampen nog in hingen om de droesem van de bodem te schrapen. Ook draaide hij voortdurend overuren en weekenddiensten. Omdat hij vrijgezel was, had hij vaak geen uitvlucht paraat.

Aan tafel vertelde hij wel eens over de slechte naam die zijn baas in de wijde omtrek genoot. Niemand wilde voor hem werken – te weinig loon en te veel eisen. Ze hadden hem meer dan eens gewaarschuwd in de kroeg: je verongelukt nog eens bij die patron. Helaas is hem dat op een kwade dag ook overkomen. Deels door zijn eigen bravoure, deels door de onverantwoorde risico’s die ze hem lieten lopen. Hij kreeg een zware draagbalk op zijn nek bij de verbouw van een zoveelste gîte. Het maakte hem net niet totaal invalide, maar wel voor 70% arbeidsongeschikt. En dat voor iemand die zo prat ging op zijn spierkracht.

De problemen begonnen pas echt toen hij van zijn letsel herstelde. De boer wilde hem terug in dienst en vocht het doktersattest aan. Zo’n knecht die van alle markten thuis was, kreeg hij nooit meer. Maar dit keer liet Serge zich niet manipuleren. Daarin bijgestaan door zijn oudste broer die door alle juridische wateren was gewassen.

Bij het werk met een landbouwmachine had die broer een paar jaar tevoren een arm verloren. Zwaar bloedend was hij naar de weg gekropen waar hij een auto had aangehouden om hem naar het ziekenhuis te brengen. Maar de chauffeur had geen zin in bloed op zijn bekleding en was doorgereden. Lucide door de pijn had Serge’s broer het nummerbord onthouden en zodra hij weer op de been was werk gemaakt van de zaak. Toen hij zelf niks voor elkaar kreeg, had de Franse Pieter Storms het voor hem opgenomen. Sindsdien had hij een fikse schadevergoeding in de wacht gesleept en de televisieroem had zijn ego geen kwaad gedaan. Geen wonder dat onze boer hem kneep, want hij wist dat hij aan alle kanten fout zat.

Maar Serge hield het netjes. Zijn patron aangeven bij de Arbeidsinspectie deed hij niet. Wel liet hij hem diep in de buidel tasten door onder andere al zijn niet uitbetaalde overuren op te voeren. Converseren deden ze niet meer met elkaar. Alle contact ging via via. Soms ook via ons.

Met Serge is het al met al nog redelijk afgelopen. Hij werkt nu als monteur van landbouwmachines. Zijn proeftijd van een maand werd al na een week omgezet in een vaste aanstelling. Zijn nieuwe baas begreep meteen dat hij een gouden kracht in huis had. En onze boer trok aan het kortste eind. Het lukte hem met geen mogelijkheid om een vervanger voor Serge te vinden. Uiteindelijk ging hij in zee met stagiairs van de landbouwschool die in de praktijk alles nog moesten leren.

Zijn zoon die de calvadosproductie had overgenomen toen zijn vader de zeventig passeerde, werd ziek en een vervanger was er niet. Zijn schoonzoon die de koeien deed, moest halsoverkop zijn eigen zoon van school halen omdat hij het alleen niet redde. De berichten die wij rond de jaarwisseling traditioneel van ze ontvangen, zijn niet opgewekt. Het lijkt me geen fijne oude dag. Alles wat ze hebben opgebouwd, zien ze in hoog tempo teloor gaan.

do

04

okt

2012

Ontknoping

Mijn moeder heeft zes kinderen gebaard maar haar lichaam was daar niet op gebouwd. Vooral na de geboorte van een tweeling kwam zij niet meer op haar oude gewicht. Om haar uitgezakte figuur te ondersteunen reeg zij zich dagelijks in een roze korset met baleinen. Voor de duidelijkheid, elke associatie met sexy lingerie is hier geheel misplaatst.

Aan de waslijn van het klooster bij mijn nonnenschool hing soms ook zo’n gevaarte, tot grote hilariteit van mijn klasgenoten die zoiets nog nooit hadden gezien. Ik kon er niet om lachen. Het vooruitzicht dat ik op een goede dag ook zo gepantserd zou moeten gaan, deed mij huiveren.

Maar zover is het nooit gekomen. Ook mijn moeder heeft nog het geluk gesmaakt van de bevrijding van die baleinen. Op een gegeven moment werden die korsetten gewoon niet meer gemaakt maar vervangen door een elastieken step-in. Zo simpel kan een revolutie soms zijn.

Ik ben dus mooi de dans ontsprongen. Maar een buikje is lastig te vermijden als je ouder wordt en niet graatmager bent. Wat te doen? Omdat hier in de tropen ieder extra kledingstuk er een teveel is, heb ik gekozen voor een andere methode – Thaise massage. Een verkeerde lichaamshouding kan gecorrigeerd worden door spieren die een leven lang verkeerd gebruikt zijn stuk voor stuk te ontknopen. Het is onwaarschijnlijk wat een opluchting dat biedt en hoe je vanzelf weer rechtop gaat staan. De blauwe plekken die je bij al dat geknijp onvermijdelijk oploopt worden hier eufemistisch free massage tattoo genoemd. Maar die neem je op de koop toe.

Natuurlijk staat of valt de behandeling bij de kwaliteit van de masseuse. Wat dat betreft hebben we het sinds kort geweldig getroffen. Onze huisdokter is een ondernemend type. Hij heeft naast zijn praktijk een massagesalon geopend en vrouwen in dienst genomen die echt kunnen masseren. Eén in het bijzonder heeft een paar gouden handen. Haar faam heeft zich razendsnel over het eiland verbreid en de mensen stromen toe.

Het leven van die masseuses is niet simpel. Hun werkdag loopt van 11 uur ’s ochtends tot na middernacht, want de Thai komen vooral ’s avonds laat. Soms zijn ze onafgebroken in de weer met nauwelijks tussenpauze. Wanneer de laatste klant vertrokken is, wordt er schoongemaakt en rollen ze van vermoeidheid in hun bed. De volgende ochtend begint alles opnieuw. Kost en inwoning zijn inbegrepen bij de job. De meeste vrouwen komen uit het straatarme Isan in het noordoosten van het land. Soms zijn ze jarenlang van huis om geld te verdienen voor hun achtergebleven familie.

Lichtpuntje in hun bestaan is sinds twee maanden de geboorte van het zoontje van de dokter. Die kleine bofkont heeft er zomaar zes moeders bij. Tussen de klanten door gaat hij van schoot tot schoot. Zo te zien tot zijn grote genoegen. Die jongen komt er wel.

zo

23

sep

2012

Sja sja

Ons leven hier gaat kassie an, of zoals de Thai zeggen sja sja. Eindelijk begin ik een beetje grip te krijgen op die taal, al moet ik mijn kaakspieren nog wel dwingen om de juiste klanken uit te brengen.

De eenvoud van de grammatica is verbazingwekkend. Werkwoorden – het struikelblok van menige vreemde taal – worden niet vervoegd. Ingewikkelde werkwoordtijden, zoals het Frans of Duits die kent, bestaan niet in het Thais. Aan voorvoegsels die nuances uitdrukken, zoals in het Russisch, doen ze niet. Misschien dat Thai daarom zo direct zijn.

Om meervoud uit te drukken herhalen ze gewoon het woord in kwestie. Met hun beperkte woordenschat gaan ze economisch om. Honing wordt ‘bijen-water’ en ‘water-vet’ is smeerolie. Ieder woord kan gemakkelijk worden verkleind door iets kleins ervoor te zetten. Een katje is bijvoorbeeld een ‘kind-kat’. Wie genoeg Thaise woordjes kent, is dus een heel eind. Maar hoe je vervolgens met die woorden zinnen maakt, is een ander verhaal.

Mijn Engelstalige cursus combineert de leerstof met spraakoefeningen die door native speakers worden voorgelezen. Ik ben nu op een derde en heb al een bescheiden woordenschat. Inmiddels kan ik iemand ten huwelijk vragen en complimenteren met haar uiterlijk en lange benen. Ook al behoor ik duidelijk niet tot de doelgroep van de cursus, dat soort zinnen neem ik maar voor lief.

Het meest fascinerende vind ik de Thaise zinsbouw – een schijnbaar onsamenhangende stapeling van woorden. Hier is een voorbeeld uit mijn lesboek: Try and ask woman person that hair short and wear pants long legs color yellow. Een letterlijke vertaling van de zin: Vraag het aan die vrouw met kort haar en lange gele broek. Is het dan gek dat het Engels van de meeste Thai zo vreemd klinkt? Ik heb moeite om Thais te denken. Andersom zal ook geen makkie zijn.

za

22

sep

2012

Pech

In het leven van alledag leggen onze eilandbewoners een ware doodsverachting aan de dag. Veiligheidsvoorschriften bestaan niet op Koh Tao en elementaire regels van zelfbescherming worden genegeerd. Boeddha zegene de greep…

Vanochtend zagen we onder het huis van de buren iemand bezig om een stalen frame te lassen – zonder veiligheidsbril. Scooters worden bestuurd door halfnaakte mensen op blote voeten zonder valhelm. Het onvermijdelijke letsel is onnodig groot.

Bij ruwe zee worden duikleerlingen van de ene boot op de andere geladen. Wie op het verkeerde moment overstapt, heeft pech gehad. Kleine veerboten zie je passagiers aan land brengen zoals vroeger, voordat de catamaran in de vaart kwam. Bij gebrek aan een loopplank moeten mensen over de reling klimmen om door de bemanning op de wal te worden getrokken. Hun loodzware bagage wordt met veel moeite van het deinende schip op de kade getild. Kinderen gaan van hand tot hand. Avontuurlijk, tenminste zolang de zon schijnt en het niet stormt.

De meest gevaarlijke situaties zie je in de bouw. Op gammele steigers van goedkope boomstammetjes zie je evenwichtskunstenaars met bouwmaterialen in de weer. De gebouwen worden alsmaar hoger. Vooral langs het strand. Regelmatig worden mislukte bars en winkeltjes gesloopt en vervangen door nieuwe met een paar extra verdiepingen voor de verhuur. Twee vliegen in een klap, of een domme vergissing? Wie wil er nu logeren in een winkelstraat waar het horecaleven tot diep in de nacht doordendert?

Je vraagt je wel eens af wat er gebeurt als iemand van zo’n bouwsteiger valt. Vooral wanneer het illegale Birmezen betreft. Laatst was er arbeidscontrole op het eiland. Een delegatie van de instantie op Koh Samui, waar wij ons eens per jaar moeten melden voor onze AOW-gegevens, was op zoek naar illegalen. Maar ze waren hun ronde begonnen op het naburige Koh Panngan, zodat wie niet gevonden wilde worden op Koh Tao rustig kon onderduiken. Toch liepen een paar ongelukkigen nog tegen de lamp. Tijdens het bezoek van de controleurs lagen sommige bouwwerken stil en waren restaurantjes gesloten. Maar na hun vertrek was alles weer snel bij het oude.

Invaliditeitsuitkeringen bestaan hier niet. Een rolstoel heb ik op dit eiland nog niet waargenomen. Wie niet meer uit de voeten kan, moet naar het vasteland verhuizen waar de voorzieningen beter zijn. Krukken zijn de enige hulpmiddelen die ruim voorradig zijn. Voor de farang die misstapt of van zijn scooter valt. En wat als een Birmees zonder papieren een ongeluk krijgt? Die heeft pas echt pech gehad.

wo

19

sep

2012

Oranje boven

In jaren hebben we niet zoveel Nederlandse televisie kunnen kijken als hier. Hollandse zenders waren in Normandië niet te ontvangen. Dat ging de pet van onze plaatselijke antenniste te boven. Een onhandiger technicus heb ik nooit ontmoet. Nieuwe opdrachten ontliep hij als het even kon. Ik hield mijn hart vast als hij op de ladder stapte om de schotel op het dak in te regelen. Er staan hier veel te veel bomen – was zijn commentaar toen hij het signaal niet scherp kreeg.

Maar hier, aan het andere eind van de wereld, ontvangen we probleemloos BVN met een dagelijkse keuze uit de programma’s van Nederland en Vlaanderen. Die keuze is afgestemd op het grote publiek. Zo reikte de grote baas van BVN onlangs een prijsbeker uit aan walskoning André Rieux omdat hij de populairste artiest is onder ex-pats. Op dat soort momenten zou ik het liefst mijn paspoort inleveren.

Toch zijn er uitzendingen die je Hollandse hart goed doen. Gisteravond kregen we, in afwachting van het Vlaamse avondjournaal van de dag ervoor, opeens live verbinding met Den Haag. Paleis Noordeinde waar de koetsen klaar stonden voor de jaarlijkse rijtoer naar de Ridderzaal. Het begon hier al te schemeren, maar Den Haag lag in het middagzonnetje. En zo waren we rechtstreeks getuige van de troonrede – een van de weinige tradities die nog niet zijn afgeschaft in Nederland.

Hier in Thailand staat traditie hoog in het vaandel. Er gaat geen maand voorbij of je ziet leden van de koninklijke familie onder grote publieke belangstelling assisteren bij een of ander oeroud ritueel. Traditionele kostuums zijn daarbij schering en inslag. Van een anachronisme als de Gouden Koets kijken wij dus niet vreemd op. Wel van al die oranje petjes in het publiek. Alsof ook Prinsjesdag verwordt tot een reclamestunt. Maar ja, in een land dat uit winstbejag rookworsten afbeeldt op zijn postzegels kan je dat zomaar verwachten.

Kristien gezien door Mark