Zelfs voor bedelaar was hij ongeschikt

‘Een schrijver van avonturenverhalen, een sombere tuberculeuze man, die met bijna niemand omging en zich volgens zeggen bezighield met het dresseren van kakkerlakken.’ Zo typeert de Russische dichter Chodasevitsj zijn tijdgenoot Aleksandr Grin. Over deze eenzelvige figuur deden tijdens zijn leven de meest wonderlijke verhalen de ronde. Hij zou een gevaarlijk heerschap zijn, die dwangarbeid verricht had vanwege de moord op zijn vrouw. Hij zou in de tijd dat hij zeeman was ergens in Afrika een Engelse kapitein hebben neergestoken en beroofd; tot diens bezittingen hoorde een kist met manuscripten en Grin was langzaam bezig al die geschriften onder zijn eigen naam uit te brengen. Hoewel die verhalen thuishoren in het rijk der fabelen, zijn ze niet helemaal uit de lucht gegrepen. Aleksandr Grin heeft een roerig en zwervend bestaan geleid voor hij uiteindelijk zijn draai vond als schrijver.

 

Misschien stamt zijn hang naar avontuur uit zijn jeugd in een oersaai provinciestadje in Siberië, waar hij in 1880 is geboren. Op zijn vijftiende, van school getrapt wegens spotdichten op zijn leraren, besluit hij matroos te worden en vertrekt naar de havenstad Odessa op de krim.

Als janmaatje was hij geen succes. Hij maakte alles bij elkaar twee reizen op de Zwarte Zee en een buitenlandse naar Alexandrië. Met zijn hoofd vol zeemansromantiek was hij een constante prooi voor de grappen en grollen van de ruwe zeebonken. Fysiek bleek hij ook niet tegen het matrozenleven opgewassen. Al snel stond hij werkloos aan wal. Om niet meteen weer bij zijn ouders te hoeven aankloppen, probeerde hij het ene baantje na het andere. Maar zelfs voor bedelaar was hij ongeschikt. Schaamte maakte hem ongeloofwaardig in die rol.

Door heimwee geplaagd keerde hij terug naar huis. Na een jaar van blinde verveling in zijn geboorteplaats vertrok hij naar bakoe aan de Kaspische Zee. Hij deed allerlei karweitjes in en rond de haven, maar aanmonsteren – zijn liefste wens – lukte hem niet. Temidden van straatslijpers, dieven en dronkelappen doorliep hij de leerschool des levens. Na intermezzo’s als goudzoeker in de Oeral, houthakker en badhuisknecht, meldde Grin zich tot opluchting van zijn vader in maart 1902 aan als vrijwilliger in het tsaristische leger. Maar al na een paar maanden deserteerde hij. In die tijd kreeg hij contact met de partij van de Socialisten-Revolutionairen (sr), voor wie hij propagandateksten ging schrijven. In deze kringen werd zijn talent als schrijver ontdekt. Grin ervoer dat als een openbaring. Eind 1903 werd hij in Sebastopol gearresteerd omdat hij revolutionaire propaganda verspreidde onder matrozen van de Zwarte Zeevloot. Toen uitkwam dat hij deserteur was, werd hij veroordeeld tot tien jaar verbanning naar Siberië, maar in 1905 kwam hij door amnestie vrij.

Hij was destijds verliefd op een vrouwelijke sr-kameraad. Toen zij niet inging op zijn huwelijksaanzoek, schoot hij haar met een pistool in de zij. Zo kwam de legende rond zijn persoon op gang. Aleksandr Grin heeft die verhalen nooit willen ontzenuwen. Je autobiografie schrijven vond hij net zoiets als je laatste hemd uittrekken en dat verkopen. Maar tegen het einde van zijn leven, toen hij nog maar een roman per jaar mocht publiceren, bood dat de meeste kans om door de censuur te komen. Als titel voor het onvoltooid gebleven manuscript koos hij Legende over mezelf.

Grin vertrok naar Petersburg, waar hij in 1906 opnieuw gearresteerd werd tijdens het oprollen van een terroristische vleugel van de sr-partij. Omdat hij onder een valse naam leefde, werd hij veroordeeld tot vier jaar verbanning. Onderweg naar zijn verbanningsoord wist hij te ontvluchten naar Moskou. Daar schreef hij zijn eerste verhaal, De verdienste van soldaat Pantelejev, bestemd als propagandamateriaal onder de soldaten. De uitgever en de zetter werden gearresteerd, maar Grin ontsprong de dans doordat de tekst ongesigneerd was.

 

Met De verdienste van soldaat Pantelejev opent de zojuist bij De Arbeiderspers verschenen bundel De schandpaal. Soldaat Pantelejev wordt bevorderd tot onderofficier wegens heldhaftig gedrag. Als een exemplarische dienstklopper heeft hij zijn medesoldaten aangevoerd bij de uitroeiing van de boerenbevolking van een dorp dat in opstand was gekomen tegen de grootgrondbezitter. In de beschrijving van de automatische gehoorzaamheid van de soldaten aan hun meerderen levert Grin verkapt commentaar op zinloze wreedheid. De ene helft van de bevolking roeit de andere uit, terwijl iedereen uit is op hetzelfde: gerechtigheid.

In de gevangenis had Grin zijn eerste vrouw ontmoet en om haar ging hij terug naar Petersburg. Hun verbintenis stond bloot aan hevige spanningen, mede door voortdurend geldgebrek. Grin wijdde zich nu helemaal aan het schrijven en keerde de politiek de rug toe. De sr-partij was zijn springplank geweest naar de literatuur. Voortaan schreef hij verhalen die nog maar zijdelings met de dagelijkse werkelijkheid te maken hadden. Door zijn grote verbeeldingskracht wist hij een wereld te scheppen van romantiek en exotisme, die door een toenmalige criticus ‘Grinland’ is gedoopt. Een land van altijd blauwe zee, zonovergoten eilanden, exotische mensen met on-Russische namen, opzwepende muziek van gitaren en mandolines.

 

Aleksandr Grin was een populaire schrijver omdat hij een uitweg bood uit de grauwe realiteit van honger en kou in de eerste decennia van de Sovjetgeschiedenis. Hij was geen cynicus maar een dromer die, net als de hoofdpersoon uit het verhaal Aarde en water waarin Petersburg ten onder gaat, blind bleef geloven in de ‘spoken van het grandioze’. Vanwege zijn onalledaagse thematiek werd hij aanvankelijk voor een buitenlander gehouden.

Met het verstrijken van de jaren werd het voor Grin steeds lastiger zich te onttrekken aan de eis tot maatschappelijke betrokkenheid in de literatuur. Tijdens de Stalinterreur in de late jaren dertig, die hij zelf niet meer heeft meegemaakt, werd hij uitgemaakt voor cosmopoliet en mocht zijn werk niet langer gedrukt worden.

Het is vooral aan de inspanningen van Konstantin Paustovski, schrijver van de populaire reeks Herinneringen in de serie Privé-domein, te danken dat Aleksandr Grin in de periode van Chroesjtsjov aan de vergetelheid is ontrukt. Hij werd toen zelfs in Moskou en Leningrad een cultschrijver doordat het utopia uit zijn verhalen net zo haaks op de sovjetwerkelijkheid stond als in de jaren twintig. De voorliefde van Paustovski voor het werk van Grin is niet verbazingwekkend. In bepaalde opzichten is hij er zelfs schatplichtig aan.

Grin beheerst tot in de kleinste nuances de kunst van het observeren. In het overrompelende verhaal Fandango, dat deels autobiografisch is tot het een volslagen fantastische wending neemt, formuleert hij die kunst als volgt: ‘Je kan slechts tot de ziel van een voorwerp doordringen als je blik van ongeduld en inspanning ontdaan is, als hij zich rustig met het ding verenigt en geleidelijk aan vervuld wordt van de complexiteit en het karakter die achter de schijnbare eenvoud van het algemene schuilgaan.’

Publikatie van zijn eerste verhalen had Aleksandr Grin in contact gebracht met de artiestenwereld van Petersburg, waar hij met hart en ziel in onderdook. Hij bleef soms dagenlang onder water en dronk als een tempelier. Zijn bestaan werd steeds kleurrijker. In juli 1910 werkte hij drie weken als ober in een leprakolonie ten westen van Petersburg, waar een vriend van hem arts was. Maar bij thuiskomst werd hij opgepakt: hij bleek in een dronken bui verteld te hebben dat hij op een vals paspoort leefde. Deze keer werd hij tot twee jaar verbanning veroordeeld naar de provincie Archangel in het uiterste noorden, die hij ook daadwerkelijk heeft uitgezeten.

Terug in Petersburg nam Grin zijn vroegere leven van alcoholische uitspattingen weer op. Na een mislukte ontwenningskuur met behulp van hypnose gingen hij en zijn vrouw in 1913 uit elkaar. Hij bleef achter in volslagen eenzaamheid, niet opgewassen tegen het dagelijks leven.

 

In de zomer van 1919 (hij was bijna veertig) kreeg Grin een oproep voor militaire dienst in het Rode Leger. Hij moest telefoonkabels leggen door diepe sneeuwlagen in de Oekraïne. Al snel werd hij ziek en in maart 1920 werd hij op de trein naar Moskou gezet omdat vermoed werd dat hij aan tbc leed. Drie dagen na zijn vertrek werd zijn telefoonbrigade door de Polen in de pan gehakt. Bij aankomst in Moskou bleek dat Grin tyfus had.

Na zijn herstel keerde hij terug naar Petersburg, dat inmiddels was omgedoopt tot Petrograd, en vond daar onderdak in het zojuist geopende Huis der Kunsten. Die instelling fungeerde als een soort broeikas voor literair talent. In mei 1921 trouwde hij met een vrouw die later over hem schreef: ‘Hij idealiseerde mij vreselijk. Ik besloot me zoveel mogelijk aan dat ideaalbeeld te conformeren om hem niet teleur te stellen.’ Van die houding heeft Grin veel profijt gehad. Dit huwelijk werd een keerpunt in zijn literaire loopbaan: hij schreef vijf romans en tientallen verhalen. In 1923 werd zijn eerste roman gepubliceerd, die hij twee jaar eerder voltooid had, De scharlaken zeilen. Met dit ‘sprookje voor volwassenen’ heeft hij zijn grootste roem vergaard.

Om te ontsnappen aan de verleidingen van de grote stad verhuisden ze in 1924 naar de Krim. Hier was de schrijver dichtbij zijn geliefde zee en was het leven goedkoper. Maar geldgebrek bleef hen teisteren. Bijna al hun bezittingen moesten worden verpand; zes jaar lang leefden ze in de greep van woekeraars. Na die zes jaar won Grin eindelijk een rechtszaak tegen een uitgever die zijn verzameld werk zou uitbrengen, maar zijn verplichtingen niet was nagekomen.

Toen brak op de Krim een hongersnood uit die de prijzen van voedsel exorbitant deed stijgen. Grin toog naar Moskou om een honorarium op te halen. Hij bracht nog een keer een bezoek aan Leningrad (het in 1924 omgedoopte Petrograd), waar hij zich volkomen laveloos dronk. Bij terugkeer bleek hij ernstig ziek. Men vermoedde tbc met reumatische koortsen. Het bleek maagkanker. De laatste maanden voor zijn dood leefde hij op melk, cognac en morfine tegen de pijn. Hij stierf op zijn tweeënvijftigste.

 

1990

Kristien gezien door Mark