De schrijver als regering in ballingschap

‘De schrijver is een leraar van het volk,’ schreef Aleksandr Solzjenitsyn in De eerste cirkel (1965). ‘En een groot schrijver is een tweede regering.’ Die laatste rol heeft Solzjenitsyn sinds zijn debuut altijd met verve gespeeld. Maar dan wel voor het grootste deel van zijn schrijversbestaan als schaduwregering in ballingschap; aanvankelijk in de Goelagarchipel en later in de Verenigde Staten. In zijn villa in de noordelijke staat Vermont wacht hij nu al bijna twintig jaar op de kans terug te keren naar zijn vaderland, waarvan hij zich al die jaren als het geweten heeft opgeworpen. De tijd lijkt rijp nu de politieke chaos in Rusland zo groot is dat de roep om een autoritaire en nationalistische oplossing steeds sterker klinkt.

Verleden week kondigde Solzjenitsyn in het Franse literaire tv-programma van Bernard Pivot dan ook aan dat hij zich binnenkort weer in Rusland zal vestigen. Het wachten is nog slechts op de voltooiing van het huis dat hij laat bouwen in een van de rijkere buitenwijken van Moskou, waarbij het er alle schijn van heeft dat Solzjenitsyn erop zal mikken in Rusland aan te komen op de dag dat hij op de kop af twintig jaar geleden gedwongen werd te vertrekken.

 

Op die twaalfde februari 1974 slaagden de Sovjetautoriteiten er eindelijk in zich van hun lastigste opponent te ontdoen. Jarenlang waren zij voor het oog van de wereld afgetroefd door Aleksandr Solzjenitsyn. De auteur bleek een meester met het wapen dat zij het meest vreesden: de publiciteit. Maar eind 1973 liet Solzjenitsyn’s alom bewonderde tactiek hem in de steek. Door onoplettendheid van de schrijver wist de kgb een exemplaar te bemachtigen van zijn manuscript van de Goelag Archipel. Het origineel van deze ‘tijdbom voor het regime’ had hij al jaren eerder in het Westen in veiligheid gebracht. Onmiddellijk verleende hij toestemming om die geschiedenis van de Russische kampen in het buitenland te publiceren.

Met de mogelijkheid van een arrestatie hield Solzjenitsyn na die gebeurtenis wel degelijk rekening. Zijn koffertje stond permanent gepakt, maar op de bewuste dag was hij zo overrompeld dat hij het vergat mee te nemen. Hij werd overgebracht naar de Lefortovo-gevangenis, hem welbekend uit zijn kampverleden. Daar moest hij, na bijna dertig jaar, opnieuw het vernederende ritueel ondergaan van ontkleding en fouillering.

De volgende ochtend werd hij voorgeleid voor de openbare aanklager van de Sovjetunie. Die deelde Solzjenitsyn mee dat de Opperste Sovjet hem met onmiddellijke ingang zijn staatsburgerschap ontnam en dat hij nog diezelfde dag het land zou worden uitgezet. Men stak hem in een nieuw pak en voerde hem af naar het vliegveld. In de zak van het colbert vond hij een envelop met vijfhonderd D-Mark. Daaruit leidde hij af dat zijn bestemming Duitsland was. Tegen het einde van die dag zat hij thuis bij Heinrich Böll in de omgeving van Bonn. En heel de wereldpers stroomde toe. Op dat moment was Solzjenitsyn op het hoogtepunt van zijn roem, zowel in de Sovjetunie als daarbuiten.

 

Solzjenitsyn debuteerde in november 1962 in het literaire blad novyj mir toen daarin, na persoonlijke goedkeuring van Chroesjtsjov, zijn novelle Ivan Denisovitsj verscheen: het relaas van één dag uit het leven van een doorsnee gevangene in een kamp in Siberië. Hij had het verhaal gebaseerd op zijn eigen ervaringen, vermengd met de verhalen van medegevangenen die hij in de loop der jaren had gehoord. Zo werd, dankzij het liberale politieke klimaat van die jaren, voor het eerst een stuk verzwegen geschiedenis openbaar gemaakt.

De novelle was niet zozeer een persoonlijke ontboezeming, maar veeleer – zoals trouwens al zijn werk – een kroniek van zijn tijd. Als jongetje van tien had hij voor het eerst Oorlog en vrede van Tolstoj gelezen. Het historische epos zou hem niet meer loslaten: hij zou de Tolstoj van de twintigste eeuw worden, hij zou laten zien dat de geschiedenis van de Sovjetunie minstens even boeiend kon zijn als de historische veldslagen van het tsaristische Rusland.

De obsessie met geschiedenis van de jeugdige Solzjenitsyn werd verder aangewakkerd doordat de bolsjewieken direct na de revolutie geschiedenis hadden afgevoerd als schoolvak en vervangen door partijpropaganda. ‘De voornaamste taak van een schrijver is de herinnering aan zijn vermoorde volk te doen herleven,’ zo zou Solzjenitsyn later de essentie van zijn schrijverschap omschrijven. Van die opdracht was hij bezeten en alles in zijn leven moest daarvoor wijken.

 

De revolutie was nog maar net een jaar oud toen Aleksandr Solzjenitsyn op 11 december 1918 in de Kaukasus werd geboren. Zijn moeder kwam uit een rijke Oekraïense familie; haar vader had zich opgewerkt van schaapherder tot grootgrondbezitter. Ook Solzjenitsyn’s vader was van boerenafkomst, maar was als eerste van zijn familie in Moskou gaan studeren. Het was daar dat Aleksandr’s toekomstige ouders elkaar ontmoetten. Drie maanden na hun huwelijk – nog voor de geboorte van zijn zoon – overleed Isaaki Solzjenitsyn toen tijdens een jachtpartij een van de geweren ontijdig afging en het schot hagel hem van dichtbij vol in de borst trof.

Van de rijkdom van zijn familie heeft Solzjenitsyn nooit iets gemerkt – de revolutie maakte er korte metten mee. Zijn moeder zou nooit hertrouwen en leefde alleen nog voor haar zoon. De zorg om hun dagelijks bestaan viel haar zwaar. Zij kon moeilijk aan werk komen omdat ze als miljonairsdochter politiek verdacht was. Hoewel zij voor de revolutie aan de landbouwhogeschool had gestudeerd om het familielandgoed te kunnen bestieren, leefde zij met haar zoon in armoede in de provinciestad Rostov.

’s Zomers stuurde zij Aleksandr uit logeren bij haar broer en schoonzuster die buiten de stad woonden. Oom en tante vormden een excentriek stel. Oom Roman leidde voor de revolutie het leven van een Engelse landlord, compleet met tweedpakken en Rolls-Royce. De diepgelovige tante Irina was dol op schieten en droeg een Browning-pistool in haar handtas. Zij kon de bolsjewieken hun machtsovername niet vergeven en leefde geheel in het verleden. Tijdens de vakanties vertelde zij haar neefje over vroeger en bracht ze hem liefde bij voor het vergane Rusland, evenals haar religieuze moraal. Haar verhalen vormden de grondslag voor zijn historische besef.

Toch zou het een half mensenleven duren voor Solzjenitsyn terugkeerde naar het gedachtengoed van zijn jeugd. Eerst zou hij – zoals de meesten van zijn generatiegenoten – de dwaalweg van het marxisme-leninisme afleggen. Niet gehinderd door de gruwelverhalen over het Rode Leger uit zijn jeugd, stortte hij zich enthousiast op de studie van de partijleer. Binnen de kortste keren ontpopte Solzjenitsyn zich als een modelcommunist. Zelfs op zijn huwelijksreis in april 1940 was hij dagelijks met zijn neus in Das Kapital.

Studie was voor de ambitieuze Solzjenitsyn ook toen al een bloedserieuze zaak. Afspraakjes met zijn verloofde maakte hij als twintigjarige wis- en natuurkundestudent pas ’s avonds na tienen, het uur waarop de bibliotheken sloten. Onderweg liet hij zich dan door haar overhoren aan de hand van de archiefkaarten die hij zojuist had vol gepend.

 

Als net afgestudeerde natuurkundeleraar werd Solzjenitsyn bij het uitbreken van de oorlog in 1941 opgeroepen voor militaire dienst. Zijn carrière in het leger begon weinig eervol, maar zou voor zijn verdere ontwikkeling en latere verzet van grote betekenis zijn. Hij werd ingedeeld in de achterhoede, als voerman bij een cavalerie-eenheid die voornamelijk uit oude en ziekelijke Kozakken bestond die bij eerdere mobilisaties ongemoeid waren gelaten. De boekenwurm, die nog nooit een paard van dichtbij had gezien en die met een schooltas onder zijn arm bij de stallen verscheen, was het mikpunt van de Kozakken die ‘in het zadel zijn geboren’. Met succes vroeg hij overplaatsing aan naar het front, waar hij werd ingedeeld bij een artilleriebataljon. Hij wist er op te klimmen tot de rang van kapitein en werd tot twee keer toe onderscheiden voor zijn moedige optreden tegen de Duitsers.

Maar toen de militaire censuur in zijn brieven aan een vriend denigrerende opmerkingen over Stalin meende aan te treffen, werd hij gearresteerd en beschuldigd van anti-sovjet propaganda en samenzwering tegen de staat. De twee onderscheidingen werden hem ontnomen. Hij werd veroordeeld tot acht jaar werkkamp, te volgen door eeuwigdurende verbanning.

Zijn rondgang langs de kampen van de Sovjetunie begon met opsluiting in het wetenschappelijke onderzoeksinstituut Marfino. De gevangenen vormden het topje van de Russische wetenschap en werkten onder betrekkelijk geprivilegieerde omstandigheden aan een systeem om telefoongesprekken af te luisteren en de stemmen van de slachtoffers te identificeren. Solzjenitsyn kreeg de opdracht daartoe een linguïstisch onderzoek te verrichten, maar besloot de door hem gevonden oplossing voor zich te houden. Het was zijn eerste, bewuste, verzetsdaad.

De onderlinge vriendschappen en discussies tussen de gevangenen maakten op Solzjenitsyn een onuitwisbare indruk. Als hij in de hel van de Goelag terecht was gekomen – zo besefte hij – dan kon dit toch pas de eerste kring van die hel zijn. Het was tijdens zijn verblijf in Marfino dat hij voor het eerst de pen opnam. De roman, die als zijn tweede gepubliceerd zou worden na Ivan Denisovitsj, noemde hij dan ook De eerste cirkel.

 

Na beëindiging van zijn straftermijn in 1953 werd Solzjenitsyn verbannen naar een dorp in de Sovjetrepubliek Kazachstan. Drie jaar later, toen met de rede van Chroesjtsjov op het twintigste partijcongres de destalinisatie werd ingeluid, kreeg hij daar bericht dat zijn vonnis was vernietigd. Hij verhuisde naar de Russische provinciestad Rjazan. Overdag gaf hij natuurkundeles, ’s avonds schreef hij in het geheim. Eind 1958 voltooide hij een derde versie van De eerste cirkel, maar hij borg het manuscript weg omdat hij besefte dat het politiek te gevoelig lag. Kort daarop begon hij aan de novelle waarmee hij op zijn 43ste zou debuteren.

De verschijning van Ivan denisovitsj was een gebeurtenis die heel Rusland op zijn kop zette. Al voor de officiële publikatie in november 1962 deden handgeschreven en getypte kopieën van het verhaal de ronde, omdat het onwaarschijnlijk leek dat het verhaal ooit in druk zou verschijnen. Toen dat toch gebeurde, was Solzjenitsyn op slag beroemd. Een paar maanden na zijn debuut werd hij, ondanks zijn eerder ondergane vernedering, lid van de officiële Schrijversbond. Zodoende kon hij eindelijk zijn baan als leraar opgeven.

Maar met de val van Chroesjtsjov in 1964 namen de conservatieven in de partij de macht over en was het gedaan met de liberale sfeer die onder meer de publikatie van Solzjenitsyn’s debuut mogelijk had gemaakt. De kans op publikatie van nieuw werk leek verkeken. Tvardovski, die hem in novyj mir met graagte alle ruimte had geboden, gaf hem het manuscript van De eerste cirkel terug met de woorden: ‘Berg deze roman goed weg. Laat hem aan niemand zien.’ Vanaf dat moment liet Solzjenitsyn zijn manuscript het land ut smokkelen.

Toen in 1965 een kopie van De eerste cirkel in Rusland in beslag werd genomen, liet Solzjenitsyn die roman onmiddellijk in het Westen verschijnen. Het zou met al zijn daaropvolgende boeken het geval zijn. In eigen land zou van hem tot aan de val van de Sovjetunie niets meer verschijnen.

De eerste cirkel sloeg in het Westen in als een bom. Een miljoenenpubliek maakte kennis met Stalin’s inferno. Ook de publikatie drie jaar later van zijn roman Kankerpaviljoen, waarin Solzjenitsyn zijn eigen ziekteverleden gebruikt als metafoor voor de zieke Sovjetmaatschappij, was niet bepaald goede publiciteit voor het Kremlin.

Toen hem in 1970 de Nobelprijs voor literatuur werd toegekend, sprak het juryrapport van ‘de morele kracht waarmee hij de tradities van de Russische literatuur heeft voortgezet’. Daarmee was Solzjenitsyn zonder meer de beroemdste Russische dissident en werd zijn naam in het Westen minstens even bekend als die van Brezjnev, hoewel hij zichzelf niet als dissident zag – die term suggereerde immers dat hij het meer van het protest dan van zijn literaire kwaliteiten moest hebben. In zijn eigen land was hij ondertussen uit de Schrijversbond gestoten, zonder dat ook maar iemand daartegen protesteerde.

Het hoogtepunt van zijn roem kwam drie jaar later met de verschijning van de Goelag Archipel wat voor de Sovjetautoriteiten de aanleiding vormde hem het land uit te zetten.

 

Toen het eerste feestgedruis over zijn aankomst in het Westen was weggestorven, bleek al snel dat de bewondering allesbehalve wederzijds was. Solzjenitsyn was fel gekant tegen de onkritische adoratie van de meeste Russische dissidenten voor het materialistische Westen. Met hun belangrijkste spreekbuis, Andrej Sacharov, voerde hij een jarenlange polemiek. Sacharov – een gerespecteerde kerngeleerde tot hij zich onder invloed van zijn nieuwe echtgenote, Jelena Bonner, begon te roeren als dissident – bepleitte een vreedzame coëxistentie tussen de Sovjetunie en de Verenigde Staten. De maatschappelijke systemen van beide landen zouden moeten versmelten tot één. Voor Solzjenitsyn was zo’n samengaan uit den boze. Rusland, dat volgens hem met zijn enorme geestelijke rijkdom superieur was aan het moreel vervallen Westen, moest zich juist op zichzelf concentreren.

Dergelijke nationalistische uitspraken maakten dat de liefde voor Solzjenitsyn in het Westen al snel bekoelde. Daar kwam nog bij dat uit de kort daarop verschenen memoires van zijn eerste vrouw, Natalja Resjetovskaja, bleek dat de schrijver, die zich inzake de mensenrechten graag op zijn hoogstaande moraal beriep, er in zijn privéleven heel andere manieren op na hield.

In 1957 was hij hertrouwd met natalja, die tijdens zijn gevangenschap van hem was gescheiden. Daartoe had hij haar zelf aangespoord, omdat Solzjenitsyn begreep dat hij voor haar een blok aan het been was. Na de scheiding was Natalja gaan samenleven met een andere man, maar Solzjenitsyn rustte na zijn vrijlating niet voor hij haar terug had.

Zij deelde met hem de druk die zijn in het geheim beleden schrijverschap met zich meebracht. Zo kon zij nauwelijks vriendschappen onderhouden of met collega’s praten, omdat het gevaar voor ontdekking voortdurend op de loer lag. Zijn ambities isoleerden ook haar volkomen. Als er onverhoopt iemand aanbelde, moest zij gauw al Solzjenitsyn’s papieren verstoppen. ’s Nachts verbrandde hij in de gezamenlijke keuken de kladjes van het manuscript waaraan hij die dag had gewerkt.

 

Zodra er in 1963 met de officiële erkenning van zijn schrijverschap een einde kwam aan al die geheimzinnigheid, begon hij huis en haard te ontvluchten. Hij trok zich terug in een afgelegen zomerhuisje om te werken aan de Goelag Archipel. Omdat zijn eigen ervaringen tekortschoten voor een volledige geschiedenis van de kampen besloot hij verklaringen te verzamelen van nieuwe getuigen. Om die te horen, reisde hij het hele land af en liet hij zich bijstaan door een legertje helpers, en vooral helpsters. Solzjenitsyn bleek een enorme aantrekkingskracht op vrouwen uit te oefenen. Los van zijn uiterlijke verschijning – lang, blond en nog zonder zijn latere vlasbaardje – waren het vooral zijn roem en vitaliteit die werkten als een magneet. De verwijten van zijn vrouw, die hem steeds minder te zien kreeg, deed hij af met de verklaring dat een schrijver studiemateriaal nodig heeft; hij moest vrouwen bestuderen voor zijn romans.

Maar toen hij echt verliefd werd op een van zijn ruim twintig jaar jongere helpsters hield hij dat zo lang mogelijk voor zijn vrouw geheim. Tot zijn geliefde zwanger werd. Solzjenitsyn, die nooit kinderen had gewild en dacht dat hij als gevolg van eerder ondergane chemotherapie impotent was geworden, werd nu op zijn 52ste alsnog vader. Nadat zij zich aanvankelijk heftig had verzet tegen een tweede – en nu definitieve – echtscheiding, stemde Natalja in nadat hij bij zijn vriendin een tweede kind had verwekt. Ongeveer gelijktijdig tekende zij verbitterd een contract voor haar memoires.

Uit die memoires komt Solzjenitsyn tevoorschijn als een overambitieuze en monomane schoolmeester, die zijn moeder verwaarloosde en al zijn vrienden heeft misbruikt op zijn weg naar de top. Overdreven of niet, feit is dat Solzjenitsyn zich sinds hij beroemd werd steeds meer is gaan distantiëren van zijn vroegere vrienden en geestverwanten.

Onder Russische dissidenten riep hij heel wat controverses op. Hoewel niemand de historische betekenis van zijn Goelag Archipel in twijfel trekt, is aangetoond dat het boek bol staat van overdrijving en kwaadsprekerij. Zo maakt hij met één pennenstreek van een mensjewiek een bolsjewiek als dat beter in zijn verhaal past.

Ook buiten zijn werk om kreeg hij de nodige kritiek te verduren. Men verweet hem dat hij miljonair was geworden over de rug van anderen, wier verhalen hij had gebruikt. Bovendien zou hij zich ten onrechte voordoen als idealist pur sang. Zo schonk hij de royalties voor de Goelag Archipel in het openbaar voor het symbolische bedrag van één Franse franc aan een Parijse uitgeverij, om die niet veel later onder bedreiging van een rechtszaak toch weer op te eisen.

Zelfs zijn eigen lotgenoten leek hij het licht in de ogen niet te gunnen. Hij maakte Andrej Sinjavski – collega-schrijver en oud-kampgevangene, die eerder dan Solzjenitsyn uit de Sovjetunie was gezet – uit voor een lafaard. Als je lef had, dan bleef je juist. Deze en andere aantijgingen brachten Sinjavski ertoe hem ‘een kankergezwel in de Russische cultuur’ te noemen.

 

Vanuit zijn kapitale villa in de Amerikaanse staat Vermont, die hij in 1976 heeft gekocht en waar hij met zijn tweede vrouw en kinderen een waar kluizenaarsbestaan leidt, heeft hij de wereld de laatste jaren in woord en geschrift op de hoogte gesteld van zijn steeds extremere denkbeelden.

‘Inmiddels is het materialisme ons leven zo gaan beheersen dat het tijd is voor geestelijke herbezinning,’ zo stelt Solzjenitsyn. Tot zover kan men het gerust met hem eens zijn. Maar, zo meent hij: ‘Rusland is daarvoor in de beste positie. Allereerst is het een religieuze natie en bovendien heeft het nauwelijks materiële welvaart gekend.’ Aanzienlijk minder bijval oogst hij met zijn pleidooien voor een autoritair politiek systeem, omdat democratie in zijn ogen niet meer is dan een decadente westerse uitvinding. het werd dan ook allengs stiller aan de poort in het hoge hek rond zijn villa en in menige boekhandel is zijn werk onderhand verhuisd naar het restplankje.

Anders zal dat straks zijn bij de oprijlaan naar zijn nu nog in aanbouw zijnde datsja even buiten Moskou, waar zijn boeken sinds kort vrij verkrijgbaar zijn en grote populariteit genieten. Van daaruit zal hij het land intrekken om, zoals hij op de Franse televisie vertelde, ‘op te treden voor eenvoudige mensen’.

 

1993

Kristien gezien door Mark