Schrijven als manier van leven

Eduard limonov (47) is de meest spraakmakende schrijver van de zogeheten Russische emigranten-literatuur. Met zijn reputatie van enfant terrible en zijn verleden als kleine crimineel in een Russische provinciestad heeft hij zich de vijandschap van velen op de hals gehaald. Hij doet regelmatig provocerende uitspraken en wordt vooral in Oost-Europa veroordeeld vanwege het vermeende pornografische karakter van zijn werk. Een van de fraaiste karakteristieken van limonov stamt uit die contreien: ‘Een verlopen sujet dat zich met zijn pornografie, zijn half-trotskistische wartaal en zijn haat tegen Rusland en het Westen smadelijk tentoonstelt.’

Op uitnodiging van zijn uitgever was limonov onlangs een paar dagen in Amsterdam en bij onze ontmoeting vraag ik hem naar die reacties op passages over seks in zijn boeken. Waarom stoort men zich daar zo aan in Oost-Europa?

‘Dat is een kwestie van bewustzijn, van mentaliteit. De Russische seksuele moraal is blijven steken in de jaren twintig. Ze letten daar het meest op wat ze ongewoon en schokkend voorkomt. Maar dat geldt niet voor mij. Ik schrijf mijn boeken zonder me speciaal af te vragen hoe ik alles moet doseren, waar een beetje seks, waar politiek of waar iets anders. Ik maak daar geen onderscheid in. Bovendien, niet al mijn boeken zijn hetzelfde; ze hebben lang niet allemaal hetzelfde thema. In het ene boek zit meer seks dan in het andere. Mijn laatste roman La grande époque is zojuist gepubliceerd in de Sovjetunie in het blad znamja en daar komt haast geen seks in voor. Hoewel, de redactie heeft er drie pagina’s uitgehaald die gingen over kinderseks. En dat is een beetje belachelijk want de hoofdpersoon van het boek is een jongetje van vier. Ze hebben mij voorgesteld die pagina’s te schrappen omdat ze onnodig schokkend zouden zijn voor de Sovjetlezer. En ik heb daarmee ingestemd omdat het voor mij heel belangrijk was om dit boek te publiceren. Die passage was niet essentieel voor de roman. Zij hadden dus een verscherpte aandacht voor een probleem dat voor mij helemaal geen probleem is.

‘Het is een sovjetroman zoals je die had in de jaren twintig. Het is geïnspireerd op een sovjetonderwerp, heel ongewoon voor deze tijd. Geschreven in de stijl van het jonge, gezonde en sterke socialistisch realisme. Die taal bestaat al een jaar of vijftig niet meer. Dat boek is voor het eerst in mijn leven gelijktijdig in Frankrijk en in de Sovjetunie verschenen, in november 1989, vlak voordat ik sinds mijn emigratie voor het eerst weer in de Sovjetunie terug was.

‘Ik ben daar de hele maand december geweest, maar ik heb praktisch niemand ontmoet, ook mijn vrienden niet. Ik ben bij de redacties van een paar literaire tijdschriften langsgeweest. En ze hebben een avond voor me georganiseerd in het Schrijvershuis. Daar heb ik spijt van, dat had ik niet moeten doen. Ik was er in geen zestien jaar geweest en had het idee dat er van alles veranderd zou zijn. Helaas heb ik op literair gebied dezelfde gewoonten aangetroffen, dezelfde mensen, zij het iets ouder. Bij de tijdschriften zaten dezelfde mensen. Alleen waren de secretarissen van toen nu hoofdredacteur. Maar principiële veranderingen heb ik niet kunnen ontdekken.

‘Ik heb er niet veel jonge schrijvers ontmoet. Hoewel, ik ben voorgesteld aan medewerkers van de almanak zerkalo, die worden beschouwd als een zeer avant-gardistische groep. Maar ik ben vooral gegaan om mijn ouders te bezoeken in Charkov. En in Moskou heb ik alleen maar een paar officiële ontmoetingen gehad. Ik wilde alles zelf bekijken, zonder vrienden en kennissen. Zonder dat ik werd beïnvloed in mijn waarnemingen. Ik wilde zelf antwoorden vinden op mijn vragen. Ik heb over straat gelopen als een sovjetburger, zonder tegen iemand te zeggen dat ik een buitenlander ben, en heb geprobeerd te begrijpen wat daar omgaat.’

 

In zijn boek Een klein mispunt citeert limonov een uitspraak van Edgar Poe: ‘Ieder moet zijn eigen Eldorado zoeken, tot aan zijn laatste ademstoot’. Is het leven in Parijs, waar hij sinds 1983 woont, zijn Eldorado?

‘Eerlijk gezegd vind ik het leven daar een beetje saai. Althans het dagelijks leven. Maar ik kan er heel goed werken. Ik ben heel effectief in Europa. Als ik in de Verenigde Staten zou wonen of in de Sovjetunie, dan zou ik geen contact hebben met de rest van de wereld. Maar in Europa kan ik mijn boeken publiceren in verschillende landen; hier heb ik meer mogelijkheden. Europa is een centrum van onze hedendaagse beschaving. En de Verenigde Staten en de Sovjetunie zijn in dat opzicht wat ze in Frankrijk banlieu noemen, voorsteden, provincies van de beschaving. Om te publiceren moet ik wel wonen in Frankrijk, in Europa. Emotioneel voel ik me waarschijnlijk meer thuis in de Verenigde Staten, daar is meer energie. Maar schrijven is voor mij meer dan een beroep, het is een manier van leven. En daarom moet ik in de buurt van een uitgever leven, van kranten, van journalisten.’

limonov publiceerde zijn eerste boek in 1979 in New York. Daarin beschrijft hij met opmerkelijke openhartigheid en zelfspot zijn desolate bestaan als emigrant en bijstandtrekker aan de zelfkant van de Amerikaanse samenleving. Die roman, Ik Editsjka (ongelukkigerwijs in het Nederlands vertaald als De Russische dichter houdt van grote negers), was een onmiddellijk succes. Het verhaal gaat dat vele toekomstige emigranten in de Sovjetunie na lezing op hun plannen zijn teruggekomen.

Inmiddels heeft limonov in Frankrijk tien boeken gepubliceerd. Hij is er verbonden aan twee tijdschriften en publiceert ook in andere landen journalistiek werk. De romans van limonov die in het Nederlands zijn verschenen, zijn alledrie autobiografisch en beschrijven zijn leven in Rusland en new York. Komt er een vervolg over zijn Franse jaren? ‘Ik schrijf de laatste jaren vooral verhalen, ik heb er al meer dan zestig. Dat is een fantastisch genre, hoewel het publiek er niet zo van schijnt te houden. Maar ik vind het een sterk, gespierd genre, dat je in staat stelt meer te zeggen dan in een roman.’

 

limonov schrijft niet altijd over eigen ervaringen. ‘Bij het schrijven vraag ik me af wat het meest effectief is. Welke methode het idee zo effectief mogelijk over het voetlicht brengt. En als ik denk dat ik daarbij een handje kan helpen als personage, dan schrijf ik mezelf erin. Een van mijn romans is niet autobiografisch. Dan is er nog een verhaal over het hedendaagse Venetië dat niet autobiografisch is. Niet het oude schilderachtige Venetië, zoals je dat bijvoorbeeld bij Hemingway tegenkomt, maar het venetië in verval, tragisch en banaal. Een van de hoofdpersonen vergelijkt het met een oud pissoir, zoals die in de Jardin du Luxembourg.’

 

Het gesprek komt op limonov’s vriendin, Natasja Medvedeva, die zou meekomen op zijn promotiereis, maar die op het laatste moment elders zelf soortgelijke verplichtingen had. Medvedeva is schrijfster en wordt wel ‘de vrouwelijke limonov’ genoemd. Geconfronteerd met die uitspraak zegt hij: ‘Dat is de makkelijkste oplossing. Vooral als het gaat om een vrouw naast een man die ook schrijft. Dan is ze een imitator of op z’n minst door hem beïnvloed. Daar is hier geen sprake van. Er is een hele generatie jonge Russische schrijvers, met name onder de emigranten, die nog onbekend is. Ik was een van de eerste ‘normale’ Russische schrijvers, die niet pro- en niet anti-Sovjet was en die normale boeken schreef. En daar ben ik trots op. Boeken die je kan lezen zonder speciaal in Russische literatuur geïnteresseerd te zijn, normale Europese boeken.

‘Maar ik ben natuurlijk niet de enige. Alleen ben ik als eerste begonnen en de bekendste. Er zijn er meer en mijn vriendin is er een van. Ze schreef al voordat ze mij ontmoette. Binnenkort verschijnt haar tweede boek. Natasja is dertig, maar woont al vijftien jaar in het buitenland. Ze heeft een volkomen onvrouwelijke stijl, zeldzaam krachtig. Haar eerste boek, Maman, j’aime un voyou, is een jaar geleden in het Frans verschenen en zeer goed ontvangen.’

limonov voegt eraan toe dat zij beiden van de pen leven. Sinds kort heeft hij een rubriek in een nieuw Frans tijdschrift j’accuse, waarin hij schrijft over criminele gebeurtenissen. Hij zegt altijd gefascineerd te zijn geweest door crime stories, de roman noir.

Dit brengt mij op de auteur Joeri Brochin, een voormalige Russische cineast die in de onderwereld verkeerde en daarover na zijn emigratie naar New York een fascinerend boek, Hustling on Gorky Street, schreef. Bij het noemen van die naam wordt limonov emotioneel.

‘Brochin, Jesus Christ! Die heb ik heel goed gekend. Weet je dat hij vermoord is? In december 1982, een wraakactie van de Russische emigranten-onderwereld. Hij was een bandiet, had banden met het criminele milieu, altijd al. Ik heb hem leren kennen op een bijeenkomst van Russen in new York. Zijn geschiedenis heb ik beschreven in een lang verhaal, De student; dat was zijn bijnaam in de onderwereld. Een joodse bandiet was het. Met de manieren van een boef uit Odessa, zoals die voorkomen in de verhalen van babel.

‘We hebben in 1980 samen Russisch Nieuwjaar gevierd op 13 januari. Hij had me uitgenodigd in een restaurant in Brooklyn. Daar zat een hele menigte criminelen die hij me aanwees. Kijk, dat is de eigenaar van een illegaal casino in West-Berlijn, en dat is het hoofd van een bende valsemunters. Klokslag twaalf uur schoten ze hun revolvers leeg.

‘Hij wou graag schrijver worden, maar er zijn hem een paar vervelende dingen overkomen. Hij heeft een fantastisch boek geschreven over sport in de Sovjetunie, The big red machine, over alle machinaties achter de schermen. Voor zijn laatste boek kreeg hij een voorschot van 25.000 dollar; daarvan kocht hij een enorme Cadillac. Daarin is hij me komen opzoeken toen ik een baantje had als butler bij een multimiljonair.’

Toen in 1975 Brochin’s eerste boek verscheen wou niemand die verhalen over criminaliteit in Rusland geloven. limonov: ‘Ik heb zelf ook over criminaliteit geschreven in mijn autobiografische roman uit 1983, Zelfportret van een bandiet. Een criticus in de figaro schreef er positief over, maar eindigde zijn stuk met de opmerking dat het leuk verzonnen was. Terwijl het een realistisch portret was van het leven in een provinciestad in die tijd! Niemand geloofde destijds dat daar zoveel interessante kleine en grote criminelen waren. Een lethargische staat kon nooit zoveel verschillende types voortbrengen. Maar die staat spande zich alleen maar in om de politieke oppositie eronder te houden, het dagelijkse bestaan van de mensen interesseerde ze geen moer.’

Vanuit het Westen leek het heel lang dat het leven in de Sovjetunie beheerst werd door de politiek. ‘Een waanidee. Mensen hebben generaties lang geleefd zonder de politiek maar op te merken. Net zoals hier, trouwens. Dat is heel normaal. Mensen moeten niet voortdurend bezig zijn met problemen van het collectief, het collectieve leven. Er zijn belangrijker thema’s. Het privé-leven betekent voor de meeste mensen oneindig veel meer.’

 

1990

Kristien gezien door Mark