Een kortstondige zatheid van de ziel

Uit graan, bieten, aardappelen, hout, gas, petroleum – je kunt het zo gek niet bedenken of er wordt in Rusland alcohol van gestookt. Zelfs uit stront, als je de lotgevallen van soldaat Ivan Tsjonkin, in de gelijknamige roman van Vladimir Vojnovitsj, voor waar mag nemen. Alcoholgebruik is er – veel meer dan bij ons – onderdeel van het dagelijks leven. Een Rus drinkt bij een ontmoeting, bij het afscheid, om de honger te stillen, om de eetlust op te wekken, om warm te worden, ter verkoeling, om in slaap te komen en om wakker te worden.

Rusland onderscheidt zich qua drankpatroon dan ook van de rest van de wereld door een enorme alcoholconsumptie: een volwassen Rus drinkt gemiddeld vijftien liter pure alcohol per jaar. Dit cijfer ligt aanzienlijk hoger dan in andere landen omdat in de Sovjetunie voornamelijk sterke drank wordt gedronken, tegen bier en wijn elders.

Alcohol wordt er niet alleen van staatswege geproduceerd. Al uit de starentijd stamt de illegale ‘zelfstook’: boeren die op kleine schaal hun eigen drank vervaardigen, waarvoor het Russisch zelfs een apart woord kent, samogon.

Dat zelf stoken gebeurt voornamelijk om de prijs te drukken, want alcohol in de Sovjetunie is duur: een fles wodka kost in de winkel momenteel tien roebel. Een Rus besteedt gemiddeld een vijfde van zijn inkomen aan alcohol, een gemiddelde dat vooral onder de arme bevolkingsgroepen kan oplopen tot bijna de helft. Daarom is de produktie van samogon de laatste decennia toegenomen en opgerukt van het platteland naar de steden. Zelf stoken is betrekkelijk eenvoudig. De meest gebruikte grondstoffen, suiker en gist, zijn goedkoop en voorradig.

Ook diefstal van kant en klare alcohol geniet een grote populariteit. In één jaar tijd werd alleen al van Russische spoorwegstations zeven miljoen liter industriële alcohol ontvreemd. Om nog maar te zwijgen van de alcoholvoorraad van fabrieken en kolchozen, die stelselmatig slinkt door toedoen van het personeel. In de media wordt vaak gewag gemaakt van dit soort diefstallen.

Het drankmisbruik vormt een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid en het sociale leven. Jaarlijks sterven zestien op de honderdduizend burgers aan acute alcoholvergiftiging, tegen 0,2 in de rest van de wereld. Zeventig procent van alle misdaden wordt gepleegd onder invloed van alcohol. Bij veertig procent van de echtscheidingen is alcohol de oorzaak.

 

Een absolute expert in Russisch drinkgelag is de schrijver Venedikt Jerofejev (1940). Wie wil weten hoe een Rus drinkt en waarom, moet zijn boek Moskou op sterk water lezen. Dat is geschreven in de vorm van een alcoholische monoloog van de hoofdpersoon, de tragikomische Venitsjka. Deze held doorkruist Moskou op zoek naar het Kremlin, dat hij nog nooit heeft gezien. Zijn drankovergoten omzwervingen eindigen altijd op het Koersk-station waar hij op de ‘dertiende vrijdag’, de dag waarop het verhaal speelt, de trein neemt naar Petoesjki.

Met een koffertje vol drank gaat hij op weg naar een vlasblonde vrouw met een vlecht van nek tot billen die hem in vervoering brengt, en naar zijn zoontje – het zachtmoedigste en molligste ventje ter wereld. Maar zijn reis voert hem niet terug naar de volmaakte wereld van Petoesjki. Venitsjka eindigt bij de muren van het lang verwachte Kremlin, waar hij de dood vindt.

Jerofejev noemt zijn boek een poëma, een literair genre waartoe ook Gogol zijn Dode zielen rekende. Deze overeenkomst is niet toevallig. Waar bij Gogol Rusland wordt vergeleken met een trojka die in de verte verdwijnt, kiest Jerofejev als symbool voor zijn vaderland een trein. En wat voor een trein! Het boemeltje waarmee de held reist wordt bevolkt door kleurrijke dronkaards met wie hij – steeds benevelder – filosofische gesprekken voert. De controleur, die zwartrijders beboet met één gram alcohol per kilometer, rolt halverwege de rit laveloos uit de trein.

Venitsjka stelt zich aan zijn reisgenoten voor als onderzoeker van het mathematische aspect van dronkemansgehik. Hij schept op over zijn uitvinding van grafieken waarin hij het alcoholgebruik van zijn ploegmaten tijdens werkuren heeft uitgezet. Maar zijn grootste trots geldt de schepping van fantasievolle cocktails, zoals ‘Balsem van Kanaän’, ‘Tranen van een Komsomolmeisje’ of ‘Hoerenzoen’, waarvan hij gul met de recepten strooit. Die bestaan uit combinaties van alle mogelijke vloeistoffen, zoals gedenatureerde alcohol, bier, politoer, haarwater, vernis, nagellak, insektenverdelgingsmiddel, eau de cologne, en ga zo maar door. Dat het hier om meer dan een dichterlijk verzinsel gaat, daarvan getuigen de vele slachtoffers met een maagperforatie in Russische ziekenhuizen.

Jerofejev is net als Gogol begiftigd met een van de meest kostbare gaven die een prozaschrijver kan bezitten: humor. Op een groteske manier steekt hij de draak met literaire tradities en ideologische frasen. Alles en iedereen neemt hij op de hak: Marx, Engels, Lenin, Schiller, Goethe, Sartre, De Beauvoir, Mosje Dajan, Ben Goerion – om maar een paar grote namen te noemen.

Hij geeft een schitterende persiflage op de Russische revolutie, die bij hem tot hoofddoel heeft de openingstijden van de drankwinkels te verlengen. De geschiedenis wordt door hem herschreven vanuit de optiek van dronkenschap. Rusland wordt geportretteerd als een land van drank en hoeren en afgezet tegen het Westen, dat ‘continent van droefenis’ waar iedereen overloopt van zelfgenoegzaamheid.

Onder alle hilarische spot gaat een filosofische ernst schuil. Jerofejev is een ontwikkelde, fijnbesnaarde auteur die de wereld waarin hij leeft niet aanvaardt. In een maatschappij die wilskracht, vastberadenheid en grootse daden hoog in haar vaandel draagt, plaatst hij zijn anti-held , die gebukt gaat onder angst, droefenis en Weltschmerz.

Venitsjka, met zijn ziel zo groot als het paard van Troje, drinkt om zijn geest de vrijheid te geven. Zijn dronkenschap is een metafoor voor het leven, dat Jerofejev een ‘uiterst kortstondige zatheid van de ziel’ noemt. Tederheid, liefde, godsverlangen – al deze aspecten liggen verborgen onder het oppervlak van dit fabelachtige boek van maar 140 bladzijden.

 

Hoewel Moskou op sterk water wereldwijd in vertaling is verschenen, was over de auteur ervan tot voor kort zo goed als niets bekend. In de flaptekst van de Nederlandse editie wordt hij zelfs verward met zijn naamgenoot Viktor Jerofejev, over wie ook niemand iets wist. Maar de afgelopen maanden sijpelden er steeds vaker verhalen over Jerofejev door. Bovendien verscheen begin december 1989 een interview met hem in het blad moscow news. De schepper van Venitsjka blijkt sterke gelijkenis te vertonen met zijn held.

Venedikt Jerofejev is geboren en getogen in het uiterste noorden van de Sovjetunie, in de omgeving van Moermansk. Kort voor zijn zeventiende verjaardag kwam hij naar Moskou om letteren te gaan studeren aan de Lomonosov-universiteit. ‘Het eerste wat ik hoorde toen ik die tempel van kennis betrad was: "Een-twee, een–twee, links–rechts, links–rechts”, enzovoorts. De majoor die ons militair onderricht gaf, vroeg mij op een keer: “Zeg Jerofejev, wat is er toch met die houding van jou? Kan je niet eens fatsoenlijk gaan staan, verdomme! Het belangrijkste in een mens is zijn houding.” Ik antwoordde dat het aforisme niet van hem was, maar van Herman Goering, met wie het trouwens slecht is afgelopen.’

Spitsvondigheid is niet erg populair bij de communistische autoriteiten, en dus werd Jerofejev al snel van de universiteit geschopt. Hij raakte verslingerd aan de literatuur en aan de drank. Jarenlang heeft hij door de Sovjetunie gezworven, van het ene baantje naar het andere, ondertussen voortdurend schrijvend. Hij werkte onder meer als metselaar, stucadoor, hulpje in de bouw, landmeter, bibliothecaris en kabellegger.

Moskou op sterk water dateert uit 1969, de periode dat Jerofejev op de kabelwerkplaats van het Moskouse vliegveld Sjeremetjevo werkzaam was. Het manuscript rouleerde in getypte versie door de Sovjetunie tot het in 1973 in Israël in druk verscheen. In Rusland zelf werd het vorig jaar – twintig jaar na zijn ontstaan – gepubliceerd in een tijdschrift en in een literaire almanak. Inmiddels is daar ook zijn toneelstuk De Walpurgisnacht (over een joodse alcoholist die in een psychiatrische kliniek belandt) opgevoerd en is zijn novelle over de filosoof Rozanov (de Russische Nietzsche) Door de ogen van een zonderling gepubliceerd in een almanak.

Door zijn Russische collega-schrijvers wordt Jerofejev op handen gedragen; Andrej Bitov noemt hem ronduit geniaal. Jerofejev‘s grote verdienste is volgens Bitov dat hij de taal van zijn generatie heeft vastgelegd. Dat taalgebruik is trouwens een van de aspecten die als schokkend wordt ervaren door het Russische lezerspubliek. Jerofejev zelf vreest dat een jeugdwerk, getiteld Aantekeningen van een psychopaat, helemaal niet gepubliceerd zal worden omdat er te veel obsceniteiten in voorkomen of, zoals hij het uitdrukt, te veel ‘verrassende uitdrukkingen’.

In 1986 bleek hij ernstig ziek en constateerde men keelkanker. Hij kreeg een uitnodiging uit parijs om zich door een chirurg van de Sorbonne te laten opereren. Na vier maanden kreeg hij bericht dat hem een visum werd geweigerd. Hij werd uiteindelijk geopereerd in Moskou en leeft sinds de operatie van een invaliditeitsuitkering van 26 roebel per maand.

het is de vraag of Jerofejev, die momenteel wordt bestormd door binnen- en buitenlandse verslaggevers, nog aan het schrijven van nieuw werk zal toekomen. In elk geval is de publikatie van zijn Gogoliaanse roman Moskou op sterk water zonder meer een mijlpaal in de Russische literatuurgeschiedenis. Wie had dat een paar jaar geleden kunnen denken!

 

1990

Kristien gezien door Mark