De meest geliefde Rus van zijn tijd

Little Vera, de Russische speelfilm die in de Sovjetunie een sensatie heeft veroorzaakt en die ook in ons land volle zalen trekt, toont in schrille kleuren de generatiekloof tussen het jonge meisje Vera en haar ouders. In zowat alles staan zijn lijnrecht tegenover elkaar. Toch is er één ding dat die twee generaties gemeen hebben: hun voorliefde voor de liederen van Vladimir Vysotski. Zowel vader als dochter zingen luidkeels en vol overgave mee met diens hese stemgeluid – een scène die voor het Russische publiek onmiddellijk herkenbaar is.

Vladimir Vysotski is zonder meer de meest geliefde Rus van deze tijd. Van apparatsjik tot mijnwerker, van Archangelsk tot Soechoemi – iedereen herkent zichzelf in de liederen van Vysotski. In populariteit kan hij vergeleken worden met zijn grote voorbeeld Poesjkin. En net als bij die grote Russische dichter is zijn roem na zijn dood (in 1980) alleen maar groeiende, zeker nu de censuur bijna is opgeheven. In 1985 viel hem zelfs de postume eer te beurt een nieuw ontdekte planeet naar zich vernoemd te krijgen, VladVysotski.

Zijn leven had eigenlijk meer van een komeet. Dichter, zanger, componist, acteur – zijn veelzijdige talent, gekoppeld aan een tomeloze werkdrift, maakten dat hij bij zijn dood op tweeënveertigjarige leeftijd een duizelingwekkend spoor achterliet. Meer dan 20 theaterrollen, medewerking aan 26 speelfilms, aan televisieseries, radioprogramma’s en een repertoire van ruim 800 liederen.

Aan die liederen dankt Vysotski zijn overweldigende populariteit. Hij schreef, componeerde en zong ze, zichzelf begeleidend op de gitaar. Tijdens zijn leven hebben zijn liederen nooit officiële erkenning gevonden. Hij had geen conservatoriumdiploma – dus was hij volgens sovjetnormen geen musicus. Hij had geen literaire faculteit doorlopen – dus was hij geen literator. Hij had niets gepubliceerd – dus kon hij geen lid zijn van de Schrijversbond met alle daarbij behorende privileges.

Officieel bestond Vysotski alleen als steracteur van het Taganka-theater, beroemd om zijn Hamlet-vertolkingen: een rol die hij in tien jaar tijd 281 keer speelde. Als auteur en zanger werd hij doodgezwegen. Maar officieus trad hij met zijn liederen op na de theatervoorstelling in de foyer, bij mensen thuis of op uitnodiging van personeelsverenigingen. Bij die optredens werden met de bandrecorder opnames gemaakt die verspreiding vonden tot in de verste uithoeken van de Sovjetunie. Zo is hij, ongewild, de grondlegger geworden van de zogeheten ‘Magnetizdat’, de clandestiene verspreiding van teksten via cassettebandjes.

De populariteit van zijn teksten berust op Vysotski’s realiteitszin, zijn bijtende spot, zijn gebrek aan respect voor autoriteiten, zijn liefde voor de waarheid en afkeer van onderdrukking. In het tijdperk van Breznjev (1964-1982), toen macht en willekeur van partijbonzen hun stempel drukten op het sovjetleven, waren zijn teksten onverholen illustraties van het troosteloze bestaan van zijn landgenoten. Hij schilderde hun dagelijkse strijd tegen wat hij ‘de muur van watten’ noemde. Hij had veel vrienden maar ook, met name onder de autoriteiten, tal van vijanden. Vaak waren het de bewonderaars die hem uit de klauwen van zijn vijanden wisten te houden.

Wat Vysotski bewoog was zijn liefde voor het monddood gemaakte volk. Daarmee schaart hij zich in de traditie van de grote Russische dichters die sinds Poesjkin de stem en het geweten van hun volk zijn geweest. Zijn werk omvat een grote verscheidenheid aan thema’s: liefde, drank, oorlog, sport, gevangenis, ruimtevaart, werk, televisie. Omdat hij elk lied schreef als een monoloog, leek het alsof hij honderd levens tegelijk leefde.

 

Een van zijn bekendste liederen is getiteld Wolvenjacht en gaat over een troep wolven die is ingesloten in een gebied, afgezet met rode vlaggen, waar ze niet voorbij mogen. Als de jacht begint is er één wolf die het gebod overtreedt en vlucht, de jagers met lege handen achterlatend. Met dit lied kreeg hij zelfs partijbonzen op de knieën, die zichzelf herkenden in die slimme wolf, niet in de jagers! Vysotski zingt het met een rauwe, ongepolijste stem, waarvan een zeldzame kracht uitgaat. In zijn felheid en emotie is hij te vergelijken met Jacques Brel.

De laatste twaalf jaar van zijn leven heeft hij gedeeld met de Franse actrice Marina Vlady. Aangespoord door Simone Signoret heeft zij haar herinneringen aan Vysotski te boek gesteld. De vorm die zij daarvoor koos is wars van literaire pretenties. In een aaneenschakeling van zorgvuldig gemonteerde fragmenten tekent zij een ontroerend portret van Vysotski. Uit een stroom van anekdoten en intimiteiten komt hij tevoorschijn als een gedreven man, die voortdurend twijfelt aan zijn talent. Hij had een enorme persoonlijke uitstraling door de intensiteit waarmee hij alles en iedereen benaderde.

Marina Vlady, dochter van Russische emigranten, ontmoet Vysotski in 1967 tijdens een filmfestival in Moskou. Zij raakt meteen in zijn ban. Ondanks de talloze moeilijkheden die hun verbintenis in de weg staan, trouwen zij in het jaar daarop. Beiden onalledaagse persoonlijkheden, botsen zij voortdurend met het puriteinse en bureaucratische sovjetbestel. Het boek is het onverbloemde verslag van hun liefde en hun lijdensweg om elkaar regelmatig te kunnen zien. Geen van tweeën kan en wil emigreren. Vysotski geeft in 1976 tijdens een televisie-interview in New York (door zijn huwelijk met een buitenlandse kan hij af en toe het land verlaten) hierover duidelijk zijn standpunt weer: ‘Ik werk met woorden, ik kan niet zonder mijn wortels, ik ben een dichter. Zonder Rusland ben ik niets, zonder mijn volk waarvoor ik schrijf, besta ik niet, zonder een publiek dat mij op handen draagt kan ik niet leven, zonder hun liefde voor de acteur die ik ben, stik ik.’

 

Vysotski’s grootste vijand was de drank. De geschiedenis van zijn alcoholisme loopt als een rode draad door het boek. In de Sovjetunie is tolerantie voor drankmisbruik groot. Men knijpt een oogje dicht bij werkverzuim en helpt elkaar zo mogelijk weer op de been. Op de Sovjetambassade in Parijs legde Leonid Breznjev in 1971 aan Marina Vlady uit hoe je wodka hoort te drinken: ‘Eerst sla je een glas van 50 gram achterover, dan een van 100 gram en dan, als je dat nog kan hebben, een van 150 gram – en dan voel je je pas lekker.’ Als zij antwoordt dat het haar wat veel lijkt, zegt hij: ‘Dan moet je maar thee drinken.’ De volgende dag laat hij haar een samovar bezorgen alsmede twee flessen 15 jaar oude wodka, gerijpt in eikenhouten vaten.

Zelfs gemeten naar Russische maatstaven was het consumptiepeil van Vysotski adembenemend hoog. Hij voelde zich pas lekker na 6 à 7 flessen wodka. Gedurende de jaren met Marina Vlady dronk hij zich meer dan zeventig keer een delirium. Maar er waren ook periodes dat hij droog stond. Bijvoorbeeld de eerste paar keer nadat het preparaat Esperal bij hem was ingeplant. En de keer dat hij een Tibetaanse boeddhistische hogepriester in Parijs raadpleegde vanwege zijn probleem. Die priester vertelde als antwoord de parabel van een jonge monnik die het huis van een weduwe passeert en door haar wordt opgesloten. Ze wil hem alleen laten gaan als hij met haar naar bed gaat òf wijn drinkt òf haar geit doodt. De monnik raakt in gewetensnood en kiest ten einde raad wat hem de minste van drie kwaden lijkt: hij drinkt de wijn. Daarna verkracht hij de vrouw en doodt de geit. Beschaamd door dit verhaal, raakte Vysotski een jaar lang geen druppel alcohol aan.

Maar zijn schuldgevoel was niet altijd groot genoeg. Dan kreeg de neiging tot zelfdestructie de overhand. Soms stortte hij zich in verwoestende drinkgelagen, waarbij hij dagenlang onder water bleef. Marina Vlady werd dan van heinde en ver opgetrommeld om hem uit de goot te rapen. De catastrofe was iedere keer groter. Theatervoorstellingen moesten worden afgelast, zijn geld was zoek, zijn kleren weggegeven of verloren, zijn lichaam overdekt met wonden en blauwe plekken, zijn woning geplunderd. Diverse keren reed hij zijn auto in de prak. Een paar maal werd hij door artsen op het randje van de dood gered. Om de drank te kunnen weerstaan werd hij in 1978 morfinist. Op 25 juli 1980 stierf hij aan hartstilstand.

 

Zijn graf op de Vagankovbegraafplaats in Moskou werd een pelgrimsoord voor miljoenen Russen. Verloor de directeur van die begraafplaats in 1980 nog zijn baan omdat hij toestemming had verleend Vysotski op een prominente plek te begraven, nu staat niets zijn postume erkenning meer in de weg.

Raïsa Gorbatsjov is de beschermvrouwe van een cultureel fonds dat geld inzamelt voor een Vysotski-museum. Zijn liederen verschijnen in eigen land in boekvorm en op de plaat. Iedereen die hem maar even gekend heeft, publiceert zijn herinneringen. Zelfs de openhartige memoires van Marina Vlady zijn onlangs in Russische vertaling verschenen, in een oplage van maar liefst honderdduizend exemplaren. De aangekondigde Nederlandse editie zal het met minder moeten doen.

 

1989

Kristien gezien door Mark